This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Introduction
Begrijpend lezen
Items in this lesson
Digibordles week 5
Begrijpend lezen
Slide 1 - Slide
WELKOM bij de digibordles begrijpend lezen van week 5 - Niveau A.
Wat weten jullie al overde
overstroming in Parijs?
Slide 2 - Open question
Ophalen voorkennis
Activeer de voorkennis van uw leerlingen. Wat weten zij al over het onderwerp van de les? Laat uw leerlingen hun voorkennis eerst individueel bedenken en vervolgens in tweetallen uitwisselen.
Tip! Uw leerlingen kunnen meedoen met hun eigen device. Vragen hierover? Mail gerust naar Arlinde (a.plomp@yandc.nl)
Wat willen jullie weten over de overstroming in Parijs? Schrijf je vragen op.
Slide 3 - Open question
Eigen vragen
Wat willen uw leerlingen weten over het onderwerp van de les? Laat hen hun eigen vragen opschrijven.
Tip! Uw leerlingen kunnen meedoen met hun eigen device. Vragen hierover? Mail gerust naar Arlinde (a.plomp@yandc.nl)
Lesdoelen
Je leert deze les meer overde overstroming in Parijs.
Je leert hoe je antwoorden op vragen in de tekst kunt vinden.
Slide 4 - Slide
Lesdoelen formuleren
Bespreek de lesdoelen met uw leerlingen.
Strategie 6
Slide 5 - Slide
Lesdoelen formuleren
Uw leerlingen bedenken voor het lezen wat zij willen weten over het onderwerp van de tekst en controleren na het lezen of hun vragen beantwoord zijn. Ze arceren in de tekst waar zij het antwoord op de vragen gevonden hebben.
Slide 6 - Slide
Lesdoelen formuleren
Uw leerlingen bedenken voor het lezen wat zij willen weten over het onderwerp van de tekst en controleren na het lezen of hun vragen beantwoord zijn. Ze arceren in de tekst waar zij het antwoord op de vragen gevonden hebben.
Denken jullie dat de zinnen WAAR of NIET WAAR zijn? Zet een kruisje in de linker kolom.
Slide 7 - Slide
Voorspellen
Denken uw leerlingen dat de zinnen waar zijn of niet waar? Zet een kruisje in de linkerkolom.
Na het lezen wordt gecontroleerd of de voorspelling klopte.
moeilijke woorden
extreem
Extreem is ander woord voor heel erg of buitensporig.
Wekenland heeft het extreem hard geregend in Parijs.
oevers
De oever is het gedeelte waar het land aan het water grenst.
De rivier de Seine staat nu zo hoog, dat het water over de oevers is gestroomd en delen van de stad onder water staan.
kaplaarzen
Kaplaarzen zijn hoge laarzen.
We moeten wel onze kaplaarzen mee.
dijken
De dijkenstaan naast de zee of rivier. Ze zorgen ervoor dat het water niet kan overstromen.
In Nederland hadden mensen allang dijken gebouwd.
Slide 8 - Slide
Instructie van de les
Bespreek de moeilijke woorden met uw leerlingen voor het lezen. Uw leerlingen zullen de tekst hierdoor beter begrijpen. Tevens vergroten zij hun woordenschat.
Lees het artikel hiernaast.
Slide 9 - Slide
Instructie van de les.
Lees het artikel hardop denkend met uw leerlingen. Suggesties voor modeling vindt u in de lesinstructie.
Is de zin hieronder WAAR of NIET WAAR? Leg je antwoord uit.
Als het erg hard regent kan een
rivier overstromen.
A
WAAR
B
NIET WAAR
Slide 10 - Quiz
Instructie en observatie tijdens de instructie
Beantwoord samen met uw leerlingen de vragen. Weten zij na het lezen of de zinnen waar of niet waar zijn? Doe twee vragen hardop denkend voor (zie lesinstructie). Laat uw leerlingen daarna de overige twee vragen zelf proberen. Kunnen zij de zinnen in de tekst vinden en onderstrepen waarin zij het antwoord lezen?
Is de zin hieronder WAAR of NIET WAAR? Leg je antwoord uit.
Als een rivier overstroomt, kan
het zijn dat een deel van de stad
onder water komt te staan.
A
WAAR
B
NIET WAAR
Slide 11 - Quiz
Instructie en observatie tijdens de instructie
Beantwoord samen met uw leerlingen de vragen. Weten zij na het lezen of de zinnen waar of niet waar zijn? Doe twee vragen hardop denkend voor (zie lesinstructie). Laat uw leerlingen daarna de overige twee vragen zelf proberen. Kunnen zij de zinnen in de tekst vinden en onderstrepen waarin zij het antwoord lezen?
Is de zin hieronder WAAR of NIET WAAR? Leg je antwoord uit.
In Nederland houden dijken
het water tegen.
A
WAAR
B
NIET WAAR
Slide 12 - Quiz
Instructie en observatie tijdens de instructie
Laat uw leerlingen deze vraag zelf proberen. Kunnen zij de zinnen in de tekst vinden en onderstrepen waarin zij het antwoord lezen?
Is de zin hieronder WAAR of NIET WAAR? Leg je antwoord uit.
Als een gedeelte van de stad
overstroomt is, kan niemand
meer naar school.
A
WAAR
B
NIET WAAR
Slide 13 - Quiz
Instructie en observatie tijdens de instructie
Laat uw leerlingen deze vraag zelf proberen. Kunnen zij de zinnen in de tekst vinden en onderstrepen waarin zij het antwoord lezen?
Kunnen jullie het schema nu invullen? Zet een kruisje in de rechter kolom.
Slide 14 - Slide
Instructie
Doe voor hoe u, na het lezen, de kruisjes zet in de kolommen aan de rechterkant van de tabel. Uw leerlingen oefenen dit bij de verwerkingsopdrachten zelfstandig, bij een andere tekst.
Schrijf het op! Vertel wat er in Parijs is gebeurd, hoe dit is gekomen en wat de gevolgen waren.
Wat hebben jullie geleerd?
Slide 15 - Slide
Instructie
Doe hardop denkend voor hoe u een korte tekst schrijft. Zie lesinstructie. Uw leerlingen gaan hier in de verwerkingsopdrachten zelfstandig mee aan de slag.
Slide 16 - Map
Bekijk samen met uw leerlingen waar Parijs ligt.
Slide 17 - Video
Bekijk samen met uw leerlingen het filmpje.
Heb ik de lesdoelen behaald?
Wat hebben jullie geleerd over het onderwerp van de tekst?
Leg aan elkaar uit hoe je in een tekst antwoorden op vragen kunt zoeken.
Slide 18 - Slide
Afsluiting en terugkoppeling doelen
Bespreek samen met uw leerlingen of jullie de lesdoelen hebben behaald.
Denk je mee?
Hoe moeilijk vond jij het om de antwoorden in de tekst op te zoeken?
Zijn jouw vragen die je aan het begin van de les hebt opgeschreven beantwoord? Zo niet, hoe zou jij de antwoorden willen opzoeken?
Reflectie
Slide 19 - Slide
Afsluiting en reflectie
Bespreek de reflectievragen met uw leerlingen.
Maak nu de opdrachten in je lesboekje of digitaal.
Begrijpend lezen
Slide 20 - Slide
Dit is het einde van de digibordles. Uw leerlingen maken de opdrachten in het lesboekje (dat in het midden van de krant zit) of digitaal. Let op! Wilt u de les digitaal laten verwerken door uw leerlingen? Plan dan de les voor uw leerlingen in. Meer informatie over het gebruik van de digitale leeromgeving vindt u in de handleiding in de Digitale leeromgeving.