Klas 2TH2 Lesweek 29 - Les 2

Thema Essen


Achtung:
Handys in deiner Tasche (nicht in deiner Hosentasche).

Auf deinem Tisch liegen:
dein Buch, dein Heft, dein Etui
1 / 23
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

This lesson contains 23 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Thema Essen


Achtung:
Handys in deiner Tasche (nicht in deiner Hosentasche).

Auf deinem Tisch liegen:
dein Buch, dein Heft, dein Etui

Slide 1 - Slide

deutscher Donnerstag
Heute -> deutscher Donnerstag.
Ich spreche nur Deutsch.
Versuche gut zu zu hören und auf zu passen.
Er wird jede Woche besser gehen.

Slide 2 - Slide

Was macht ihr heute?



- Wichtig!
- Wiederholung -> Possisiv Pronomen (auf Niederländisch)
- Aussprache
- Hausaufgaben machen

Slide 3 - Slide

Lernziele
Was lernt ihr heute?
• Du kennst das Possesiv Pronomen (bezittelijk voornaamwoord).
• Du kannst der Ich- und Ach-Laut gut aussprechen (klank uitspreken).
• Du kannst Fragen stellen und Antworten geben über Essen.

Slide 4 - Slide

wichtig! (belangrijk!)
Test Kapitel 3 + 4 (herkansing)
Freitag 14. April um 14.30 Uhr / Raum 1.01

Test Kapitel 5
Freitag 21. April -> Speisekarte machen
Freitag 12. May -> Wortschatz und Grammatik Test (1x).
Mit deinem "Taakbrief" kannst du 0,25 Punkte bekommen.

Slide 5 - Slide

Wiederholen 
Possesiv Pronomen (bezittelijk voornaamwoord).

5 Minuten lernen (aus deinem Heft) oder von deinem "Stappenplan".
mijn -> mein
jouw -> dein
uzw. 

timer
1:00

Slide 6 - Slide

ein / eine + kein / keine
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
meervoud
der Mann
die Frau
das Kind
die Haustiere
ein Mann
eine Frau
ein Kind
keine Haustiere
extra e
extra e

Slide 7 - Slide

possesiv Pronomen
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
meervoud
der Mann
die Frau
das Kind
die Haustiere
mein Mann
meine Frau
mein Kind
meine Haustiere
extra e
extra e

Slide 8 - Slide

Possesiv Pronomen

SINGULAR (enkelvoud)




mijn
mein-
jouw / je
dein-
zijn
sein-
haar
ihr-

Slide 9 - Slide

Possesiv Pronomen

PLURAL (meervoud)




ons / onze
unser-
jullie
euer-
hun
ihr-
uw
Ihr-

Slide 10 - Slide

possesiv Pronomen
mannelijk
vrouwelijk
onzijdig
meervoud
der Mann
die Frau
das Kind
die Haustiere
mein Mann
meine Frau
mein Kind
meine Haustiere
extra e
extra e

Slide 11 - Slide

(mein) _______ Suppe (v) war zu kalt.

1. Vertaal het bezittelijk voornaamwoord naar het Duits.
2. Kijk of het zelfstandige naamwoord 
een der, die of das woord is.
3. Bepaal of er wel of geen uitgang “e” komt.

Slide 12 - Slide

(zijn) _______ Nachtisch (m) hat im seht gut geschmeckt.


1. Vertaal het bezittelijk voornaamwoord naar het Duits.
2. Kijk of het zelfstandige naamwoord 
een der, die of das woord is.
3. Bepaal of er wel of geen uitgang “e” komt.

Slide 13 - Slide

(ons) Wir bestellen hier immer ____________ Lieblingsessen.


1. Vertaal het bezittelijk voornaamwoord naar het Duits.
2. Kijk of het zelfstandige naamwoord 
een der, die of das woord is.
3. Bepaal of er wel of geen uitgang “e” komt.

Slide 14 - Slide

(haar)__________Eltern heißen Hans und Sandra.


1. Vertaal het bezittelijk voornaamwoord naar het Duits.
2. Kijk of het zelfstandige naamwoord 
een der, die of das woord is.
3. Bepaal of er wel of geen uitgang “e” komt.

Slide 15 - Slide

(jullie)__________Freundin ist schon im Restaurant.


1. Vertaal het bezittelijk voornaamwoord naar het Duits.
2. Kijk of het zelfstandige naamwoord 
een der, die of das woord is.
3. Bepaal of er wel of geen uitgang “e” komt.

Slide 16 - Slide

(uw)Wo haben Sie__________ Glas hingestellt (neergezet) Frau Nijhof?


1. Vertaal het bezittelijk voornaamwoord naar het Duits.
2. Kijk of het zelfstandige naamwoord 
een der, die of das woord is.
3. Bepaal of er wel of geen uitgang “e” komt.

Slide 17 - Slide

Aussprache
Eine gute Aussprache ist wichtig.
Der Beweis -> Emanuel Macron.

Slide 18 - Slide

Aussprache Ich- und Ach-Laut
TH
HV
Ӧffne dein Buch auf S. 156
Aufgabe 32, 33, 34
Ӧffne dein Buch auf S. 156
Aufgabe 29, 30, 31

Slide 19 - Slide

Hausaufgaben machen aber....

Slide 20 - Slide

Hausaufgaben (stehen auch in SOM)

Slide 21 - Slide

Lernziele
Was lernt ihr heute?
• Du kennst das Possesiv Pronomen (bezittelijk voornaamwoord).
• Du kannst der Ich- und Ach-Laut gut aussprechen (klank uitspreken).
• Du kannst Fragen stellen und Antworten geben über Essen.

Slide 22 - Slide

Freitag
-  Hausaufgaben kontrollieren

-  über Essen sprechen



Slide 23 - Slide