Les 2:CVA & TIA

ITV module 4; les 1 Agraves, Wondlijm, steri-strips en hechtingen
Anatomie
Les 2: CVA en TIA
1 / 27
next
Slide 1: Slide
AnatomieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

ITV module 4; les 1 Agraves, Wondlijm, steri-strips en hechtingen
Anatomie
Les 2: CVA en TIA

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen
  • Programma en leerdoelen bespreken +- 5 min
  • Terugblik vorige les +- 5 min
  • Voorkennis activeren +- 5 min
  • Theorie over CVA en TIA +- 5 min
  • Opzoek opdracht verschijnselen TIA/CVA +-10 minuten
  • Theorie mond-spraak-arm beroerte alarm +- 10 min
  • Opdracht mond-spraak-arm +- 15 min
  • Evaluatie / Les afsluiting +- 5 min

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
Aan het einde van deze les kun je:
  • Het verschil tussen CVA & TIA benoemen
  • De Mond-Arm-Spraak test uitvoeren
  • Belangrijke verschijnselen toelichten van een TIA/CVA en Epilepsie
  • Uitleggen welke acties je als helpende moet nemen bij verschijnselen van een TIA/CVA en Epilepsie

Slide 3 - Slide

Terugblik 
D.m.v. een korte quiz. Let op je hebt steeds 45 seconden om te antwoorden

Slide 4 - Slide

Wat is Reuma
A
Een ontsteking aan de botten
B
Een verzamelnaam voor aandoeningen aan gewrichten, spieren en pezen
C
Een ziekte waarbij boten broos worden
D
Een tekort aan vitamine D

Slide 5 - Quiz

Wat is Osteoporose?
A
Een slecht werkende schildklier
B
Een infectie van het bot
C
Een beschadiging van het kraakbeen
D
Botontkaling, waardoor botten zwakker worden

Slide 6 - Quiz

Welke klacht past er bij Reuma?
A
Hoge koorts
B
Oorsuizen
C
Stijve en pijnlijke gewrichten
D
Botbreuken

Slide 7 - Quiz

Welke bewering is juist?
A
Reuma heeft goede en slechte dagen
B
Osteoporose geneest vanzelf
C
Reuma komt alleen voor bij ouderen
D
Osteoporose komt vooral voor bij jongeren

Slide 8 - Quiz

Wat gebeurt er bij osteoporose?
A
Botten worden dikker
B
Botten worden sterker
C
Botten genezen sneller
D
Botten breken sneller

Slide 9 - Quiz

Ken je iemand die eens een TIA/CVA heeft gehad?

Slide 10 - Mind map

Ken je iemand die epilepsie heeft?

Slide 11 - Mind map

Wat is een CVA/TIA?
  • Een beroerte genoemd en is een verzamelnaam voor herseninfarct of hersenbloeding.
  • Er is een verstoorde bloedtoevoer in de hersenen.
  • Hersenen sturen het lichaam aan → daarom ernstige gevolgen.

Slide 12 - Slide

Opzoek opdracht
Verschijnselen CVA/TIA
Individueel
Hulp?
Vraag eerst je medestudent indien je er niet uit komt dan je docent.
Klaar?
  • bespreek met je buurman of buurvrouw of jullie antwoorden hetzelfde zijn.
  • Zoek op wat epilepsie is en wat de verschijnselen daarvan zijn.
  • Zoek op wat het mond-spraak-arm beroerte alarm is oftewek FAST-test.
Opdracht:
➡️ Zoek de verschijnselen van zowel een TIA als een CVA op in je boek.
➡️ Noteer zo veel mogelijk verschijselen van beiden aandoeningen.
➡️ Schrijf daarna in één zin het verschil tussen TIA en CVA op.
timer
5:00

Slide 13 - Slide

Verschijnselen CVA/TIA
  • Verlamming van één lichaamshelft
  • Geheugenproblemen
  • Afasie (moeite met spreken/taal)
  • Epileptische aanvallen
  • Spasticiteit
  • Veranderd gedrag

Slide 14 - Slide

Verschil tussen een TIA en CVA


  • Bij TIA zijn de verschijnselen binnen 24 uur weg
  • Bij een CVA duren de verschijnselen langer dan 24 uur 

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Mond-spraak-arm beroerte alarm
Mond
Vraag de persoon om zijn tanden te laten zien. 
Check of de mond scheef staat of dat een mondhoek naar beneden hangt.

Spraak
Laat de persoon een zin uitspreken om te horen of zijn spraak verward is. 
Vraag aan de persoon (of omstanders) of er veranderingen zijn bij het spreken, zoals onverstaanbaar zijn of moeite met het spreken.

Arm
Vraag de persoon om beide armen tegelijkertijd horizontaal naar voren te strekken en om de binnenzijde van de handen naar boven te draaien. 
Let op of een arm wegzakt.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

Slide 19 - Video

Wat doe je als Helpende bij signalen van een beroerte?
Blijf kalm en laat de cliënt niet alleen
Bel direct de verpleegkundige of je leidinggevende
Indien nodig: 112 laten bellen (volgens protocol)

Observeer en noteer wat je ziet:
  • Tijdstip van ontstaan
  • Welke klachten
  • Veranderingen in gedrag, spraak of beweging

Zorg dat de cliënt veilig blijft (niet laten lopen, risico op vallen)

Blijf bij de cliënt tot er hulp is!

Waarom snel handelen belangrijk is
Hoe sneller behandeling start, hoe meer hersenschade voorkomen wordt

Slide 20 - Slide

Mond-spraak-arm beroerte alarm opdracht
Casus opdracht
tweetallen
Hulp?
Vraag eerst je medestudent indien je er niet uit komt dan je docent.
Klaar?
  • Zoek op wat een helpende kan doen bij verschijnselen van een beroerte.
Opdracht:
Maak tweetallen
➡️ Jullie krijgen een handout lees deze goed door.
➡️ Iedere student speelt 2 keer de rol van cliënt en van een helpende
➡️ De cliënt speelt de klachten na.
➡️ De helpende voert de Mond–Arm–Spraak test uit
➡️Afronding: individueel beantwoord de vragen op de handout
timer
10:00

Slide 21 - Slide

Wat is epilepsie?

Slide 22 - Mind map

Wat is epilepsie?
  • Epilepsie is een aandoening waarbij de hersenen tijdelijk ontregeld raken door een verstoring in elektrische signalen.
  • Dit veroorzaakt epileptische aanvallen.
  • Epilepsie kan aangeboren zijn of ontstaan na hersenletsel (bijv. ongeluk, hersenontsteking, hersentumor).
  • Er is geen genezing, maar medicatie kan het aantal aanvallen verminderen.

Slide 23 - Slide

Soorten aanvallen
  1. Petit mal (Absences)
  • Wat is het? Korte afwezigheid, iemand lijkt even “er niet bij”.
  • Duur: Enkele seconden tot minuten.
  • Verschijnselen: Even afwezig, soms lichte spiertrekkingen.

2.Grand mal (Tonisch-clonische aanval)
  • Wat is het? Grote aanval, bewustzijnsverlies.
  • Duur: Meestal niet langer dan 10 minuten.
  • Verschijnselen:
  • Spierkrampen en schokken van armen, benen en hoofd
Mogelijke ademhalingsproblemen
Schuim op de mond
Mogelijk incontinentie

Slide 24 - Slide

Wat doe je als helpende?
Blijf kalm en zorg voor veiligheid:
  • Voorkom dat de cliënt zich bezeert (meubels aan de kant).
  • Houd bewegingen niet tegen.

Noteer de tijd: Kijk direct op je horloge of telefoon.

Volg het zorgplan:
  • Er is vaak een epilepsieprotocol aanwezig.
  • Medicatie toedienen doe jij niet, maar tijdregistratie is belangrijk.


Bel hulp: Waarschuw verpleegkundige of leidinggevende.
Laat de cliënt rustig liggen tot de aanval voorbij is.

Slide 25 - Slide

Leerdoelen check
Aan het einde van deze les kan je:
  • Het verschil tussen CVA & TIA benoemen
  • De Mond-Arm-Spraak test uitvoeren
  • Belangrijke verschijnselen toelichten van een TIA/CVA en Epilepsie
  • Uitleggen welke acties je als helpende moet nemen bij verschijnselen van een TIA/CVA en Epilepsie

Denk hier eerst even rustig over na zonder al te antwoorden, de spinner wijst iemand aan

Slide 26 - Slide

Huiswerk
  • Indien nog niet gemaakt, maak dan opdracht 30 t/m 34

Slide 27 - Slide