Broederlijk Delen 2026

Broederlijk Delen 2024
1 / 40
next
Slide 1: Slide
GodsdienstSecundair onderwijs

This lesson contains 40 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Broederlijk Delen 2024

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Wat weet je over
Broederlijk Delen?

Slide 3 - Mind map

Slide 4 - Video

Hoeveel mensen lijden er honger in de wereld?
A
ongeveer 500 miljoen mensen
B
ongeveer 800 miljoen mensen
C
ongeveer 1 miljard mensen
D
ongeveer 1 ,2 miljard mensen

Slide 5 - Quiz

Volgens welke aanpak werken ze? Delen en ...
A
rechtvaardigheid
B
heersen
C
herverdelen
D
beheren

Slide 6 - Quiz

Met hoeveel organisaties werkt Broederlijk Delen samen?
A
meer dan 30
B
meer dan 50
C
meer dan 100
D
meer dan 200

Slide 7 - Quiz

Samen gaan ze de strijd aan tegen ongelijkheid en ondersteunen lokale initiatieven die hun stem laten horen voor de allerzwaksten. Wat willen ze bereiken?
Duid degene aan die NIET past.
A
voldoende eten
B
zorg dragen voor de natuur
C
mensen geld geven zodat ze iets kunnen opstarten
D
in vrede kunnen leven

Slide 8 - Quiz

Welke droom heeft Broederlijk Delen voor ogen? Kies de omschrijving die het best past.
A
Een duurzame, rechtvaardige wereld, zonder ongelijkheid
B
Een duurzame, rechtvaardige wereld, zonder gelijkheid
C
Een wereld zonder oorlog
D
Een wereld die opkomt tegen de klimaatopwarming.

Slide 9 - Quiz

Slide 10 - Video

Waarom gebruikt de video verhalen uit drie verschillende landen?
A
Om te tonen waar Broederlijk Delen het meeste geld investeert.
B
Om duidelijk te maken dat problemen rond rechtvaardigheid in verschillende vormen wereldwijd voorkomen.
C
Om te bewijzen dat ontwikkelingshulp alleen buiten Europa nodig is.
D
Om te laten zien dat wereldproblemen altijd dezelfde oorzaak hebben.

Slide 11 - Quiz

In het fragment over Bolivia wordt water een belangrijk thema. Wat maakt de situatie volgens de video problematisch voor lokale gemeenschappen?
A
Water wordt vooral gebruikt door grote steden in andere regio’s.
B
De overheid heeft nieuwe belastingen ingevoerd op watergebruik.
C
Door activiteiten zoals mijnbouw kan water vervuild raken terwijl lokale gemeenschappen afhankelijk zijn van datzelfde water.
D
Water wordt in grote hoeveelheden geëxporteerd naar andere landen.

Slide 12 - Quiz

Waarom komen gemeenschappen in Bolivia samen om hun water te beschermen?
A
Omdat waterbeheer hun regio meer politieke autonomie kan geven.
B
Omdat water een belangrijk exportproduct kan worden.
C
Omdat toegang tot zuiver water essentieel is voor gezondheid, landbouw en het dagelijks leven.
D
Omdat water nodig is voor nieuwe industriële projecten.

Slide 13 - Quiz

In het fragment over Congo wordt vrede als een belangrijk doel genoemd. Waarom is dat volgens de video zo belangrijk?
A
Omdat vrede nodig is om buitenlandse investeringen aan te trekken.
B
Omdat spanningen en geweld het samenleven en de ontwikkeling van gemeenschappen verstoren.
C
Omdat Congo onder internationale druk staat om vrede te bewaren.
D
Omdat vrede nodig is om toerisme te ontwikkelen.

Slide 14 - Quiz

Wat proberen jongeren en lokale organisaties in Congo volgens de video concreet te doen?
A
Nieuwe politieke partijen oprichten.
B
De controle over grondstoffen opnieuw verdelen.
C
Internationale vredesmachten naar hun regio halen.
D
Dialoog en samenwerking tussen verschillende groepen stimuleren.

Slide 15 - Quiz

In het fragment over Palestina wordt de situatie van jongeren besproken. Welke rechten staan daarbij vooral centraal?
A
Culturele rechten zoals onderwijs in de eigen taal.
B
Burgerrechten en mensenrechten, zoals bescherming tegen geweld en eerlijke behandeling.
C
Economische rechten zoals werk en inkomen.
D
Politieke rechten zoals stemrecht bij verkiezingen.

Slide 16 - Quiz

Waarom verwijst de video naar bombardementen en arrestaties van jongeren in Palestina?
A
Om te tonen dat zulke ervaringen een grote impact hebben op hun veiligheid en toekomst.
B
Om te laten zien dat jongeren daardoor sneller volwassen worden.
C
Om te bewijzen dat internationale regels overal gelijk worden toegepast.
D
Om te verklaren waarom jongeren vaker naar het buitenland verhuizen.

Slide 17 - Quiz

Wat hebben de verhalen uit Bolivia, Congo en Palestina volgens de video met elkaar gemeen?
A
Internationale organisaties nemen de belangrijkste beslissingen in deze landen.
B
Economische groei staat centraal in alle verhalen.
C
Lokale mensen organiseren zich om problemen aan te pakken, vaak met steun van organisaties zoals Broederlijk Delen.
D
De oplossingen komen vooral van nationale regeringen.

Slide 18 - Quiz

Waarom benadrukt de video het werk van lokale organisaties?
A
Omdat internationale organisaties daar niet mogen werken.
B
Omdat lokale organisaties meestal meer financiële middelen hebben.
C
Omdat zij de problemen en context van hun gemeenschap het best kennen.
D
Omdat zij politieke macht hebben over hun regio.

Slide 19 - Quiz

Welke algemene boodschap wil de video met deze drie verhalen vooral meegeven?
A
Dat conflicten onvermijdelijk zijn in regio’s met veel grondstoffen.
B
Dat verandering mogelijk is wanneer mensen samenwerken en opkomen voor hun rechten.
C
Dat internationale politiek de enige oplossing biedt.
D
Dat economische groei altijd prioriteit moet krijgen.

Slide 20 - Quiz

Slide 21 - Video

Wat is de doelstelling van de rijkste landen?
A
Eerlijke handel en produceren voor iedereen.
B
Economisch verder groeien.

Slide 22 - Quiz

Voor wie is deze economische groei een nadeel?
A
arme landen
B
rijke landen

Slide 23 - Quiz

Kate Rayworth heeft het over een bepaald soort economie. Duid de correcte term aan:
A
de cirkeleconomie
B
de hedendaagse economie
C
de donuteconomie
D
de ecologische voetafdruk

Slide 24 - Quiz

Waarom gebruikt het model van de donuteconomie de vorm van een donut?
A
Omdat de economie rond consumptie draait.
B
Omdat de ideale economie zich bevindt tussen twee grenzen.
C
Omdat voedselproductie centraal staat in de economie.
D
Omdat economische groei altijd rond een gemiddeld niveau blijft.

Slide 25 - Quiz

Wat stelt de binnenkant van de donut (het gat) voor?
A
De economische groei van een land.
B
Mensen die meer consumeren dan de aarde aankan.
C
Mensen die niet over basisbehoeften beschikken.
D
Landen met weinig industrie.

Slide 26 - Quiz

Wat betekent het wanneer we buiten de donut gaan?
A
Dat landen economisch achteruitgaan.
B
Dat de planeet te zwaar belast wordt.
C
Dat mensen te weinig inkomen hebben.
D
Dat er te weinig internationale handel is.

Slide 27 - Quiz

Wat bedoelt het filmpje met de “sweet middle”?
A
Het punt waar bedrijven de meeste winst maken.
B
De plek waar economische groei het snelst gaat.
C
De zone waar iedereen goed kan leven zonder de aarde te beschadigen.
D
Het gemiddelde inkomen van een samenleving.

Slide 28 - Quiz

Welke van deze situaties hoort bij het gat van de donut?
A
Mensen hebben geen toegang tot voldoende voedsel of onderwijs.
B
De uitstoot van broeikasgassen is te hoog.
C
Er wordt te veel plastic geproduceerd.
D
De biodiversiteit neemt af.

Slide 29 - Quiz

Welke van deze situaties hoort bij buiten de donut?
A
Te weinig toegang tot gezondheidszorg.
B
Onvoldoende onderwijs.
C
Overmatige CO₂-uitstoot en milieuschade.
D
Gebrek aan inkomen.

Slide 30 - Quiz

Waarom vindt de donuteconomie dat we anders naar economische vooruitgang moeten kijken?
A
Omdat economische groei alleen voor rijke landen werkt.
B
Omdat economische groei niet automatisch betekent dat iedereen beter leeft.
C
Omdat economische groei onmogelijk is in moderne economieën.
D
Omdat economische groei verboden moet worden.

Slide 31 - Quiz

Wat wil het model van de donuteconomie vooral bereiken?
A
Meer internationale handel.
B
Snellere economische groei.
C
Een evenwicht tussen menselijke behoeften en de grenzen van de planeet.
D
Minder technologie gebruiken.

Slide 32 - Quiz

Waarom is het volgens het filmpje moeilijk om binnen de donut te blijven?
A
Omdat landen verschillende economische systemen hebben.
B
Omdat we zowel sociale problemen moeten oplossen als milieuschade moeten beperken.
C
Omdat technologie nog niet ver genoeg ontwikkeld is.
D
Omdat internationale organisaties het niet eens zijn.

Slide 33 - Quiz

Welke conclusie wil het filmpje vooral meegeven?
A
Dat economische groei volledig moet stoppen.
B
Dat een economie moet zorgen voor mens én planeet.
C
Dat rijke landen hun economie moeten verkleinen.
D
Dat internationale handel de belangrijkste oplossing is.

Slide 34 - Quiz

donuteconomie
  • De binnengrens staat voor de sociale fundering. Voor de mens zelf. Zodat de mens recht heeft op levensbehoeften en die ook krijgt bv. onderwijs, water, voedsel, energie,....
  • De buitengrens staat voor het ecologische plafond. De essentiële systemen die de aarde nodig heeft om te overleven: bv. zorg voor het klimaat
  • De economie hoeft niet meer te groeien, enkel in stand te worden gehouden, zodat we in de veilige zone terecht kunnen komen.

Slide 35 - Slide

Toepassingen

Slide 36 - Slide

Stel dat een land er in slaagt om armoede sterk te verminderen, maar tegelijk stijgen de CO₂-uitstoot en de ontbossing sterk. Waar bevindt dat land zich volgens het donutmodel?
A
In het gat van de donut.
B
In de donut zelf.
C
Buiten de donut (ecologische grenzen overschreden).
D
Exact in het midden van de donut.

Slide 37 - Quiz

Een land slaagt erin om de natuur goed te beschermen, maar veel mensen hebben nog geen toegang tot onderwijs, gezondheidszorg of voldoende voedsel. Waar bevindt dit land zich volgens de donuteconomie?
A
In het gat van de donut.
B
In de donut zelf.
C
Buiten de donut.
D
Aan de buitenste rand van de donut.

Slide 38 - Quiz

Stel dat een samenleving iedereen toegang geeft tot onderwijs, voedsel en gezondheidszorg én tegelijk haar uitstoot en vervuiling sterk vermindert. Waar bevindt die samenleving zich volgens het model?
A
In het gat van de donut.
B
In de donut zelf.
C
Buiten de donut.
D
Aan de rand van de donut maar nog niet erin.

Slide 39 - Quiz

In het filmpje van Broederlijk Delen zien we problemen in Palestina, Congo en Bolivia. Hoe kan je deze problemen het best plaatsen in het model van de donuteconomie?
A
Ze tonen vooral dat landen buiten de donut zitten omdat ze te veel natuurlijke hulpbronnen gebruiken.
B
Ze tonen dat veel mensen nog in het “gat van de donut” zitten omdat hun basisrechten en basisbehoeften niet volledig worden gerespecteerd.
C
Ze tonen dat deze landen al in de donut zitten maar nog meer economische groei nodig hebben.
D
Ze tonen dat economische groei altijd automatisch leidt tot sociale problemen.

Slide 40 - Quiz