1 een langer deel van de snaren laten trillen 2 een korter deel van de snaren laten trillen. 3 een dunnere snaar gebruiken 4 een dikkere snaar gebruiken 5 de snaar losser te spannen
6 de snaar strakker te spannen
De violiste op de foto verandert met haar vingers de toonhoogte van de viool. Schrijf drie manieren op hoe ze een lagere toon kan maken.
Juist
Niet juist
1
2
3
4
5
6
Slide 20 - Drag question
hoogte van de bergen en de diepte van de dalen zegt wat over de:
Frequentie zegt wat over de:
Geluidssterkte meten we in:
Frequentie meten we in:
Hertz
Decibel
Toonhoogte
Geluidssterkte
Slide 21 - Drag question
Wat is de eenheid van toonhoogte?
A
Bequerel
B
Decibel
C
Hertz
D
Seconde
Slide 22 - Quiz
Welke diagram hoort bij deze toonhoogte?
A
B
Slide 23 - Quiz
Wat heeft GEEN invloed op de toonhoogte van een trillende snaar?
A
De dikte van de snaar
B
Hoe hard je de snaar aanslaat
C
De lengte van de snaar
D
De spanning van de snaar
Slide 24 - Quiz
De toonhoogte van een geluid kan verschillen. Welke bewering is waar?
A
De toonhoogte van een geluid hangt af van de frequentie van de trilling.
B
De toonhoogte van een geluid hangt af van de amplitude van de trilling
C
De sterkte van een geluid hangt af van de frequentie van de trilling.
D
De sterkte van een geluid hangt af van de trillingstijd van de trilling.
Slide 25 - Quiz
hoge frequentie
lage frequentie
meer decibel
minder decibel
Slide 26 - Drag question
hoogte van de bergen en de diepte van de dalen zegt wat over de:
Frequentie zegt wat over de:
Geluidssterkte meten we in:
Frequentie meten we in:
Hertz
Decibel
Toonhoogte
Geluidssterkte
Slide 27 - Drag question
Wat is het frequentiebereik van het menselijk gehoor?