Quiz WP06 les 6

Quiz WP06 - Eten en vocht
1 / 23
next
Slide 1: Slide
VoedingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slide.

Report this lesson

Items in this lesson

Quiz WP06 - Eten en vocht

Slide 1 - Slide

Waarom is hygiënisch werken bij voeding zo belangrijk?
A
Om tijd te besparen
B
Om voedselinfecties te voorkomen
C
Om eten goedkoper te maken
D
Om minder af te wassen

Slide 2 - Quiz

Welke organisatie controleert in Nederland de veiligheid van voedsel?
A
GGD
B
CIZ
C
NVWA
D
Nivel

Slide 3 - Quiz

Wat hoort bij een goede sfeer (ambiance) tijdens de maaltijd?
A
Veel lawaai en activiteit
B
Snel eten
C
Rust, gezelligheid en aandacht voor de zorgvrager
D
Televisie op maximaal volume

Slide 4 - Quiz

Wat moet je altijd doen vóór het bereiden of aanbieden van eten?
A
De televisie aanzetten
B
Een vochtbalans maken
C
Handen wassen
D
Medicijnen uitdelen

Slide 5 - Quiz

Waarom is het belangrijk dat een zorgvrager rechtop zit tijdens het eten?
A
Dat ziet er netter uit
B
Dit vermindert de kans op verslikken
C
Dan eet hij sneller
D
Dat is een huisregel

Slide 6 - Quiz

Welke professional kan advies geven over hulpmiddelen bij eten en drinken?
A
Apotheker
B
Ergotherapeut
C
Kapper
D
Receptiemedewerker

Slide 7 - Quiz

Wat kun je doen om een zorgvrager met slikproblemen te ondersteunen?
A
Grote happen aanbieden
B
De zorgvrager laten liggen tijdens het eten
C
Vloeistoffen eventueel verdikken
D
Geen drinken meer geven

Slide 8 - Quiz

Welk probleem kan voorkomen bij zorgvragers met cognitieve problemen?
A
Te langzaam lopen
B
Niet herkennen van de temperatuur van eten of drinken
C
Te veel slapen
D
Vergeten te praten

Slide 9 - Quiz

Welke eter houdt het meest van vertrouwde gerechten van vroeger?
A
Avontuurlijke eter
B
Kritische eter
C
Traditionele eter
D
Gemakkelijke eter

Slide 10 - Quiz

Op welke manier kan een mantelzorger betrokken zijn bij voeding en vocht?
A
Alleen door boodschappen te doen
B
Alleen door te koken
C
Door te helpen bij maaltijden, observeren en ondersteunen
D
Mantelzorgers mogen hierbij niet helpen

Slide 11 - Quiz

Wat is het doel van het controleren van de houdbaarheidsdatum van voedingsmiddelen?
A
Geld besparen
B
Voedselverspilling voorkomen
C
Voedselveiligheid waarborgen
D
Sneller kunnen koken

Slide 12 - Quiz

Wat hoort een zorgverlener te doen als hij samen met een zorgvrager kookt?
A
Alleen zelf de hygiëneregels volgen
B
De zorgvrager alle werkzaamheden laten uitvoeren
C
Toezien op de hygiëne van de zorgvrager en indien nodig begeleiden
D
Alleen het koken observeren

Slide 13 - Quiz

Waarom is een prikkelarme omgeving tijdens de maaltijd belangrijk?
A
Het eten blijft langer warm
B
De kans op verslikken wordt kleiner
C
Er hoeft minder opgeruimd te worden
D
De maaltijd duurt korter

Slide 14 - Quiz

Wat wordt bedoeld met ‘ambiance’ tijdens het eten?
A
De temperatuur van het eten
B
De hoeveelheid eten
C
De sfeer, gezelligheid en het samenzijn
D
De snelheid van serveren

Slide 15 - Quiz

Waar moet je rekening mee houden bij het aanbieden van eten?
A
Alleen de smaak van het eten
B
De mogelijkheden van de zorgvrager om te kauwen en slikken
C
Alleen de kleur van het bord
D
Hoe snel de keuken werkt

Slide 16 - Quiz

Wat controleer je na de maaltijd soms bij mensen met dementie of een verstandelijke beperking?
A
Hun bloeddruk
B
Hun temperatuur
C
De wangzakken op voedselresten
D
Hun gewicht

Slide 17 - Quiz

Welke discipline kan advies geven over sliktechnieken?
A
Logopedist
B
Tandarts
C
Opticien
D
Podotherapeut

Slide 18 - Quiz

Wat kan er gebeuren bij zorgvragers die schrokken en proppen?
A
Ze vallen af
B
Ze krijgen hoofdpijn
C
Ze lopen risico op verslikking
D
Ze eten te weinig

Slide 19 - Quiz

Welke omschrijving past het beste bij een ‘dankbare eter’?
A
Houdt van buitenlandse gerechten
B
Is erg kritisch op smaak en kwaliteit
C
Stelt weinig eisen en geniet vooral van de gezelligheid
D
Eet alleen traditionele gerechten

Slide 20 - Quiz

Waarom wordt het gebruik van hulpmiddelen gestimuleerd?
A
Om de zorgverlener minder werk te geven
B
Om de zelfredzaamheid van de zorgvrager te bevorderen
C
Om maaltijden sneller af te ronden
D
Om minder begeleiding te hoeven geven

Slide 21 - Quiz

Bonusvraag
Noem twee manieren waarop een mantelzorger kan bijdragen aan voeding en vocht van een zorgvrager.

Slide 22 - Mind map

Bonusvraag
Noem twee dingen die je kunt doen om de sfeer tijdens een maaltijd te verbeteren.

Slide 23 - Mind map