Herhalen Zuren en basen

Herhalen zuren en basen
1 / 21
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Herhalen zuren en basen

Slide 1 - Slide

De pH kan je meten met...
A
Custard
B
Zuur-base indicatoren
C
pH meter
D
Zuur-base indicatoren en een pH meter

Slide 2 - Quiz

Sleep de termen naar de juiste plaats op de pH schaal.
zuur
neutraal
basisch

Slide 3 - Drag question

Wanneer je een zure oplossing verdunt met water ...
A
... wordt de pH lager.
B
blijft de pH gelijk.
C
... wordt de pH hoger dan 7.
D
... wordt de pH hoger tot 7.

Slide 4 - Quiz

kleur van de indicator bij pH van 8,9
broomcresolgroen
fenolrood
thymolblauw
geel
rood
oranje
blauw
groen
paars
kleurloos

Slide 5 - Drag question

kleur van de indicator bij pH van 5,2
Broomthymolblauw
Kristalviolet
Fenolftaleïne
geel
rood
paars
blauw
groen
Kleurloos

Slide 6 - Drag question

Wat is waar?
A
Een zuur en een base kunnen een H+ opnemen
B
Een zuur staat H+ af en een base neemt er een op
C
Een zuur neemt H+ op en een base staat er een af
D
.Een zuur en een base kunnen een H+ afstaan

Slide 7 - Quiz

BASE
ZUUR
Zuur of base? Sleep de formules naar het juiste vak. 

Slide 8 - Drag question

Sterke en zwakke zuren?
Sterke zuren zijn geïoniseerd. 
Wat??? Los van elkaar!

Wanneer ben je sterk?
 alles boven H3O+ in Binas tabel 49

Slide 9 - Slide

Bij een zuur-base-reactie wordt een...
A
H+ overgedragen van een zuur naar een base.
B
OH- overgedragen van een zuur naar een base.
C
H+ overgedragen van een base naar een zuur.
D
OH- overgedragen van een base naar een zuur,

Slide 10 - Quiz


Als je het gas HCl door water leidt, ontstaat de oplossing die hiernaast schematisch is weergegeven. Deze oplossing heet zoutzuur.

Je noteert zoutzuur als:
A
H+ (aq) + Cl-(aq)
B
H+ (g) + Cl-(g)
C
HCl (aq)
D
HCl (g)

Slide 11 - Quiz

Salpeterzuur opl
Zwavelzuur opl.
Fosforzuur opl.
Zoutzuur
Koolzuur- houdend water
Azijnzuur opl.
H+, NO3-
H+, SO42-
H+, PO43-
H+, CO32-
H+, Cl-
H+, CH3COO-
HNO3
H2SO4
H3PO4
H2O, CO2
HCl
CH3COOH

Slide 12 - Drag question

Hoe zit het met de basen?
Negatieve ion van een zout... (uitzondering NH3) 
Let op is hij opgelost?
Hoe weet je dat?
Er staat oplossing! Of in het woord zit oplossing

Opgelost = losse ionen
 niet opgelost = aan elkaar!

Slide 13 - Slide

Natronloog
IJzer(III)oxide
Kalkwater
Calciumcarbonaat
Na+, OH-
Fe3+, O2-
Ca2+, OH-
Ca2+, CO32-
Fe2+, O2-
NaOH
Fe2O3
Ca(OH)2
CaCO3

Slide 14 - Drag question

Geef de ionisatievergelijking van:
azijnzuur met water

Slide 15 - Open question

Zuurgraad berekenen
pH = -log[H+] (en [H+] = 10-pH)

Let op: In een basische oplossing reken je altijd met de [OH-] 
pOH = -log[OH-] (en [OH-] = 10-pOH)
pH + pOH = 14 (bij kamertemperatuur)


Slide 16 - Slide

Bereken de [H+] in een oplossing met pH = 2,50?

Slide 17 - Open question

Bereken de [OH-] in een oplossing met pH 10,25

Slide 18 - Open question

Bereken de pH van
0,015 M kaliloog?

Slide 19 - Open question

Bereken de pH van 0,25 M zwavelzuuroplossing

Slide 20 - Open question

Bereken de pH van een oplossing met pH=5,5 die 10x wordt verdund.

Slide 21 - Open question