H5 par. 4 Het einde van de Koude Oorlog

De Koude Oorlog
  • Aan het einde van deze les kan ik: 
1 / 26
next
Slide 1: Slide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

De Koude Oorlog
  • Aan het einde van deze les kan ik: 

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
Aan het einde van de les weet ik:
  • Welke veranderingen Gorbatsjov in gang zette. 
  • Wat er gebeurde met de Berlijnse muur en het Ijzeren gordijn. 
  • Wat de Duitse eenwording betekende voor de Duitsers. 
  • En ken ik de begrippen, jaartallen en belangrijke personen uit deze paragraaf.

Slide 2 - Slide

Koude oorlog te duur voor de SU. 
  •  De SU wilden ook atoomwapens maken, nadat VS Japan had gebombardeerd (wapenwedloop)
  • Voor de SU was dit uiteindelijk lastiger vanwege slechte economie. 
  • Gorbatsjov zag dat er veranderingen nodig waren... 

Slide 3 - Slide

1985 Gorbatsjov
  • Besloot tot een perestrojka.
  • Verandering/ hervorming.
  • Bestuur en economie verbeteren.

Slide 4 - Slide

4 veranderingen:
  1. Regering bemoeide zich minder met de economie: privé bedrijven die zelf mochten bepalen wat zij produceerden en hoeveel. 
  2. Ontwapening: minder geld aan het leger kwijt.
  3. Glasnost: 'openheid'. Meer vrijheid van meningsuiting.
  4. Democratischer bestuur: gekozen regering en president, meerdere partijen.

Slide 5 - Slide

Ontwapening. 
-Ontwapening (1987): Gorbatsjov en Reagan hierbij belangrijk!
-SU stuurt zijn leger niet meer naar Oostbloklanden om opstanden e.d. neer te slaan.
-Russische soldaten uit Afghanistan (1988) werden weggehaald.

Slide 6 - Slide

Rode cijfers in het Oosten
Ook in de communistische Oostbloklanden ging het niet goed met de economie.
- bevolking verdiende te weinig
- De DDR (en Oost Europa) was vergeleken met de BRD (en West Europa) straatarm,
- industrie was verouderd,
- verkoop lag laag, 
- DDR kreeg steeds meer schulden

Slide 7 - Slide

Oost Duitsers worden onrustig. 
  • Honecker, de leider van de DDR, was tegen elke verandering. Niet blij met ideeën Gorbatsjov.
  • Deed weinig om de situatie te verbeteren.
  • Bevolking van de DDR accepteerde dat niet meer:\
  • Demonstraties en stakingen.

Slide 8 - Slide

De val van de muur
  • De druk werd zo groot dat de Oost-Duitse regering de doorgangen op 9 november 1989 in de Berlijnse Muur wel moest openen: vrij naar het westen reizen. 

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Gevolgen val van Berlijnse Muur
- Duizenden mensen vertrokken van Oost naar West- Duitsland.
- Daar was luxe en mooie winkels.
- In Oost-Duitsland veel armoede, staat bepaalde lonen.
- Dit was een ramp voor Oost-Duitsland: liep leeg! 
- De West-Duitse leider Kohl wilde een Duitse eenwording.  

Slide 11 - Slide

Duitse eenwording is een feit. 
- Voor het eerst democratische verkiezingen in de DDR.
- Partij van Kohl deed ook mee en kreeg de meeste stemmen.
- Het Oost-Duitse parlement stemde in 1990 voor de opheffing van de DDR.
- In oktober 1990 werden de BRD en de DDR weer één land: Duitse eenwording.

Slide 12 - Slide

Gevolgen voor de Duitsers
- Het vroegere West-Duitsland was economisch sterk.
- Hier profiteerde Oost-Duitsland van.
-De omschakeling van communisme naar vrijemarkt economie kostte veel geld.
-Alle Duitsers (Ossi’s en Wessi’s) betaalden hieraan mee via een hogere belasting.

Slide 13 - Slide

Het voormalige Oost-Duitsland werd dus ook kapitalistisch.
Gevolgen:
- Prijzen stegen,
- Fabrieken moesten sluiten,
- Mensen werden werkloos,
- In het communisme had iedereen altijd werk.

Slide 14 - Slide

Gevolgen bondgenootschappen
  • Ook andere Oostbloklanden werden na 1989 kapitalistisch.
  • Na de val van de Berlijnse Muur valt twee jaar later het Warschaupact en de SU. 
  • Oost-Europese landen werden zelf lid van de NAVO. 
  • In 2004 sloten acht Europese landen zich ook aan bij de Europese Unie

Slide 15 - Slide

Wat betekent de Koude Oorlog?
A
Een oorlog gevoerd in een koude periode
B
Een oorlog waarin veel actie ondernomen wordt
C
Een oorlog waarin weinig actie ondernomen wordt

Slide 16 - Quiz

De Koude Oorlog begint:
A
na de nederlaag van Duitsland
B
de dood van Roosevelt (april 1945)
C
de nederlaag van Japan
D
na WOII in 1945

Slide 17 - Quiz

Na de Tweede Wereldoorlog was er al snel een nieuwe vijand voor de VS.
Wat was de nieuwe vijand van de VS?
A
het kapitalisme
B
het liberalisme
C
het socialisme
D
het communisme

Slide 18 - Quiz

Kapitalisme
A
Westen
B
Oosten

Slide 19 - Quiz

Wat is Marshallhulp?
A
Hulp aan arme kinderen in Afrika
B
Economische hulp van de VS aan Europa na WOII
C
Hulp voor de SU tijdens de Koude Oorlog.
D
Militaire hulp van de VS

Slide 20 - Quiz

Planeconomie
A
Westen
B
Oosten

Slide 21 - Quiz

Vrije markteconomie past bij
A
communisme
B
kapitalisme

Slide 22 - Quiz

Vraag en aanbod bepalen hoeveel auto's er gemaakt worden.
A
Planeconomie
B
vrijemarkteconomie
C
vrije economie
D
slimme economie

Slide 23 - Quiz

GLASNOST was openheid over het bestuur van het land. Mensen kregen ook meer vrijheid om hun mening te uiten.
Welke politicus voerde deze hervormingen in?
A
Chroesjtsjov
B
Gorbatsjov
C
Stalin

Slide 24 - Quiz

Welke bewering over de politiek van Gorbatsjov is juist? Gorbatsjov wilde:
A
afschaffing van het communisme.
B
hervorming van het communisme.
C
uitbreiding van de macht van de Sovjet-Unie.
D
versterking van de staatsbedrijven.

Slide 25 - Quiz


Hoe werden de ECONOMISCHE HERVORMINGEN in de SU in de tweede helft van de jaren '80 genoemd?
A
Glasnost
B
Kapitalisme
C
Perestrojka

Slide 26 - Quiz