Ontdekkers en hervormers (Geschiedenis vwo), les 2: Examentraining

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Examentraining

Ontdekkers en hervormers: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Oefen examenvragen op vwo-niveau over tijdvak 5: aspect herkennen, oorzaken en gevolgen, continuïteit en verandering en bronnen en standplaats.

Items in this lesson

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Examentraining

Ontdekkers en hervormers: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Martin Waldseemüller / Wikimedia Commons, publiek domein

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over tijdvak 5 beantwoorden: aspect herkennen, oorzaken en gevolgen, continuïteit en verandering en bronnen beoordelen.

This item has no instructions

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: bron, maker, jaartal en vraag: wie schreef dit, voor wie, waarom en vanuit welke standplaats?

  • 2. Plaats: bij welk tijdvak, kenmerkend aspect en begrip past het voorbeeld?

  • 3. Redeneer: schrijf in stappen, met een begrip uit de stof en een verwijzing naar de bron

This item has no instructions

Erasmus van Rotterdam, schilderij van Hans Holbein de Jonge, 1523

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Vraagtype 1: aspect herkennen

  • Je krijgt een onbekend voorbeeld: herken de kern, niet de naam of het jaartal

  • Vraag je af: wie handelt, wat verandert er en waarom? Let op voorbeelden die twee aspecten raken

Image credit: Hans Holbein de Jonge / Wikimedia Commons, publiek domein

Een geleerde geeft het Nieuwe Testament in het Grieks uit, bekritiseert de kerk, blijft katholiek. Aspect?

A

De protestantse reformatie

B

Het begin van de overzeese expansie

C

Het conflict in de Nederlanden

D

Hernieuwde oriëntatie op de klassieke Oudheid

Terug naar de bronnen en kritiek binnen de kerk: humanisme, KA 20. Verwachte fout: reformatie kiezen vanwege de kritiek op de kerk, maar hij kiest niet voor een nieuwe kerk.

In 1586 verhuist een Antwerpse koopman door de oorlog met Spanje naar Holland. Welk aspect?

A

Het conflict in de Nederlanden dat tot een staat leidde

B

De protestantse reformatie

C

Het veranderende mens- en wereldbeeld

D

Het begin van de overzeese expansie

Oorlog en Spaanse verovering van Antwerpen: KA 22. Verwachte fout: reformatie kiezen omdat de koopman mogelijk protestants was, maar de bron noemt de oorlog.

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Vraagtype 2: oorzaken en gevolgen

  • Onderscheid aanleiding en achterliggende oorzaken, directe en indirecte oorzaken, lange termijn en korte termijn

  • Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal

This item has no instructions

Welke indeling van oorzaken van de Opstand klopt?

A

Beeldenstorm: lange termijn, centralisatie: aanleiding

B

Beide zijn indirecte oorzaken zonder aanleiding

C

Centralisatie: lange termijn, Beeldenstorm: aanleiding

D

Centralisatie is een aanleiding, Alva een oorzaak

De centralisatiepolitiek werkte lange tijd door, de Beeldenstorm van 1566 was de aanleiding. Verwachte fout: de volgorde omdraaien omdat de Beeldenstorm opvallender is.

Noem een sociaaleconomisch gevolg van de val van Antwerpen in 1585.

Goed: Antwerpen verloor haar stapelmarktfunctie, of kapitaalkrachtige inwoners trokken naar Holland. Verwachte fout: een politiek gevolg noemen, zoals de stichting van de Republiek.

Maarten Luther, schilderij van Lucas Cranach de Oudere, 1528

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Vraagtype 3: continuïteit en verandering

  • Bij verandering kijk je naar tempo, duur en schaal

  • Bij continuïteit let je op wat gelijk bleef, ondanks de verandering eromheen

Image credit: Lucas Cranach de Oudere / Wikimedia Commons, publiek domein

Binnen enkele decennia na 1517 raakte de kerk in West-Europa gesplitst. Wat voor verandering?

A

Een langzame verandering van kleine schaal

B

Een snelle verandering van alleen lokale schaal

C

Een snelle verandering van grote schaal

D

Een langzame verandering die al in de Oudheid begon

Binnen decennia en in heel West-Europa: snel tempo en grote schaal. Verwachte fout: de schaal als lokaal beschrijven omdat Luther in één stad begon.

Ondanks de centralisatiepolitiek bleven steden aan eigen rechten hechten. Wat is dat?

A

Continuïteit: het particularisme bleef bestaan

B

Verandering: het particularisme verdween

C

Verandering: steden werden onderdeel van één staat

D

Continuïteit: de vorst gaf alle macht aan de steden

Het streven naar eigen rechten bleef bestaan, dat is continuïteit. Verwachte fout: de centralisatie als totale verandering zien.

De Beeldenstorm in Antwerpen, 1566, prent van Frans Hogenberg

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Vraagtype 4: bronnen en standplaats

  • Elke bron is gemaakt door iemand met een doel en een standplaats, bijvoorbeeld katholiek of opstandeling

  • Bruikbaar is een bron niet door neutraal te zijn, maar doordat je de standplaats betrekt in je antwoord

Image credit: Frans Hogenberg / Wikimedia Commons, publiek domein

Een katholieke Spaanse kroniekschrijver noemt de Beeldenstorm heiligschennis. Wat zegt dat over de bron?

A

Het is onbruikbaar omdat de schrijver partij kiest

B

Het toont objectief wat de Beeldenstorm werkelijk was

C

Het bewijst dat alle protestanten gewelddadig waren

D

Het weerspiegelt de standplaats van het Spaanse gezag

De bron laat zien hoe het gezag de Beeldenstorm zag. Verwachte fout: de bron onbruikbaar noemen: een gekleurde bron is juist bruikbaar voor die visie.

Waarom is een tekst van Willem van Oranje over Filips II niet neutraal?

Goed: Oranje was leider van de Opstand en wilde zijn verzet rechtvaardigen en steun winnen, dus hij schreef vanuit zijn eigen belang. Verwachte fout: zeggen dat hij liegt.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Kenmerkend aspect herkennen

2

Oorzaken en gevolgen

3

Continuïteit en verandering

4

Bronnen en standplaats

This item has no instructions

TIJDVAK 5 · 1500-1600

Tips voor op het examen

  • Leer 1492, 1517, 1566, 1568 en 1585 als ankers en weet wat er veranderde

  • Koppel elk voorbeeld aan één aspect (18 tot 22) en motiveer met de bron

  • Betrek bij elke bron de standplaats: wie maakte dit, voor wie en waarom?

This item has no instructions