Past Simple & Present Perfect

English
The one with some grammar
1 / 15
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 15 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 10 min

Items in this lesson

English
The one with some grammar

Slide 1 - Slide

Past Simple

Slide 2 - Mind map

Past Simple
Past Simple = ww + ed
- verleden tijd
- plaatsgevonden en afgelopen
- wanneer is belangrijk
- Signaalwoorden: last week, in 2012

:) They cleaned the house last week



Slide 3 - Slide

Past Simple
Hoe maak je de Past Simple?
WW + ed / 2e rijtje

:) They cleaned the house last week
:( They didn't clean the house last week
? Did they clean the house last week?

Let op! Onr. ww = 2e rijtje
:) He wrote a letter to her yesterday
:( He didn't write a letter to her yesterday
? Did he write a letter to her yesterday?



Slide 4 - Slide

Past Simple
Hoe maak je een vraag zin of een ontkennende zin?
Gebruik did & didn't + het hele werkwoord

:( They didn't clean the house last week
? Did they clean the house last week?


:( He didn't write a letter to her yesterday
? Did he write a letter to her yesterday?



Slide 5 - Slide

Any questions?

Slide 6 - Slide

Present Perfect
Wanneer gebruik je deze tijd?
- heeft plaatsgevonden, maar heeft nog steeds effect

Hoe gebruik je deze tijd?
- have/has + voltooid deelwoord

Let op!
- niet hetzelfde als de Past Simple

Slide 7 - Slide

Wanneer gebruik je deze tijd?
- heeft plaatsgevonden, maar heeft nog steeds effect

1. Is in het verleden begonnen en is nog steeds aan de gang

I have lived in Dedemsvaart since 2019
She has played football for  10 years

Signaalwoorden: for, since

Slide 8 - Slide

Wanneer gebruik je deze tijd?
- heeft plaatsgevonden, maar heeft nog steeds effect

2. je praat over ervaringen (in je leven tot nu toe)

John has already  visited London twice!
They have never seen the Big Ben.

Signaalwoorden: ever, never, already, yet, before, recently, lately

Slide 9 - Slide

Wanneer gebruik je deze tijd?
- heeft plaatsgevonden, maar heeft nog steeds effect

3. je merkt nu het resultaat van iets in het verleden

Look! They have painted their house!
Oh no! I've missed my train!

Let op! Er staat niet in de zin wanneer het is gebeurd, dat is niet belangrijk.

Slide 10 - Slide

Present Perfect
Wanneer gebruik je deze tijd?
- heeft plaatsgevonden, maar heeft nog steeds effect

Hoe gebruik je deze tijd?
- have/has + voltooid deelwoord

Let op!
- niet hetzelfde als de Past Simple

Slide 11 - Slide

Hoe gebruik je deze tijd?
- have/has + voltooid deelwoord

Voltooid deelwoord = ww + ed
I have worked here for 5 years

Onregelmatig werkwoord? = 3e rijtje
She has never seen him in real life.

to see - saw - seen

Slide 12 - Slide

I
you
He/She/it
We
You
They
have
have
has
have
have
have

Slide 13 - Drag question

Present Perfect
Wanneer gebruik je deze tijd?
- heeft plaatsgevonden, maar heeft nog steeds effect

Hoe gebruik je deze tijd?
- have/has + voltooid deelwoord

Let op!
- niet hetzelfde als de Past Simple!

Slide 14 - Slide

Present Perfect

- In het verleden begonnen en nog steeds effect/aan de gang
- wanneer staat (meestal) niet in de zin.

- have/has + ww + ed/ 3e rijtje

Past Simple

- In het verleden begonnen en afgelopen
- wanneer staat (meestal) wel in de zin.

- ww + ed / 2e rijtje

Slide 15 - Slide