4 februari

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken 17A, 1 t/m 7.
  • Vertalen 17A. 
1 / 16
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Bespreken 17A, 1 t/m 7.
  • Vertalen 17A. 

Slide 1 - Slide

Vragen grammatica?

Slide 2 - Open question

Tijden en zo...
  • In principe zijn er maar drie tijden:
  • Heden
  • Verleden
  • Toekomst

Slide 3 - Slide

De toekomst
  • Toekomende tijd: de handeling heeft nog niet plaatsgevonden, maar kan of zal nog plaatsvinden na het moment van de handeling.
  • Twee vormen:
  • Futurum
  • Futurum Exactum

Slide 4 - Slide

Futurum 
  • De handeling is nog niet gebeurd, maar kan of zal plaatsvinden in de toekomst.
  • Vaak houdt dit een bepaalde voorspelling, dreigement of belofte in.
  • Bijvoorbeeld:
  • Jij zal je huiswerk maken. 

Slide 5 - Slide

Vorming Futurum
  • In het Latijn wordt het futurum op twee verschillende manieren gevormd. 
  • Je kunt het futurum herkennen aan de volgende kenletter:
  • 1. bij de a- en e-stammen: een –b– tussen de stam en de uitgang.
  • 2. bij de medeklinker-, i-stammen, en bij de gemengde groep (capio-groep): een –e– (maar een –a– bij de eerste persoon enkelvoud) tussen de stam en de uitgang.
  • Zie blz. 72

Slide 6 - Slide

Futurum Exactum 
  • De handeling is nog niet gebeurd, maar zal plaats gevonden hebben voor een bepaalde handeling in de toekomst.
  • Vaak houdt dit een bepaalde voorwaarde in. 
  • Bijvoorbeeld:
  • Jij zal je huiswerk gemaakt hebben. 

Slide 7 - Slide

Vorming Futurum Exactum
  • Het futurum exactum is een voltooid toekomende tijd. 
  • Vergelijkd dit met het perfectum en plusquamperfectum.
  • Het futurum exactum actief wordt gevormd door achter de perfectumstam (amav–) de uitgangen –ero, –eris, –erit, –erimus, –eritis, –erint te plaatsen.
  • Het futurum exactum passief wordt gevormd door het ppp te combineren met het futurum van esse. 
  • Zie blz. 74.

Slide 8 - Slide

Pater meus, inquit, Hamilcar puerulo me, utpote non amplius VIIII annos nato, in Hispaniam imperator proficiscens Carthagine, Iovi optimo maximo hostias immolavit.

Slide 9 - Open question

Quae divina res dum conficiebatur, quaesivit a me, vellemne secum in castra proficisci.

Slide 10 - Open question

Id cum libenter accepissem atque ab eo petere coepissem, ne dubitaret ducere,

Slide 11 - Open question

tum ille Faciam, inquit, si mihi fidem, quam postulo, dederis.

Slide 12 - Open question

Simul me ad aram adduxit, apud quam sacrificare
instituerat, eamque ceteris remotis tenentem iurare iussit numquam me in amicitia cum Romanis fore. [...]

Slide 13 - Open question

Quare, si quid amice de Romanis cogitabis, non imprudenter feceris, si me celaveris;

Slide 14 - Open question

cum quidem bellum parabis, te ipsum frustraberis, si non me in eo principem posueris”

Slide 15 - Open question

Aan het werk. 
  • Vertaal 17A, t/m 9.  

Dit is ook huiswerk.
Daarnaast: leer de woordjes  en grammatica t/m 17A.

Slide 16 - Slide