TIJDVAK 5 · 1500-1600
Examentraining
Ontdekkers en hervormers: zo pak je examenvragen aan
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Examentraining
Ontdekkers en hervormers: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Martin Waldseemüller / Wikimedia Commons, publiek domein
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over tijdvak 5 beantwoorden: aspect herkennen, oorzaken en gevolgen, continuïteit en verandering en bronnen beoordelen.
This item has no instructions
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: bron, maker, jaartal en vraag: wie schreef dit, voor wie, waarom en vanuit welke standplaats?
2. Plaats: bij welk tijdvak, kenmerkend aspect en begrip past het voorbeeld?
3. Redeneer: schrijf in stappen, met een begrip uit de stof en een verwijzing naar de bron
This item has no instructions
Erasmus van Rotterdam, schilderij van Hans Holbein de Jonge, 1523
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Vraagtype 1: aspect herkennen
Je krijgt een onbekend voorbeeld: herken de kern, niet de naam of het jaartal
Vraag je af: wie handelt, wat verandert er en waarom? Let op voorbeelden die twee aspecten raken
Image credit: Hans Holbein de Jonge / Wikimedia Commons, publiek domein
Een geleerde geeft het Nieuwe Testament in het Grieks uit, bekritiseert de kerk, blijft katholiek. Aspect?
De protestantse reformatie
Het begin van de overzeese expansie
Het conflict in de Nederlanden
Hernieuwde oriëntatie op de klassieke Oudheid
Terug naar de bronnen en kritiek binnen de kerk: humanisme, KA 20. Verwachte fout: reformatie kiezen vanwege de kritiek op de kerk, maar hij kiest niet voor een nieuwe kerk.
In 1586 verhuist een Antwerpse koopman door de oorlog met Spanje naar Holland. Welk aspect?
Het conflict in de Nederlanden dat tot een staat leidde
De protestantse reformatie
Het veranderende mens- en wereldbeeld
Het begin van de overzeese expansie
Oorlog en Spaanse verovering van Antwerpen: KA 22. Verwachte fout: reformatie kiezen omdat de koopman mogelijk protestants was, maar de bron noemt de oorlog.
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Vraagtype 2: oorzaken en gevolgen
Onderscheid aanleiding en achterliggende oorzaken, directe en indirecte oorzaken, lange termijn en korte termijn
Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal
This item has no instructions
Welke indeling van oorzaken van de Opstand klopt?
Beeldenstorm: lange termijn, centralisatie: aanleiding
Beide zijn indirecte oorzaken zonder aanleiding
Centralisatie: lange termijn, Beeldenstorm: aanleiding
Centralisatie is een aanleiding, Alva een oorzaak
De centralisatiepolitiek werkte lange tijd door, de Beeldenstorm van 1566 was de aanleiding. Verwachte fout: de volgorde omdraaien omdat de Beeldenstorm opvallender is.
Noem een sociaaleconomisch gevolg van de val van Antwerpen in 1585.
Goed: Antwerpen verloor haar stapelmarktfunctie, of kapitaalkrachtige inwoners trokken naar Holland. Verwachte fout: een politiek gevolg noemen, zoals de stichting van de Republiek.
Maarten Luther, schilderij van Lucas Cranach de Oudere, 1528
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Vraagtype 3: continuïteit en verandering
Bij verandering kijk je naar tempo, duur en schaal
Bij continuïteit let je op wat gelijk bleef, ondanks de verandering eromheen
Image credit: Lucas Cranach de Oudere / Wikimedia Commons, publiek domein
Binnen enkele decennia na 1517 raakte de kerk in West-Europa gesplitst. Wat voor verandering?
Een langzame verandering van kleine schaal
Een snelle verandering van alleen lokale schaal
Een snelle verandering van grote schaal
Een langzame verandering die al in de Oudheid begon
Binnen decennia en in heel West-Europa: snel tempo en grote schaal. Verwachte fout: de schaal als lokaal beschrijven omdat Luther in één stad begon.
Ondanks de centralisatiepolitiek bleven steden aan eigen rechten hechten. Wat is dat?
Continuïteit: het particularisme bleef bestaan
Verandering: het particularisme verdween
Verandering: steden werden onderdeel van één staat
Continuïteit: de vorst gaf alle macht aan de steden
Het streven naar eigen rechten bleef bestaan, dat is continuïteit. Verwachte fout: de centralisatie als totale verandering zien.
De Beeldenstorm in Antwerpen, 1566, prent van Frans Hogenberg
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Vraagtype 4: bronnen en standplaats
Elke bron is gemaakt door iemand met een doel en een standplaats, bijvoorbeeld katholiek of opstandeling
Bruikbaar is een bron niet door neutraal te zijn, maar doordat je de standplaats betrekt in je antwoord
Image credit: Frans Hogenberg / Wikimedia Commons, publiek domein
Een katholieke Spaanse kroniekschrijver noemt de Beeldenstorm heiligschennis. Wat zegt dat over de bron?
Het is onbruikbaar omdat de schrijver partij kiest
Het toont objectief wat de Beeldenstorm werkelijk was
Het bewijst dat alle protestanten gewelddadig waren
Het weerspiegelt de standplaats van het Spaanse gezag
De bron laat zien hoe het gezag de Beeldenstorm zag. Verwachte fout: de bron onbruikbaar noemen: een gekleurde bron is juist bruikbaar voor die visie.
Waarom is een tekst van Willem van Oranje over Filips II niet neutraal?
Goed: Oranje was leider van de Opstand en wilde zijn verzet rechtvaardigen en steun winnen, dus hij schreef vanuit zijn eigen belang. Verwachte fout: zeggen dat hij liegt.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Kenmerkend aspect herkennen
Oorzaken en gevolgen
Continuïteit en verandering
Bronnen en standplaats
This item has no instructions
TIJDVAK 5 · 1500-1600
Tips voor op het examen
Leer 1492, 1517, 1566, 1568 en 1585 als ankers en weet wat er veranderde
Koppel elk voorbeeld aan één aspect (18 tot 22) en motiveer met de bron
Betrek bij elke bron de standplaats: wie maakte dit, voor wie en waarom?
This item has no instructions