Kraamvrouw met comorbiditeit en/of respiratoire problemen.

welkom bij deze lesdag.




Moniek Jongman
Obstetrie verpleegkundige MST sinds April 2002
Docent verpleegkunde sinds Augustus 2020
1 / 45
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingHBOStudiejaar 4

This lesson contains 45 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

welkom bij deze lesdag.




Moniek Jongman
Obstetrie verpleegkundige MST sinds April 2002
Docent verpleegkunde sinds Augustus 2020

Slide 1 - Slide

korte voorstelronde 
Hoe heet je?
Welk ziekenhuis werk je?
Hoelang is je voorwerkperiode geweest?
Welke afdeling heb je hiervoor gewerkt?


Slide 2 - Slide

lesopzet:
  • Leertaak MK-OBS-6: Zorg verlenen aan een kraamvrouw met een hoog complexe zorgvraag: uitleg > Lesson-Up
  • Pauze
  • Leertaak MK-OBS-8: Zorg verlenen aan en bewaken van de vitale functies van de obstetrische zorgvrager met en bewakingsmonitor: uitleg > Lesson-Up.
  • Afronden les

Slide 3 - Slide

hoe zitten jullie erbij vandaag?
😒🙁😐🙂😃

Slide 4 - Poll

kraamvrouw met co morbiditeit en/of respiratoire problemen.
leerdoelen:
  • Benoemt de meest voorkomende comorbiditeiten in de kraamperiode
  • Verklaart klinische oorzaken/risico’s
  • Herkent symptomen bij: DM/DG, epilepsie, obesitas, bariatrische chirurgie, schildklierafwijkingen, astma/COVID, HIV, Hepatitis B, cardiale aandoeningen, ademhalingsdepressie
  • Interpreteert symptomen en deelt urgenties in
  • Verklaart gevolgen en complicaties
  • Benoemt beleid en licht verpleegkundige interventies toe

Slide 5 - Slide

welke co morbiditeit zie jij het vaakst bij opgenomen kraamvrouwen?

DG/DM
epilepsie
cardiaal
obesitas
astma/ COVID-19
Hepatitis B/ HIV
schildklier

Slide 6 - Poll

oorzaken van co morbiditeit bij een kraamvrouw
Vooraf bestaande chronische aandoeningen
Zwangerschapsgerelateerde complicaties (zoals diabetes gravidarum)
Medicatiegebruik
Complicaties peripartum (bijv. fluxus, infectie)
Verminderde conditie, obesitas of onderliggende cardiorespiratoire problemen
Infecties zoals COVID, influenza, HIV of hepatitis B

Slide 7 - Slide

maak een mindmap met je groep, na 5 min rouleren naar ander ziektebeeld.
  • Welke klachten/ symptomen zie je bij opname?
  • Welke monitoring/ controles zijn nodig?
  • Welke risico’s kan dit tijdens de postpartumperiode geven?
  • Bij welke symptomen/ signalen licht je direct een arts ass in?
  • Verpleegkundige interventies

timer
5:00

Slide 8 - Slide

waarom is de kraamperiode extra kwetsbaar voor vrouwen met comorbiditeit?

Slide 9 - Mind map

waarom is de kraamperiode extra kwetsbaar voor vrouwen met comorbiditeit?
hormonale veranderingen
bloedvolume daling
slaaptekort
wondgenezing
infectiegevoeligheid

Slide 10 - Slide

klinische kwetsbaarheid postpartum
Fysiologische verandering na bevalling: na de bevalling daalt het circulerend bloedvolume en nemen respiratoire belastingen toe, wat risico's verhoogt bij cardiale en ademhalingsproblemen.
Verhoogd tromboserisico: Hypercoagulabiliteit en factoren zoals obesitas en immobiliteit verhogen het risico op trombose in de postpartumperiode

Slide 11 - Slide

klinische kwetsbaarheid postpartum
infectierisico's en complicaties: wonden, katheters en  borstvoeding verhogen infectierisico's met potentieel ernstige gevolgen bij kwetsbare ouderen.
specifieke aandoeningen en monitoring: Diabetes en epilepsie vereisen extra toezicht door instabiele glucosewaarden en risico op insulten postpartum

Slide 12 - Slide

wat zijn alarmsymptomen bij kraamvrouwen met chronische aandoeningen?

Slide 13 - Mind map

urgent of niet urgent (groen-oranje-rood kaartje)
Saturatie 92% 
Bloedglucose 4.5 met klachten 
Enkeloedeem postpartum 
Koorts 38,1 dag 2 
Post partum insult 
Astma met lichte piep, saturatie 98 
Hypertensie 150/100 postpartum 
Koorts 38,5 + tachycardie 
Glucose 3.4 zonder symptomen
Pijn op de borst

Slide 14 - Slide

interventies bij comorbiditeit en respiratoire complicaties.
Monitoring vitale functies: regelmatige controle van ademhaling, hartslag, bloeddruk, temperatuur en diurese.
Specifieke comorbiditeitszorg: diabetes, epilepsie en respiratoire aandoeningen > interventies zoals glucose controle, veiligheid en zuurstof.
Cardiale en obesitaszorg: strikte vochtbalans, gewichts controle, wondzorg en tromboseprofylaxe

Slide 15 - Slide

symptomen DM/DG
  • Polyurie, polydipsie, moeheid
  • Schommelende glucosewaarden
  • Hypoglykemie: zweten, trillen, verwardheid
  • Hyperglykemie: droge mond, misselijkheid, acetongeur

Slide 16 - Slide

symptomen epilepsie
  • Verwardheid of aura’s
  • Spierkrampen, trekkingen
  • Bewustzijnsverlies
  • Postictale verwardheid en moeheid


Slide 17 - Slide

symptomen obesitas
  • Kortademigheid bij geringe inspanning
  • Wondgenezingstoornissen
  • Hogere kans op trombose
  • Mobiliteitsproblemen

Slide 18 - Slide

symptomen bariatrische chirugie
  • Malabsorptie (vitamine B12, ijzer, foliumzuur)
  • Buikpijn, dumpingklachten
  • Hypoglykemie na de maaltijd

Slide 19 - Slide

symptomen schildklierafwijkingen
Hypothyreoïdie: 
  • koude-intolerantie, gewichtstoename, obstipatie, moeheid

Hyperthyreoïdie: 
  • hartkloppingen, gewichtsverlies, rusteloosheid, transpireren,                trillende handen, slecht slapen. diarree

Slide 20 - Slide

symptomen astma en COVID
  • piepen (Wheezing)
  • Dyspneu
  • Hoesten
  • Benauwdheid vooral 's nachts of bij inspanning
  • Koorts, hoesten
  • Kortademigheid
  • Vermoeidheid, myalgieën
  • Verminderde saturatie

Slide 21 - Slide

symptomen HIV en Hep. B
  • Vaak asymptomatisch
  • Verhoogde infectiegevoeligheid
  • Lymfeklierzwelling, koorts

  • Misselijkheid, braken
  • Verminderde eetlust
  • Geelzucht (icterus)
  • Donkere urine

Slide 22 - Slide

symptomen cardiale aandoeningen
  • Dyspneu, orthopneu
  • Oedeem
  • Palpitaties
  • Pijn op de borst
  • Vermoeidheid


Slide 23 - Slide

symptomen ademhalingsdepressie
  • Trage, oppervlakkige ademhaling
  • Slaperigheid, sufheid
  • Lage saturatie
  • Cyanose in ernstige gevallen

Slide 24 - Slide

de gevolgen van de ziektebeelden
Verminderde conditie en herstelcapaciteit
Hogere kans op infecties
Risico op postpartum complicaties zoals fluxus of trombose
Vertraagde wondgenezing
Kans op neonatale complicaties (bijv. hypoglykemie bij DM)
Verhoogde belasting van het cardiorespiratoire systeem

Slide 25 - Slide

beleid
Strikte glucoseregulatie bij DM
Anti-epileptica volgens schema, medicatiemonitoring
Astmabehandeling met inhalatiemedicatie vervolgen
Infectiepreventie bij COVID, hepatitis of HIV
Cardiale monitoring en medicatieoptimalisatie
Alertheid op pijnstilling die ademhalingsdepressie kan geven

Slide 26 - Slide

interventies algemeen
  1. Vroegsignalering en monitoring (RR, pols, temp, saturatie, glucose, diurese)
  2. Observatie van symptomen en risico-inschatting
  3. Voorlichting aan kraamvrouw en partner
  4. Meldplicht (bij hepatitis B, HIV → overdracht kinderarts)

Slide 27 - Slide

interventies gericht op ziektebeeld
  1. Diabetes: glucosecontroles, hypo-/hyperbehandeling
  2. Epilepsie: veiligheid waarborgen, rust, medicatietrouw
  3. Astma/COVID: ademhalingsondersteuning, inhalatie-instructie, saturatiemonitoring
  4. Obesitas: mobilisatie, tromboseprofylaxe, wondzorg
  5. Cardiale problemen: vochtbalans, monitoren op decompensatie
  6. Ademhalingsdepressie: ABC-controle, zuurstof, arts waarschuwen, medicatie evalueren

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

algemene zorg voor de obstretische zorgvrager aan de bewakingsmonitor
leerdoelen:
  • Je kunt benoemen welke vitale functies van de obstetrische zorgvrager worden gemonitord.
  • Je kunt verklaren waarom deze vitale functies worden gemonitord.
  • Je kunt de werking van de monitor uitleggen (hartritme, saturatie, plethysmograaf).
  • Je kunt de instellingen en alarmgrenzen benoemen.
  • Je kunt verklaren waarom alarmgrenzen worden ingesteld.

Slide 30 - Slide

algemene zorg voor de obstretische zorgvrager aan de bewakingsmonitor
vervolg leerdoelen:
  • Je kunt benoemen hoe je de obstetrische zorgvrager aan de monitor
  • Je kunt hartritme, saturatie en ademhaling instellen op de monitor.
  • Je kunt obstetrische parameters meten en afwijkingen interpreteren.
  • Je kunt verpleegkundige interventies benoemen.
  • Je kunt ABCDE, MOEWS en obstetrische triage benoemen.

Slide 31 - Slide

welke vitale functies worden gemonitord bij obstetrische patiënten?

Slide 32 - Mind map

welke vitale functie monitor jij het vaakst bij een obstetrische zorgvrager?
hartritme
saturatie
ademhaling
bloeddruk
temperatuur
urineproductie
alle bovenstaande

Slide 33 - Poll

waarom is monitoring bij obstetrische zorgvragers essentieel?
Snelle fysiologische veranderingen tijdens zwangerschap
Risico op hypertensieve aandoeningen (pre-eclampsie/HELLP)
Risico op respiratoire complicaties
Hogere cardiac output → sneller tachycardie
Risico op postpartum bloedverlies
Vroege herkenning verslechtering via MOEWS

Monitoring = vroegsignalering = voorkomen van escalatie.

Slide 34 - Slide

welke verandering in de zwangerschap verhoogt het risico op tachycardie?

A
verlaagd circulerend bloedvolume
B
verhoogd circulerend bloedvolume
C
verlaagd zuurstofbehoefte
D
versnelde nierfunctie

Slide 35 - Quiz

werking hartritme-monitoring:
Via ECG‑elektroden of pulsoximeter:
  • Meet elektrische activiteit of pulsfrequentie
  • Toont ritme en frequentie

  • Normocardie
  • Tachycardie
  • Bradycardie
  • Onregelmatigheden

Slide 36 - Slide

saturatie
SpO₂ (zuurstofsaturatie):

  • Meet hoeveelheid zuurstof op hemoglobine
  • Normaal bij zwangeren: ≥ 96%
  • Waarden < 95% → verhoogde alertheid


Slide 37 - Slide

pletch
Plethysmograaf:

  • Toont kwaliteit van de puls
  • Betrouwbare meting = gelijkmatige golf
  • Platte of onregelmatige golf → beweging, vasoconstrictie of slechte sensorplaatsing

Slide 38 - Slide

Slide 39 - Slide

bij zwangeren en kraamvrouwen is de pleth extra belangrijk.
  • vasodilatatie
  • bloedverlies (verminderde perfusie)
  • risico op shock
  • snelle fysiologische veranderingen

Een verslechterende pleth kan vroeg wijzen op:
→ shock, bloedverlies, vasoconstrictie, slechte perifere circulatie.

Slide 40 - Slide

wat zijn de aanbevolen obstetrische monitorgrenzen (MOEWS‑richtlijn): hartritme, ademhaling, sp02, RR systolisch & diastolisch, temp

Slide 41 - Open question

wat zijn de aanbevolen obstetrische monitorgrenzen (MOEWS‑richtlijn):
Hartritme: 50–120/min, Ademhaling: 10–25/min, SpO₂: ≥ 96%
RR systolisch: 100–140 mmHg, RR diastolisch: 60–90 mmHg
Temp: 36–37.5 °C

Waarom alarmgrenzen instellen?
Snelle verslechtering komt vaker voor bij obstetrische patiënten
Aangescherpte waarden zorgen voor vroegsignalering
Standaardisatie voorkomt gemiste signalen

Slide 42 - Slide

“Een saturatie van 94% is normaal voor een zwangere.”
A
juist
B
onjuist

Slide 43 - Quiz

verpleegkundige interventies:
Bij afwijkende waarden:
  • ABCDE toepassen
  • MOEWS-score bepalen
  • Tijdig opschalen volgens beleid
  • O₂ toedienen indien geïndiceerd
  • Extra vitale controles
  • Bloedverlies objectiveren
  • Infuus & vochtbeleid
  • Observatie foetus (indien nog zwanger)

Slide 44 - Slide

Hoe interessant vond je deze lesmiddag?

0100

Slide 45 - Poll