De grote verkeerstoets

De grote verkeerstoets

1 / 49
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerkeerLager onderwijsLeerjaar 6

This lesson contains 49 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

De grote verkeerstoets

This item has no instructions

Soorten verkeerstekens

  • gevaarsborden

  • aanwijzingsborden

  • gebodsborden

  • verbodsborden

This item has no instructions

Tot welke soort behoren deze verkeersborden?

A

gevaarsborden

B

aanwijzingsborden

C

gebodsborden

D

verbodsborden

This item has no instructions

Gevaarsbord

Waarschuwt je voor een gevaar. Het zegt: ‘Pas op, hier …’


Uiterlijk:

  • Driehoekige vorm met rode rand.

  • In het bord staat er een afbeelding van het ‘gevaar’.

This item has no instructions

Tot welke soort behoren deze verkeersborden?

A

gebodsborden

B

aanwijzingsborden

C

gevaarsborden

D

verbodsborden

This item has no instructions

Aanwijzingsbord

Duidt iets aan. Het zegt: ‘Hier is...’


Uiterlijk:

  • (Vaak) rechthoekige vorm.

This item has no instructions

Tot welke soort behoren deze verkeersborden?

A

aanwijzingsborden

B

gebodsborden

C

verbodsborden

D

gevaarsborden

This item has no instructions

Gebodsbord

Verplicht je om iets te doen. Het zegt: ‘Je moet hier …’


Uiterlijk:

  • rond

  • blauwe kleur

This item has no instructions

Tot welke soort behoren deze verkeersborden?

A

aanwijzingsborden

B

gebodsborden

C

verbodsborden

D

gevaarsborden

This item has no instructions

Verbodsbord

Verbiedt je om iets te doen. Het zegt: ‘Je mag hier niet …’


Uiterlijk:

  • rond

  • rode rand

This item has no instructions

Sleepvraag



Gevaarsbord: Pas op, hier...

Aanwijzingsbord: Hier is...

Gebodsbord: Je moet hier...

Verbodsbord: Je mag hier niet...

This item has no instructions

  • Tot welke categorie behoren deze borden?

This item has no instructions

  • Zijn er gelijkenissen / verschillen met vorige borden?

This item has no instructions

  • Staan op plaatsen waar

    • iemand voorrang heeft
      (eerst door mag rijden)

    • iemand voorrang moet geven (moet wachten)

Voorrangsborden

This item has no instructions

  • Staan op plaatsen waar

    • iemand voorrang heeft eerst door mag rijden (eerst door mag rijden)

    • iemand voorrang moet geven (moet wachten)

  • Bedoeld voor bestuurders:

    • fietsers

    • autobestuurders

    • bromfietsers / motorrijders

Voorrangsborden

This item has no instructions


Welke uitleg hoort bij welk bord?

Aan het volgende kruispunt krijg ik voorrang van alle bestuurders die uit de zijstraten komen.

Ik moet stoppen aan dit kruispunt en voorrang geven aan alle bestuurders.

Ik kom aan het einde van een voorrangsweg.

Ik geef aan dit kruispunt voorrang aan alle bestuurders. Ik stop als dat nodig is.

Op dit kruispunt geef ik voorrang aan alle bestuurders die van rechts komen.

Ik rijd op een voorrangsweg. Ik krijg voorrang van alle bestuurders die uit de zijstraten komen.

Voeg tekst toe

Voeg tekst toe

Voeg tekst toe

Voeg tekst toe

Voeg tekst toe

This item has no instructions

Ik mag als fietser door het rode licht rechtdoor rijden. Ik geef wel voorrang aan andere weggebruikers.

Bij deze smalle doorgang moet ik voorrang geven aan de bestuurder die uit de andere richting komt.

Ik mag hier als fietser door het rode licht rechtsaf slaan. Ik geef wel voorrang aan andere weggebruikers.

Bij deze smalle doorgang moet de andere bestuurder mij voorrang geven.

Welke uitleg hoort bij welk bord?





This item has no instructions

Fietsuitrusting

This item has no instructions

Het is een mooie dag, de zon schijnt. Kalid fietst naar school en geniet van de rit. Maar opeens, hoort Kalid een hard geluid. Hij kijkt naar beneden en ziet dat hij een platte band heeft.

Kalid is geschrokken. Hij wil niet te laat komen op school. Hij stapt van zijn fiets en kijkt om zich heen.


Wat kan hij doen?

This item has no instructions

Sofie is een echte dromer, vaak zit ze met haar hoofd in de wolken. Terwijl ze naar school fietst, denkt ze al aan alle plannen die ze heeft voor het weekend. Daardoor ziet ze niet dat ze recht op een paaltje af rijdt. Sofie probeert de hindernis te ontwijken, maar dat lukt net niet. Ze tikt het paaltje met haar knie en valt. Sofie voelt pijn in haar knie, kijkt naar beneden en ziet dat haar knie geschaafd is. Ze staat recht.


Wat kan ze nu doen?

This item has no instructions






Probleem:

De autobestuurders kunnen mij in het donker niet goed zien.

Wat is de oorzaak van het probleem?

Probleem:

Ik kan niet meer trappen.

Probleem:

Ik kan niet met mijn voeten aan de grond.

Probleem:

Ik kan niet snel genoeg stoppen.

Probleem:

Ik voel elk putje in de weg.

This item has no instructions

Gedrag in het verkeer

This item has no instructions

fluohesje

A

veilig

B

onveilig

This item has no instructions

fietsen met kapot fietslicht

A

veilig

B

onveilig

This item has no instructions

zwemzak aan het stuur hangen

A

veilig

B

onveilig

This item has no instructions

ziekenwagen eerst doorlaten

A

veilig

B

onveilig

This item has no instructions

bellen of sms'en tijdens het fietsen

A

veilig

B

onveilig

This item has no instructions

Je maakt een fietstocht met mama en papa. Je fietst voorbij het dorpsplein waar een markt bezig is.


Wat kan je het best doen?

A

Ik mag hier niet fietsen en zoek een andere weg om voorbij de markt te rijden.

B

Ik mag hier fietsen, dus ik roep en bel zodat de voetgangers mij gezien hebben en rij verder.

C

Ik stap af en ga met mijn fiets aan de hand verder.

This item has no instructions

Je moet aan de overkant van de straat zijn waar je een brief moet posten. Er staat een auto op het zebrapad.


Wat kan je het best doen?

A

Ik steek over op de rijbaan, voor de auto.

B

Ik roep naar de chauffeur dat hij daar weg moet.

C

Ik wacht even tot de chauffeur weg is en steek dan over.

This item has no instructions

Je bent te laat naar school vertrokken. Je bent aan het fietsen en het licht springt op oranje. Wat moet je doen?


Wat kan je het best doen?

A

Ik stop.

B

Ik rij door want anders ben ik te laat op school.

C

Ik rij door nadat ik eerst goed naar links en rechts heb gekeken.

This item has no instructions

Je fietst naar huis na schooltijd en je voelt in je jaszak je gsm afgaan.


Wat doe je?

A

Ik bel terug als ik thuis ben of ik stop op een veilige plaats en beantwoord de telefoon

B

Ik beantwoord de telefoon alleen als het echt dringend is.

C

Ik neem op en bel terwijl ik 1 hand aan het stuur hou.

This item has no instructions

Je fietst naar school en er staat een auto op het fietspad geparkeerd.


Wat kan je het best doen?

A

Ik steek mijn linkerarm uit en rij hem voorbij.

B

Ik kijk over mijn linkerschouder, steek mijn linkerarm uit en rij hem voorbij als er geen auto aankomt.

C

Ik bel, kijk over mijn linkerschouder en rij dan de auto voorbij.

This item has no instructions

Je komt met de fiets aan een zebrapad waar een gemachtigde opzichter helpt bij het oversteken. Je wil zelf ook oversteken.


Wat kan je het best doen?

A

Ik fiets gewoon over als ik vind dat dat veilig kan.

B

Ik fiets over als de gemachtigde opzichter een teken geeft.

C

Ik stap af en steek over met de fiets aan de hand als de gemachtigde opzichter een teken geeft.

This item has no instructions

Openbaar vervoer

S

T

O

P


???

This item has no instructions

voordelen

+

nadelen

-

voetganger

This item has no instructions

voordelen

+

nadelen

-

openbaar vervoer

This item has no instructions

voordelen

+

nadelen

-

fietser

This item has no instructions

voordelen

+

nadelen

-

auto

This item has no instructions

S - T - O - P ?

eerst Stappers


dan Trappers


dan Openbaar vervoer


tot slot Privé vervoer


afstanden tot 2 km


verplaatsingen tussen 2km en 5 km


langere afstanden eerst deze optie bekijken


als openbaar vervoer niet mogelijk is, of de afstand is erg lang


This item has no instructions

Regels voor passagiers van het openbaar vervoer

Door je arm uit te steken weet de buschauffeur dat je wil opstappen.

Je moet vooraan instappen op de bus.

Op de tram mag je kiezen waar je opstapt.

Je mag niet eten op de bus.

Je staat best recht en geeft jouw plaats af aan hulpbehoevenden die opstappen.

Je mag geen luide muziek spelen op de trein.

Je mag de spoorweg oversteken als de slagbomen helemaal naar boven zijn en het witte licht knippert.

Een tram heeft altijd voorrang. Kijk dus goed uit als je de tramsporen moet oversteken.

Het is verboden om op de sporen te lopen

arm
vooraan
tram
eten
plaats
muziek
witte
voorrang
verboden

This item has no instructions

Plaats op de weg

This item has no instructions

Waar stappen?

1

Als er ook geen berm is, mag je stappen op het fietspad (geef er wel voorrang aan fietsers!)

2

Is er geen voetpad, kies dan voor de berm (strook gras langs de weg).

3

Kan ook dat niet, dan mag je op de rijbaan wandelen. Stap dan links en achter elkaar.

4

Maak eerst en vooral gebruik van het voetpad.

This item has no instructions

Waar stap je?

Er is geen voetpad, dus hier stap je op het fietspad. Zorg ervoor dat je geen fietsers hindert (dus achter mekaar stappen aan de rechterkant van het fietspad).

Waar fiets je?

Er is geen fietspad, dus je fietst aan de rechterkant van de rijbaan (op de rijbaan – niet op het gras).

Waar stap je?

Helemaal rechts zie je het voetpad, dat moet je als voetganger gebruiken. (Fietsers fietsen op het fietspad, aangeduid door evenwijdige onderbroken witte lijnen).

Waar fiets je?

Op het fietspad aan de linkerkant van de baan. Het fietspad is hier aangeduid door het blauwe verkeersbord met een witte fiets.

Waar stap je?

Er is geen voetpad, voetgangers stappen hier op de berm (het gras). Blijf als voetganger zo mogelijk weg van de rijbaan.

Waar fiets je?

Fietsers rijden hier rechts op het tweerichtingsfietspad. Dat wordt aangeduid door het verkeersbord D7 dat evenwijdig naast het fietspad staat of door het verkeersbord D7 met het onderbord M4.

Luister naar het verhaal.

Welke regels worden overtreden?

Na schooltijd staat mijn broer me al op te wachten in de fietsenstalling, fluohesje aan en fietshelm op zijn hoofd. Ik zie dat hij niet kan wachten om naar huis te gaan en aan mama te vertellen hoe het was om zonder haar naar school te fietsen. Fien, Bram en Rachid komen ook toe in de fietsenstalling. Iedereen is klaar om te vertrekken. We rijden de schoolpoort uit en draaien rechtsaf zodat we op het fietspad rijden. Het is heel druk in de buurt van de school omdat iedereen op hetzelfde moment naar huis vertrekt. Er zijn voetgangers, brommers, fietsers … Voor ons stapt een groep voetgangers op het fietspad. We kunnen ze niet echt voorbijsteken. Mijn broer rijdt even de rijbaan op en steekt zo de groep voetgangers voorbij. Hij kan duidelijk niet snel genoeg thuis zijn! De volgende straat slaan we links af. In deze straat is geen fietspad dus rijden we links op de rijbaan. Ik fiets naast Fien en voor ons fietsen Bram, Rachid en mijn broer naast elkaar. Op het einde van de straat moeten we oversteken. Dat doen we op de oversteekplaats voor fietsers, die met witte blokken op de rijbaan geschilderd is. We stoppen en kijken goed, want we hebben hier geen voorrang. Er komt een auto aan, maar die stopt en doet vriendelijk teken dat we mogen oversteken. Dat doen we. We fietsen verder de Vogelstraat in, maar hier is een smal fietspad. Daarom fietsen we op het voetpad, mooi achter elkaar. We draaien onze straat in en zien mama al in de deuropening staan. Als ze ons ziet, begint ze uitbundig te zwaaien. Ze is duidelijk heel blij dat we veilig thuis zijn!


Overtreden regels:

1. Je moet altijd op het fietspad fietsen als er een is. 2. Je mag maximaal met 2 naast elkaar fietsen. 3. Je moet altijd aan de rechterkant van de rijbaan fietsen als er geen fietspad is