Argumentatieleer: geldige redeneringen en drogredenen

De kracht van argumentatieleer

1 / 39
next
Slide 1: Slide
New lesson editorFilosofieSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 5,6

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

De kracht van argumentatieleer

Vakfiche

Je onderscheidt de 4 basisvormen van voorwaardelijke redeneringen.

Je legt uit welke basisvorm een geldige of ongeldige redeneervorm is.

Je legt uit op basis van de vier basisvormen of een gegeven redenering geldig of ongeldig is.

Je bouwt een eigen argumentatie op over een gegeven filosofische thema aan de hand van de vier basisvormen.

De 4 basisvormen zijn:

• bevestiging van de antecedens of modus ponens

• bevestiging van het consequens

• ontkenning van het antecedens

• ontkenning van het consequens of modus tollens

Je herkent en benoemt drogredenen in een gegeven voorbeeld.

Wat is argumentatieleer?

Argumentatieleer onderzoekt hoe we redeneringen opbouwen, analyseren en evalueren zodat we ze logisch kunnen beoordelen.

Waarom is logisch redeneren belangrijk?

Logisch redeneren helpt misverstanden voorkomen, overtuigender spreken en kritisch analyseren van argumenten.

Wat is een voorwaardelijke redenering?

Voorbeeld

"Als het regent, wordt de straat nat."

Een redenering waarbij iets alleen gebeurt als aan een voorwaarde voldaan is.

Uitleg

Wat is een voorwaarde in redeneringen?

A

Een uitspraak zonder bewijs.

B

Een situatie die iets anders beïnvloedt.

C

Een feit zonder gevolgen.

D

Een onmogelijke situatie.

Welke uitspraak is een voorwaardelijke uitspraak?

A

De lucht is blauw.

B

De zon schijnt vandaag.

C

Ik eet graag pizza.

D

Als het koud is, draag ik een jas.

De 4 basisvormen: overzicht

1. Bevestiging antecedens (modus ponens) 2. Bevestiging consequens 3. Ontkenning antecedens 4. Ontkenning van het consequens (modus tollens)

Bevestiging van het antecedens (modus ponens)

Als P, dan Q.

P klopt. Dus: Q geldt.

Voorbeeld: Als ik studeer, slaag ik. Ik studeer. Dus: ik slaag.

Wat is modus ponens?

A

Als P waar is, dan Q is waar.

B

Als P waar is, dan P is waar.

C

Als Q waar is, dan P is waar.

D

Als Q niet waar is, dan P is waar.

Welke uitspraak is modus ponens?

A

Ik ga wandelen, dus het is zonnig.

B

Het is zonnig, dus ik ga wandelen.

C

Als het zonnig is, ga ik wandelen.

D

Als ik wandel, is het zonnig.

Wat is een andere benaming voor modus ponens?

A

Ontkenning van de antecedens

B

Bevestiging van de antecedens

C

Ontkenning van het consequens

D

Bevestiging van het consequens

Ontkenning van het consequens (modus tollens)

Als P, dan Q.
Q niet.
Dus: P niet.

Voorbeeld: Als het sneeuwt, is het koud. Het is niet koud. Dus: het sneeuwt niet.

Als het regent, dan is de straat nat. De straat is niet nat. Wat kunnen we concluderen?

A

Het is droog.

B

Het is bewolkt.

C

Het regent wel.

D

Het regent niet.

Welke uitspraak volgt uit modus tollens?

A

Als P, dan Q

B

Als niet Q, dan niet P

C

Als niet P, dan Q

D

Als Q, dan niet P

Wat is een andere benaming voor modus tollens?

A

Ontkenning van de antecedens

B

Bevestiging van de antecedens

C

Ontkenning van het consequens

D

Bevestiging van het consequens

Bevestiging van het consequens

Als P, dan Q. Q klopt. Dus: P klopt.

Voorbeeld: Als ik ziek ben, blijf ik thuis. Ik blijf thuis. Dus: ik ben ziek? (Niet geldig!)

Ontkenning van het antecedens

Als P, dan Q. P niet. Dus: Q niet.

Voorbeeld: Als het regent, wordt ik nat. Het regent niet. Dus: ik word niet nat? (Niet geldig!)

Wat betekent 'geldigheid' in argumentatie?

A

Een argument volgt logisch uit de premissen

B

Een argument is altijd waar

C

Een argument kan nooit onjuist zijn

D

Een argument is subjectief

Als P, dan Q. P niet.

Dus: Q niet.

Als P, dan Q. Q klopt.

Dus: P klopt.

Als P, dan Q.

P klopt. Dus: Q geldt.

Als P, dan Q.
Q niet.
Dus: P niet.

Ontkenning van het antecedens

Ontkenning van het consequens

Bevestiging van het consequens

Bevestiging van het antecedens

Geldig

Niet geldig

Ontkenning van het antecedens

Ontkenning van het consequens

Bevestiging van het consequens

Bevestiging van het antecedens

Geldige versus ongeldige vormen

- Bevestiging van het consequens - Ontkenning van het antecedens

- Modus ponens - Modus tollens

Geldige vormen

Ongeldige vormen

Oefening: geldige en ongeldige redeneringen

Bepaal bij elk voorbeeld of de redenering geldig of ongeldig is. Benoem het type.

Voorbeeld 1

Stelling

Als het hard waait, vallen takken van de bomen. Het waait hard. Dus: takken vallen van de bomen.

Voorbeeld 1

Stelling

Analyse

Dit is modus ponens: geldig.

Als het hard waait, vallen takken van de bomen. Het waait hard. Dus: takken vallen van de bomen.

Voorbeeld 2

Als ik te laat ben, mis ik de trein. Ik mis de trein. Dus: ik was te laat.

Stelling

Voorbeeld 2

Als ik te laat ben, mis ik de trein. Ik mis de trein. Dus: ik was te laat.

Analyse

Dit is bevestiging van het consequens: ongeldig.

Stelling

Wat zijn drogredenen?

Drogredenen zijn fouten in een redenering waardoor het lijkt alsof een argument klopt, terwijl dat eigenlijk niet zo is.

Veelvoorkomende drogredenen

- Cirkelredenering - Persoonlijke aanval - Onjuist oorzaak-gevolg - Overhaaste generalisatie

Iedereen zegt dat deze film slecht is, dus hij is slecht.

A

Persoonlijke aanval

B

Cirkelredenering

C

Onjuist oorzaak-gevolg

D

Overhaaste generalisatie

Jij vindt het niet leuk, dus je hebt geen smaak.

A

Cirkelredenering

B

Onjuist oorzaak-gevolg

C

Overhaaste generalisatie

D

Persoonlijke aanval

Als het vandaag regent, dan gaat het morgen ook regenen.

A

Cirkelredenering

B

Persoonlijke aanval

C

Onjuist oorzaak-gevolg

D

Overhaaste generalisatie

Iedereen in onze klas houdt van pizza, dus iedereen houdt van Italiaans eten.

A

Persoonlijke aanval

B

Cirkelredenering

C

Overhaaste generalisatie

D

Onjuist oorzaak-gevolg

Welke zin is een cirkelredenering?

A

Het bewijs is overtuigend.

B

De feiten zijn duidelijk.

C

Het is waar omdat het zo is.

D

Dit is logisch verklaard.

Welke van de volgende is cirkelredenering?

A

Vriendelijkheid leidt tot goede relaties.

B

Eerlijke mensen zijn altijd betrouwbaar.

C

Alleen goede mensen zijn eerlijk.

D

Goede mensen zijn altijd vriendelijk.

Drogredenen

  1. Cirkelredenering = je gebruikt je conclusie als bewijs voor zichzelf.
    “Dat is waar, want het klopt.”

  2. Persoonlijke aanval = je valt de persoon aan in plaats van het argument.
    “Jij hebt daar geen gelijk in, want jij weet daar toch niks van.”

  3. Onjuist oorzaak-gevolg = je denkt dat iets de oorzaak is, zonder bewijs.
    “Ik droeg mijn geluksarmband en won, dus daardoor won ik.”

  4. Overhaaste generalisatie = je trekt een algemene conclusie uit te weinig voorbeelden.
    “Twee leerlingen waren te laat, dus die klas is altijd te laat.”

Zelf oefening: drogredenen

Zoek één drogreden in de actualiteit en leg uit waarom het een drogreden is.

Doe-opdracht: bouw een redenering

Kies een filosofisch thema en bouw een argumentatie met minstens twee geldige en één ongeldige basisvorm.

Reflectie: wat heb je geleerd?

Welke basisvormen kun jij nu herkennen? Waarom zijn geldige argumenten belangrijk?