Les 39

Telefoon
  • De leerlingen hebben hun telefoon thuis, in de kluis of in het Zakkie
  • Wanneer de leerling toch de telefoon erbij pakt, volgt een eerste waarschuwing
  • De leerling wordt in de gelegenheid gesteld zich te corrigeren en zijn/haar telefoon alsnog in het Zakkie te doen. 
  • Wanneer een leerling geen Zakkie bij zich heeft, dan dient de leerling deze thuis op te halen of een nieuwe te kopen bij de balie (5 euro). 
  • Wanneer een leerling weigert volgt de procedure van “eruit gestuurd”.  
Welkom WBE!
Startklaar?
1 / 27
next
Slide 1: Slide
NT2ISK

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Telefoon
  • De leerlingen hebben hun telefoon thuis, in de kluis of in het Zakkie
  • Wanneer de leerling toch de telefoon erbij pakt, volgt een eerste waarschuwing
  • De leerling wordt in de gelegenheid gesteld zich te corrigeren en zijn/haar telefoon alsnog in het Zakkie te doen. 
  • Wanneer een leerling geen Zakkie bij zich heeft, dan dient de leerling deze thuis op te halen of een nieuwe te kopen bij de balie (5 euro). 
  • Wanneer een leerling weigert volgt de procedure van “eruit gestuurd”.  
Welkom WBE!
Startklaar?

Slide 1 - Slide

Leerdoelen
  • Je weet het verschil tussen groente en fruit. 
  • Je weet wat zoet/ zout/ zuur en bitter is.

Slide 2 - Slide


A
het fruit
B
het frout
C
het vruit
D
de appel

Slide 3 - Quiz


A
de toomaat
B
de tomato
C
de appel
D
de tomaat

Slide 4 - Quiz


A
de komkomer
B
de komenkomer
C
de komkommer
D
de kwamkwammer

Slide 5 - Quiz


A
de wortel
B
de wortul
C
de woortul
D
het wortel

Slide 6 - Quiz


A
de sla
B
de slaa
C
de salat
D
het sla

Slide 7 - Quiz


A
de prie
B
de prij
C
de prei
D
het prei

Slide 8 - Quiz


A
de iu
B
de eu
C
de ui
D
het ui

Slide 9 - Quiz


A
de groonte
B
de greonte
C
het groente
D
de groente

Slide 10 - Quiz


A
de druiven
B
de driuven
C
de drouven
D
het dreuven

Slide 11 - Quiz


A
de pier
B
de peer
C
het peer
D
de peur

Slide 12 - Quiz

Groente 
Fruit

Slide 13 - Drag question

Pak je map!
smaken:

Slide 14 - Slide

Pak je map!
Schrijf: zoet / zout / zuur 

Schrijf: wat is zoet? Wat is zout? Wat is zuur?

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Welke weet je nog meer?

Slide 22 - Slide

Schrijf ook: zoet/ zout/ zuur/ bitter

Slide 23 - Slide

Wat zit er in mijn tas???
Schrijf allemaal 1 vraag op. 
Bijvoorbeeld: Is het zoet?
Is het bitter?
Is het rond?
Is het rood?
Is het geel?

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Link

Wat vind je lekker?
Vies                  niet lekker          lekker               heerlijk 

Slide 26 - Slide

Lekker en niet lekker
heerlijk vinden:                                  Wij vinden aubergine heerlijk.
lekker vinden:                                     Ik vind mais lekker
niet lekker vinden.                            Hij vindt tomaat niet lekker. 
vies vinden:                                         Zij vindt wortel vies.

Schrijf in je map!!

Slide 27 - Slide