Markt en overheid hoofdstuk 1 (deel 3)

Markt en overheid
1 / 23
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Markt en overheid

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
  • Constante kosten
  • Variabele kosten
  • Progressief, proportioneel, degressief

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

 Kosten
constante kosten: onafhankelijk van productie
TCK = 100.000 
GCK = 100.000 / q
variabele kosten: afhankelijk van productie
TVK = 20q 
GVK = 20q / q = 20
totale kosten = totale variabele kosten + totale constante kosten
TK = TVK + TCK
TK = 20q + 100.000
GTK?
GTK = 20 + 100.000 / q

Slide 7 - Slide

variabele kosten
constante kosten
inkoopwaarde van de omzet
huurkosten
afschrijvingskosten
loonkosten
interestkosten
reclamekosten

Slide 8 - Drag question

Variabele kosten
3 varianten:
  • proportioneel 
    als q toeneemt met 10%, neemt TVK toe met 10%
  • degressief 
    als q toeneemt met 10%, neemt TVK toe met < 10%
  • progressief
    als q toeneemt met 10%, neemt TVK toe met > 10%

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Bij welke beschrijving past deze grafiek?
A
geen constante kosten, proportioneel variabele kosten
B
constante kosten, progressief variabele kosten
C
constante kosten, proportioneel variabele kosten
D
geen constante kosten, degressief variabele kosten

Slide 12 - Quiz

Lesdoelen
  • Marginale kosten
  • Marginale opbrengsten
  • Maximale winst (MO=MK)
  • Break even afzet

Slide 13 - Slide

Intro
  • Hoe weet een bedrijf hoeveel er geproduceerd moet worden? (= wat moet de afzet (q) zijn?)
  • Doelstelling => wat wil het bedrijf?
  • Maximale winst
  • Maximale omzet
  • Break even

Slide 14 - Slide

Marginale kosten
  • Marginaal = 1 extra
  • Marginale kosten = kosten van 1 extra
  • 50 producten => extra kosten van 51e product
  • Constante kosten vallen weg!
  • Proportioneel => MK = GVK

Slide 15 - Slide

Marginale opbrengsten
  • Marginaal = 1 extra
  • Marginale opbrengsten = opbrengsten van 1 extra (niet winst)
  • 50 producten => extra opbrengsten van 51e product
  • Volkomen concurrentie => MO=GO=P

Slide 16 - Slide

Maximale winst
  • Zolang MO groter is dan MK blijf je produceren!
  • Net zolang tot MO=MK
  • Bedrijf maakt afzet/hoeveelheid (q) die hoort bij MO=MK

Slide 17 - Slide

Doelstelling

Slide 18 - Slide

Break-even afzet
  • Winst = 0
  • Totale opbrengst (TO) = Totale kosten (TK)
  •  En ook: Gemiddelde totale opbrengst

Slide 19 - Slide

Maximale omzet
  • Zolang MO groter is dan 0 blijf je produceren!
  • Net zolang tot MO=0
  • Bedrijf maakt afzet/hoeveelheid (q) die hoort bij MO=0

Slide 20 - Slide

Break even afzet
  • Winst = 0
  • Totale opbrengsten (TO) = Totale kosten (TK)
  • Ook: Gemiddelde totale opbrengsten (GO) = Gemiddelde totale kosten (GTK)
  • Bijvoorbeeld: semi-overheid

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide