Lesbrief 4 afschrijvingskosten

Lesbrief 4 afschrijvingskosten
1 / 18
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconoomMBOStudiejaar 1

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Lesbrief 4 afschrijvingskosten

Slide 1 - Slide

Wat is de aanschafwaarde van een duurzaam bedrijfsmiddel?
A
De aankoopprijs inclusief bijkomende kosten minus subsidies
B
De waarde na afschrijving
C
De verwachte waarde aan het einde van de levensduur
D
De waarde die op de balans staat

Slide 2 - Quiz

Slide 3 - Slide

Wat zijn afschrijvingskosten?
A
Kosten die je maakt bij verkoop van een productiemiddel
B
Het bedrag dat je betaalt voor een lening
C
Het jaarlijkse bedrag dat je rekent voor waardevermindering
D
Kosten voor reparatie en onderhoud

Slide 4 - Quiz

Wat is de boekwaarde van een bedrijfsmiddel?
A
Het bedrag dat je voor het middel hebt betaald
B
De marktwaarde van het productiemiddel
C
De totale onderhoudskosten tot nu toe
D
Het bedrag dat nog niet is afgeschreven

Slide 5 - Quiz

Slide 6 - Slide

Wat bedoelen we met economische levensduur?
A
De periode waarin het bedrijfsmiddel rendabel is voor het bedrijf
B
De periode waarin een product technisch goed functioneert
C
De verwachte tijd tot vervanging door slijtage
D
De levensduur zoals opgegeven door de fabrikant

Slide 7 - Quiz

Wat bedoelen we met technische levensduur?
A
De tijd waarin een bedrijfsmiddel economische waarde heeft
B
De tijd tot de restwaarde is bereikt
C
De periode waarin het middel technisch bruikbaar is
D
De gebruiksperiode volgens de afschrijving

Slide 8 - Quiz

Slide 9 - Slide

Wat is waardevermindering bij duurzame bedrijfsmiddelen?
A
De stijging van onderhoudskosten
B
De daling van de waarde door gebruik en tijd
C
De afname van de technische levensduur
D
De kosten voor vervanging van onderdelen

Slide 10 - Quiz

Wat is een kenmerk van afschrijven met een vast bedrag van de aanschafwaarde?
A
De afschrijvingskosten nemen elk jaar toe
B
De afschrijvingskosten zijn elk jaar gelijk
C
De boekwaarde stijgt elk jaar
D
De restwaarde verandert jaarlijks

Slide 11 - Quiz

Wat is een gevolg van afschrijven met een vast percentage van de boekwaarde?
A
De afschrijvingskosten zijn het hoogst in de laatste jaren
B
De afschrijvingskosten blijven gelijk gedurende de levensduur
C
De afschrijvingskosten zijn het hoogst in de eerste jaren en nemen daarna af
D
De boekwaarde stijgt langzaam gedurende de tijd

Slide 12 - Quiz

Casus uitwerken

Slide 13 - Slide

Een bedrijf schaft een nieuwe machine aan met oplopende onderhoudskosten naarmate de jaren vorderen. Welke afschrijvingsmethode past het best bij deze situatie?
A
Lineair afschrijven, zodat elk jaar evenveel wordt afgeschreven
B
Afschrijven op boekwaarde, zodat de totale jaarlijkse kosten stabiel blijven
C
Geen afschrijving toepassen, omdat de machine nog werkt
D
Restwaarde als eenmalige kosten verwerken in het laatste jaar

Slide 14 - Quiz

Een bedrijf koopt een bestelauto die snel in waarde daalt in de eerste jaren. Wat is in dit geval een passende keuze?
A
Lineair afschrijven, want de kosten blijven dan overzichtelijk
B
Niet afschrijven, omdat er toch restwaarde is
C
Afschrijven op boekwaarde, omdat de waardedaling in de eerste jaren het grootst is
D
Afschrijven op basis van technische levensduur, omdat de auto nog functioneert

Slide 15 - Quiz

Een bedrijf wil de afschrijvingskosten jaarlijks gelijk houden, en de machine heeft nauwelijks onderhoudskosten. Welke methode is het meest logisch?
A
Afschrijven op boekwaarde
B
Geen afschrijving toepassen
C
Afschrijving op basis van marktwaarde
D
Lineaire afschrijving

Slide 16 - Quiz

Waarom worden afschrijvingskosten opgenomen in de verkoopprijs van een product of dienst?
A
Om de waardevermindering van bedrijfsmiddelen terug te verdienen
B
Omdat afschrijven verplicht is bij elk bedrijf
C
Om klanten belasting te laten betalen
D
Omdat dit de winst verhoogt

Slide 17 - Quiz

Waarom is het belangrijk om bij investeringen ook naar de restwaarde te kijken?
A
Omdat dit bepaalt hoeveel subsidie je kunt krijgen
B
Omdat dit invloed heeft op de totale afschrijvingskosten
C
Omdat het laat zien hoe lang je het productiemiddel technisch kunt gebruiken
D
Omdat de restwaarde jaarlijks uitbetaald wordt

Slide 18 - Quiz