Toonhoogte

GELUID
Pak je boek, aantekenschrift, BINAS en rekenmachine.
1 / 29
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

GELUID
Pak je boek, aantekenschrift, BINAS en rekenmachine.

Slide 1 - Slide

TOONHOOGTE

Slide 2 - Slide

Wat weet je nog van de vorige les?

Slide 3 - Mind map

WAT GAAN WE DOEN?
  • Introductie
  • Trillingstijd
  • Voorbeeld opgave
Terugblik vorige les
Je kunt de frequentie van een toon berekenen met behulp van een oscilloscoop.
Uitleg met voorbeelden en zelfstandig opgaven maken
Samenvatting
Op het einde van de les huiswerk bepalen

Slide 4 - Slide

TRILLINGSTIJD
TRILLINGSTIJD = de tijd die nodig is voor één hele trilling.

Slide 5 - Slide

Trillingstijd
0,5 ms/DIV
Bereken de trillingstijd.

Slide 6 - Slide

TRILLINGSTIJD 1
Wat is de trillingstijd van deze toon?
  • 5 trillingen = 0,1 s
  • 1 trilling = 0,1s : 5
  • Trillingstijd (T) = 0,02 s

Slide 7 - Slide

TRILLINGSTIJD 2
Wat is de trillingstijd van deze toon?
  • 10 trillingen = 0,001 s
  • 1 trilling = 0,001s : 10
  • Trillingstijd (T) = 0,0001 s

Slide 8 - Slide

FREQUENTIE
FREQUENTIE = hoe vaak trilt iets in één seconde.

Slide 9 - Slide

FREQUENTIE
Frequentie = 1 : Trillingstijd (sec)


BINAS: 8-2
f=​T​​1​​

Slide 10 - Slide

FREQUENTIE 1
Wat is de frequentie van deze toon?
Trillingstijd (T) = 0,02 s
  • f = 1 : T
  • f = 1 : 0,02
  • f = 50 Hz
  • Kun je deze toon horen?

Slide 11 - Slide

FREQUENTIE 2
Wat is de frequentie van deze toon?
Trillingstijd (T) = 0,0001 s
  • f = 1 : T
  • f = 1 : 0,0001
  • f = 10.000 Hz
  • Kun je deze toon horen?

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

AAN DE SLAG

Slide 15 - Slide

AAN DE SLAG
Waar
Werkboek paragraaf 10.2
Wat
Opgave 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
Hulp
Docent of klasgenoot
Tijd
20 minuten
Klaar
opgave 9 en 12

Slide 16 - Slide

Schrijf 2 dingen op die je deze les geleerd hebt.

Slide 17 - Open question

QUIZ
<a href="https://quiz.ntr.nl/quiz/start/quiz_id/220">https://quiz.ntr.nl/quiz/start/quiz_id/220</a>

Slide 18 - Slide

zet het juiste begrip bij de juiste omschrijving
amplitude
trillingstijd
frequentie
maximale uitwijking van de trilling
tijd van een trilling
toonhoogte

Slide 19 - Drag question

1 een langer deel van de snaren laten trillen
2 een korter deel van de snaren laten trillen.
3 een dunnere snaar gebruiken
4 een dikkere snaar gebruiken
5 de snaar losser te spannen
6 de snaar strakker te spannen

De violiste op de foto verandert met haar vingers de toonhoogte van de viool. Schrijf drie manieren op hoe ze een lagere toon kan maken.
Juist
Niet juist
1
2
3
4
5
6

Slide 20 - Drag question

hoogte van de bergen en de diepte van de dalen  zegt wat over de:
Frequentie zegt wat over de:
Geluidssterkte meten we in: 
Frequentie meten we in:
Hertz
Decibel
Toonhoogte
Geluidssterkte

Slide 21 - Drag question

Wat is de eenheid van toonhoogte?
A
Bequerel
B
Decibel
C
Hertz
D
Seconde

Slide 22 - Quiz

Welke diagram hoort bij deze toonhoogte?
A
B

Slide 23 - Quiz


Wat heeft GEEN invloed op de toonhoogte van een trillende snaar?
A
De dikte van de snaar
B
Hoe hard je de snaar aanslaat
C
De lengte van de snaar
D
De spanning van de snaar

Slide 24 - Quiz

De toonhoogte van een geluid kan verschillen.
Welke bewering is waar?
A
De toonhoogte van een geluid hangt af van de frequentie van de trilling.
B
De toonhoogte van een geluid hangt af van de amplitude van de trilling
C
De sterkte van een geluid hangt af van de frequentie van de trilling.
D
De sterkte van een geluid hangt af van de trillingstijd van de trilling.

Slide 25 - Quiz

hoge frequentie
lage frequentie
meer decibel
minder decibel

Slide 26 - Drag question

hoogte van de bergen en de diepte van de dalen  zegt wat over de:
Frequentie zegt wat over de:
Geluidssterkte meten we in: 
Frequentie meten we in:
Hertz
Decibel
Toonhoogte
Geluidssterkte

Slide 27 - Drag question

Wat is het frequentiebereik van het menselijk gehoor?

Slide 28 - Open question

begrijp je het onderwerp toonhoogte?
A
ja
B
nee

Slide 29 - Quiz