This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Thema 8 - Geld
Slide 1 - Slide
Wat weten we nog? Vertaal deze woorden naar het Engels: arm - duur - pinautomaat - kassabon
Slide 2 - Open question
Doel van de les
* Ik probeer zoveel mogelijk woorden uit mijn hoofd te leren/weten.
* Ik kan woorden van het Engels naar het Nederlands vertalen en andersom.
* Ik kan minimaal 5 nieuw geleerde woorden, foutloos in het Engels schrijven.
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Video
Vragen stellen in het Engels
In vragen met met can - do - does of did hebben de woorden een vaste plaats.
Eerst can - do - does of did.
Dan de persoonsvorm.
Dan een werkwoord.
Bent u rijk?
Are you rich?
Is dit onze materiaalwagen?
Is this our cleaning cart?
Slide 5 - Slide
Wat is de vertaling, van: pakje/zakje
A
pocket
B
packet
Slide 6 - Quiz
Wat is de vertaling, van: klein
A
small
B
big
C
tiny
D
little
Slide 7 - Quiz
Wat is de vertaling, van: zakgeld
A
pocketmoney
B
cashmoney
C
cash
D
money
Slide 8 - Quiz
Hoi. Ik ben laat vandaag. Kun jij naar de supermarkt gaan voor mij? Ik heb nodig: sinaasappels, tandpasta en schoonmaakmiddelen. Vergeet de kassabon niet!
Slide 9 - Open question
Welk woord past bij deze afbeelding?
Slide 10 - Open question
Welk woord past bij deze afbeelding?
Slide 11 - Open question
Welk woord past bij deze afbeelding?
Slide 12 - Open question
Aan de slag!
Begin op 291.
Maak opdracht 1 tot en met 6 + extra opdracht.
Klaar? Studiemeter - Engels Vooraf Online - extra oefeningen - lezen - alle oefeningen.