- Het bijvoeglijk naamwoord staat voor óf achter het zelfstandig naamwoord:
de rode trui, de trui is rood.
- Het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord:
de aluminium schaal, de houten kast.
- Het bijvoeglijk naamwoord dat is afgeleid van een infinitief, voltooid of onvoltooid deelwoord:
het te vieren feest, de gezochte crimineel, de lachende puber