Energiesystemen in Beweging

Energiesystemen in Beweging
1 / 13
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Energiesystemen in Beweging

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Leerdoel
Aan het einde van de les zul je in staat zijn om de parameters van de aerobe, anaërobe lactische en anaërobe alactische energiesystemen te begrijpen en te verklaren.

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Wat weet je al over energiesystemen in het lichaam?

Slide 3 - Mind map

This item has no instructions

Energiesystemen Overzicht
Aerobe systeem: zuurstofrijk, langdurige energie. Anaërobe lactische systeem: zuurstofarm, korte intense energie. Anaërobe alactische systeem: zuurstofarm, snelle energie.

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Aerobe Systeem
Gebruikt zuurstof, produceert ATP, langzame energieafgifte, geschikt voor duursporten.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Anaërobe Lactische Systeem
Werkt zonder zuurstof, produceert lactaat, snelle energieafgifte, geschikt voor korte intensieve activiteiten.

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Anaërobe Alactische Systeem
Zonder zuurstof, produceert direct ATP, zeer snelle energieafgifte, geschikt voor korte maximale inspanningen.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Vergelijking van Systemen
Vergelijkende tabel van energieproductie, duur, brandstofbron en voorbeelden van activiteiten voor elk systeem.

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Praktijkvoorbeelden
Beschrijf enkele sporten/activiteiten en vraag de studenten om te bepalen welk energiesysteem voornamelijk wordt gebruikt.

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Toepassing in Training
Bespreek hoe kennis van energiesystemen kan worden toegepast bij het ontwerpen van trainingsprogramma's voor verschillende sporten.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 11 - Open question

De leerlingen voeren hier drie dingen in die ze in deze les hebben geleerd. Hiermee geven ze aan wat hun eigen leerrendement van deze les is.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Slide 12 - Open question

De leerlingen voeren hier twee dingen in waarover ze meer zouden willen weten. Hiermee vergroot je niet alleen betrokkenheid, maar geef je hen ook meer eigenaarschap.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.

Slide 13 - Open question

De leerlingen geven hier (in vraagvorm) aan met welk onderdeel van de stof ze nog moeite. Voor de docent biedt dit niet alleen inzicht in de mate waarin de stof de leerlingen begrijpen/beheersen, maar ook een goed startpunt voor een volgende les.