Steden en staten (Geschiedenis vwo), les 2: Examentraining

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Examentraining

Steden en staten: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Oefen examenvragen op vwo-niveau over tijdvak 4: aspect herkennen, oorzaken en gevolgen, chronologie met tijdvakken en unieke en generieke begrippen.

Items in this lesson

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Examentraining

Steden en staten: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Jean Colombe / Wikimedia Commons, publiek domein

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over tijdvak 4 beantwoorden: aspect herkennen, oorzaken en gevolgen, chronologie en begrippen gebruiken.

This item has no instructions

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: voorbeeld, jaartal en vraag: wie handelt, wat verandert er en waarom?

  • 2. Plaats: bij welk tijdvak en kenmerkend aspect past het voorbeeld?

  • 3. Redeneer: schrijf in stappen, met een begrip uit de stof en een verwijzing naar het voorbeeld

This item has no instructions

Hendrik IV vraagt Hugo van Cluny en Mathilde van Toscane om voorspraak, miniatuur, ca. 1115

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Vraagtype 1: aspect herkennen

  • Je krijgt een onbekend voorbeeld: herken de kern, niet de naam of het jaartal

  • Vraag je af: wie heeft de macht, wat verandert er en wat is het doel?

Image credit: Donizo / Wikimedia Commons, publiek domein

Een stad koopt van haar graaf het recht op eigen rechters. Welk aspect?

A

Begin van staatsvorming en centralisatie

B

Expansie van de christelijke wereld

C

Conflict over wereldlijke of geestelijke macht

D

Toenemende zelfstandigheid van steden

KA 14: zelfbestuur is een vorm van stadsrechten. Verwachte fout: staatsvorming kiezen omdat een graaf betrokken is.

Een keizer benoemt een bisschop, de paus verbiedt dat. Welk aspect?

A

Opkomst van handel en ambacht

B

Expansie van de christelijke wereld

C

Begin van staatsvorming en centralisatie

D

Conflict over wereldlijke of geestelijke macht

KA 15: benoemingsrecht, primaat. Verwachte fout: centralisatie kiezen omdat een vorst gezag wil.

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Vraagtype 2: oorzaken en gevolgen

  • Onderscheid aanleiding en achterliggende oorzaak, directe en indirecte oorzaken, korte en lange termijn

  • Soorten: politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch, cultureel-mentaal

This item has no instructions

Het hulpverzoek van Alexios I aan de paus was voor de Eerste Kruistocht een...

A

gevolg op lange termijn

B

directe oorzaak (aanleiding)

C

sociaaleconomische oorzaak

D

indirecte oorzaak op lange termijn

Het hulpverzoek van 1095 leidde direct tot de oproep van Urbanus II. Verwachte fout: de lange termijn kiezen.

Noem een sociaaleconomisch gevolg van handel.

Goed: steden groeiden, een geldeconomie ontstond, kooplieden en ambachtslieden kregen invloed. Verwachte fout: een politiek gevolg als de Investituurstrijd noemen.

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Vraagtype 3: chronologie en tijdvakken

  • Gebruik de tijdvakken als referentiekader: 3 monniken en ridders, 4 steden en staten, 5 ontdekkers en hervormers, 6 regenten en vorsten

  • Tijdvak 4 loopt van 1000 tot 1500: de hoge en late Middeleeuwen

This item has no instructions

In welk tijdvak valt de Investituurstrijd?

A

Tijdvak 3, de tijd van monniken en ridders

B

Tijdvak 5, de tijd van ontdekkers en hervormers

C

Tijdvak 4, de tijd van steden en staten

D

Tijdvak 6, de tijd van regenten en vorsten

1075 tot 1122 valt tussen 1000 en 1500. Verwachte fout: tijdvak 3 kiezen vanwege het woord Middeleeuwen.

Zet de tijdvakken op volgorde, van vroeg naar laat

1

Tijd van ontdekkers en hervormers

2

Tijd van monniken en ridders

3

Tijd van steden en staten

4

Tijd van regenten en vorsten

Tijdvak 3, 4, 5, 6.

Paus Urbanus II op het Concilie van Clermont, 1095, miniatuur van Jean Colombe (15e eeuw)

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Vraagtype 4: unieke en generieke begrippen

  • Een begrip is uniek (één gebeurtenis) of generiek (bruikbaar voor veel situaties)

  • Voorbeeld: de Eerste Kruistocht (uniek) en kruistocht als term voor een heilige oorlog (generiek)

Image credit: Jean Colombe / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat is een unieke betekenis van het begrip kruistocht?

A

De tocht van 1096 tot 1099 naar Jeruzalem

B

Elke heilige oorlog in naam van een geloof

C

Elke tocht van pelgrims naar een heilige plaats

D

Elke strijd tegen andersgelovigen in Europa

Uniek is gebonden aan één gebeurtenis. Verwachte fout: een algemene omschrijving kiezen.

Is primaat ook te gebruiken voor een conflict nu? Leg uit.

Goed: ja, generiek voor elke strijd over wie voorrang heeft, bijvoorbeeld tussen kerk en staat. Verwachte fout: alleen over keizer en paus praten.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Kenmerkend aspect herkennen

2

Oorzaken en gevolgen

3

Chronologie en tijdvakken

4

Unieke en generieke begrippen

This item has no instructions

TIJDVAK 4 · 1000-1500

Tips voor op het examen

  • Leer 1075, 1077, 1095, 1099 en 1122 als ankers voor de strijd tussen paus en keizer en de kruistochten

  • Koppel elk voorbeeld aan één aspect (13 tot 17) en motiveer met een begrip

  • Gebruik voor steden en vorsten de tegenstelling tussen particularisme en centralisatie

This item has no instructions