Les 44.2 - herhaling elektromagnetisme

Herhaling 
elektromagnetisme
Lesplanning:
  1. Herhaling a.d.h.v. 3 meerkeuzevragen:
    - rechterhandregels
    - flux en inductiespanning
  2. Rangschikken
  3. *klassikale opgave
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Herhaling 
elektromagnetisme
Lesplanning:
  1. Herhaling a.d.h.v. 3 meerkeuzevragen:
    - rechterhandregels
    - flux en inductiespanning
  2. Rangschikken
  3. *klassikale opgave

Slide 1 - Slide

This item has no instructions


Waar bevindt zich de zuidpool van de
magneet?
A
Bij A.
B
Bij B.
C
Bij C.

Slide 2 - Quiz

This item has no instructions

Een draadraam hangt in een magneetveld zoals in de tekening is weergegeven.
De noordpool van de magneten zijn zwart getekend in de figuur. Er gaat een stroom lopen in de aangegeven richting.
Wat gebeurt er met het draadraam?
A
Niets.
B
Het draait met de klok mee (bovenaanzicht). Rechterkant komt het papier uit (vooraanzicht).
C
Het draait tegen de klok in (bovenaanzicht). Linkerkant komt het papier uit (vooraanzicht).
D
Het raam beweegt naar een van de polen van de magneten.

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions


De lorentzkracht
Bij een magneetveld loodrecht op de beweegrichting van een geladen deeltje, werkt er een Lorentzkracht op dat deeltje. 
F​l​​=B⋅I⋅l
F​l​​=B⋅q⋅v

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Wet van Lenz
Als een magneet een spoel nadert, is er een toename van de flux. De inductiestroom in de spoel veroorzaakt, volgens de wet van Lenz, een flux in tegengestelde richting (tegenflux).

Wanneer de magneet van de spoel af beweegt, is er een afname van de flux. De inductiestroom in de spoel veroorzaakt dan een flux in dezelfde richting (meeflux). De stroomrichting is omgekeerd. 

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

In een draad loopt een constante stroom. Een vierkante spoel (één winding) wordt naar de draad toe geschoven. De inductiestroom in de spoel is...
A
met de klok mee.
B
tegen de klok in.

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Rangschikken
Herhaling van elektromagnetisme
groepen van 6

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 1
Zes geladen deeltjes met gelijke massa en beginsnelheid en een verschillende lading worden in verschillende homogene mageetvelden geplaatst.  Op de kaartjes zijn de cirkelvormige paden van de ladingen afgebeeld. 

Rangschik de situaties (kaartje A t/m F) van de grootste naar de kleinste resulterende kracht op het deeltje.

Slide 8 - Slide

Fnetto = Fmpz 
m*v² / r 

Des te kleiner de baanstraal, des te groter de kracht.
Opdracht 2
Zes geladen deeltjes met gelijke massa en beginsnelheid en een verschillende lading worden in verschillende homogene mageetvelden geplaatst.  Op de kaartjes zijn de cirkelvormige paden van de ladingen afgebeeld. 

Rangschik de situaties (kaartje A t/m F) van het grootste naar het kleinste magneetveld.

Slide 9 - Slide

Fl = Fmpz 
B * q * v = m * v^2 / r
B * q = m * v / r

B = m *v / (r * q)

Des te groter de som van r * q des te kleiner B.
Opdracht 3
Geladen deeltjes worden met een beginsnelheid in
punt P geplaatst. Punt P bevindt zich in een grote ruimte
met een homogeen elektrisch veld in de +x richting. Alle
deeltjes hebben dezelfde massa en worden één voor één
in het elektrisch veld geplaatst. 

Rangschik de situaties (kaartje A t/m F) van grootste naar
kleinste toename in kinetische energie in de eerste fractie
van een seconde.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Elektrische kracht
Bedoel je zo'n soort opdracht?

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Elektrische kracht
Bedoel je zo'n soort opdracht?
m = 20 g
L = 1,0 m
Gelijke lading
Hangen stil

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Twee evenwijdige koperen rails PQ
en RS zijn zij P en R geleidend
verbonden met een mA-meter.
De rails bevinden zich in een
homogeen magneetveld B (zie figuur).
De rails vormen een helling waarop een koperen staafje EF wordt gelegd. Als het staafje losgelaten wordt, rolt het naar beneden.


Slide 13 - Slide

This item has no instructions


Welke van de onderstaande bewegingen is waar?
A. Er loopt een stroom van E naar F en Bind wijst loodrecht naar beneden.
B. Er loopt een stroom van E naar F en Bind wijst loodrecht op de helling naar boven.
C. Er loopt een stroom van F naar E en Bind wijst loodrecht naar boven.
D. Er loopt een stroom van F naar E en Bind wijst loodrecht op de helling naar
     beneden.

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

De geleiders PQ en RS staan onder een hoek van 30∘ met de horizontaal. De geleiders bevinden zich in een homogeen magneetveld B dat verticaal omhoog gericht is. De sterkte van het magneetveld is 0,50 T.  De afstand tussen de geleiders is 40 cm. De staaf beweegt met een constante snelheid van 2,0 m/s en heeft een massa van 50 g.

Bereken de stroomsterkte door de staaf. Verwaarloos de wrijving.

Tip: FL is gelijk aan Fz,II

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Voorbereiden toets
oude examenopgaven, afsluitende opgavan H12 en H13, BeSmart,  ...




Tot het einde van de les.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions