Voorlezen voor kinderen

Lees jij ook wel eens voor?
1 / 23
next
Slide 1: Slide
Pedagogisch handelenSecundair onderwijs

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Items in this lesson

Lees jij ook wel eens voor?

Slide 1 - Slide

Waarop let je bij het kiezen van een boek?

  1. - simpele verhalen
  2. - herkenbare verhalen
  3. - verhalen met een goede afloop
  4. - verhalen met tekeningen 

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Waarom is lezen zo belangrijk?

Slide 4 - Mind map

Waarom is voorlezen belangrijk?
  • Het verbetert het concentratievermogen van het kind.

  • Het vergroot de woordenschat, spelling en tekstbegrip van een kind.

  • De taalontwikkeling wordt bevordert door de plaatjes in het boek te bekijken en vervolgens te benoemen.

Slide 5 - Slide

Wist je dat...?
  • Als je iedere dag 10 minuten voorleest een kind, hij in een jaar 1000 extra woorden leert?
  • Herhaling heel belangrijk is bij jonge kinderen. 

Slide 6 - Slide

Tips bij het voorlezen:
1. Vertel vooraf in het kort iets over de inhoud van het verhaal.
2.Lees de tekst rustig en duidelijk voor en zorg dat je gezicht duidelijk zichtbaar blijft. 
3.Maak gebruik van de mogelijkheden van je stem, maar let op dat je niet overdrijft. 
4.Maak tijdens het voorlezen af en toe gebaren om de woorden te verduidelijken.

Slide 7 - Slide

Waarom voorlezen?
Voorlezen prikkelt de fantasie en nieuwsgierigheid van kinderen. 

Door samen met kinderen in een verhaal te duiken, komen ze in een andere wereld terecht en leren ze nieuwe en onbekende dingen kennen. 

Slide 8 - Slide

Waar denk jij aan bij interactief voorlezen?

Slide 9 - Open question

Interactief voorlezen is?
  • Het voorlezen van een prentenboek wordt onderbroken door het stellen van open vragen over het verhaal of over de plaatjes. 

  • Spontane reacties van de kinderen kunnen een aanleiding zijn voor een gesprek. 


Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

1. Spelenderwijs kennis laten maken met het boek.
* stimuleer voorkennis en zorg voor een speelse introductie
* laat het kaft zien en stel vragen
* moedig kinderen aan om op de illustraties te reageren
* laat kinderen voorspellen waar het boek over zal gaan
* bied materialen aan die passen bij het boek

Slide 12 - Slide

2. Betrokken zijn bij het verhaal.
* stel voorafgaand aan het voorlezen een luistervraag
* gebruik materialen bij het voorlezen die ook in het boek voorkomen
* blijf dicht bij de letterlijke tekst (gebruik niet teveel eigen woorden)
* laat waar mogelijk kinderen zoveel mogelijk zintuigen gebruiken



Slide 13 - Slide

3. Leg verbanden met de echte wereld.
* lees het verhaal vaker voor 
* leg verbanden tussen de verhaallijn en gebeurtenissen uit de echte wereld
* laat kinderen het verhaal naspelen
* laat afbeeldingen/filmpjes/materialen zien die de link leggen tussen het verhaal en vergelijkbare situaties

Slide 14 - Slide

4. Diep de verhaallijn verder uit.
* stel denk- en ervaringsvragen (Heb jij ook wel eens? Hoe komt het dat? Waarom? )
* laat kinderen problemen uit het boek oplossen (Wat zou jij doen?)
* laat het verhaal navertellen of spelen

Slide 15 - Slide

5. Herhaling, herhaling en nog eens herhaling.
* Door herhaling zorg je ervoor dat woorden en verhalen blijven hangen 

-> een kind heeft gemiddeld een herhaling van 6 a 7 keer nodig om het woord zelf goed te kunnen gebruiken

Slide 16 - Slide

Bij het boek een bijhorende activiteit:


MEMORY SPEL

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video


PRAATPLAAT

Slide 19 - Slide


WOORDKAARTEN

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

De opdracht in de Bib.

1. Jullie gaan in groepjes oefenen met interactief voorlezen.
2. Je kiest per groepje een passend boek.
3.. Zorg ervoor dat iedereen in het groepje aan de beurt komt.
4. Denk aan de 5 kenmerken van interactief voorlezen.
5. Geef elkaar na het oefenen allemaal een TIP en een TOP.
6. Bedenk een leuke activiteit bij het boek.

Slide 22 - Slide

Opdracht: interactief voorlezen+ keuze opdracht
1. Je leest je eigen boek voor aan je groepje:
Denk aan de 4 tips! (5punten)


2. Je doet je activiteit samen met je medeleerlingen:
Denk aan de gepaste taal en duidelijke uitleg! (5punten)



Slide 23 - Slide