Oefentoets massamedia

Massa communicatie/persoonlijk?
Eenzijdig/tweezijdig?
Non-verbaal of verbaal?
1 / 19
next
Slide 1: Open question
MaatschappijleerMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 19 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Massa communicatie/persoonlijk?
Eenzijdig/tweezijdig?
Non-verbaal of verbaal?

Slide 1 - Open question

Eenzijdige communicatie
Tweezijdige communicatie
Verbale communicatie
Non-verbale communicatie

Slide 2 - Drag question

Je krijgt uitleg over massamedia van mevrouw Snoek. Wat is de rol van mevrouw Snoek in dit verhaal?
A
Zender
B
Boodschap
C
Medium
D
Ontvanger

Slide 3 - Quiz

Stel, jij bent lid van de redactie van de schoolkrant. Iemand heeft een artikel geschreven waarin een leraar belachelijk wordt gemaakt. In een overleg met de leden van de schoolkrant wordt besloten om dit artikel niet te plaatsen. Is hier sprake van censuur? Leg je antwoord uit.

Slide 4 - Open question

Wat zijn regionale dagbladen?
A
Nieuws uit het buitenland
B
Verslaggeving over lokale gebeurtenissen
C
Nationaal nieuws in detail

Slide 5 - Quiz

Wat is het verschil tussen publieke en commerciële zenders?
A
Commercieel wordt gefinancierd door de overheid en publieke niet
B
Voor commerciële zenders moet je betalen
C
Publieke zenders hebben geen advertenties en commercieel wel
D
Publieke zenders worden gefinancierd door de overheid en commerciële niet

Slide 6 - Quiz

Wat is een populaire krant?
A
Enkel gericht op wetenschappelijk onderzoek
B
Publiceert alleen internationaal nieuws
C
Publiceert alleen regionale nieuwsitems
D
Focus op entertainment en nieuws

Slide 7 - Quiz

Wat is massamedia?

Slide 8 - Open question

Wat is GEEN kenmerk van massamedia?
A
Alleen via internet beschikbaar
B
Het werkt indirect
C
Is voor iedereen beschikbaar
D
Bereik een groot en anoniem publiek

Slide 9 - Quiz

Wat is pluriformiteit in media?
A
Diverse meningen en perspectieven
B
Eén enkele mening verspreiden

Slide 10 - Quiz

Leg uit waarom landen als China en Iran pluriformiteit in de media niet belangrijk vinden. Gebruik in je antwoord de woorden pluriformiteit en machthebbers.

Slide 11 - Open question

Wat is GEEN uitzondering op vrijheid van meningsuiting?
A
Kritiek op de overheid
B
Haatzaaiende uitlatingen
C
Geen onwaarheden mogen verspreiden

Slide 12 - Quiz

Wat staat er niet in de mediawet voor publieke omroepen?
A
Een oproep moet minstens 50000 leden hebben
B
Tijdens programma's mag geen reclame uitgezonden worden
C
Product placement is toegestaan
D
Een publieke omroep moet een veelzijdige aanbod hebben

Slide 13 - Quiz

Wat houdt de waakhondfunctie van media in?
A
De politici controleren
B
Burgers controleren
C
De media controleren

Slide 14 - Quiz

Welke functie heeft het artikel op de afbeelding?
A
Amuserende functie
B
Sociale functie
C
Educatieve functie
D
Opiniërende functie

Slide 15 - Quiz

Welke functie heeft het artikel op de afbeelding?
A
Amuserende functie
B
Sociale functie
C
Educatieve functie
D
Opiniërende functie

Slide 16 - Quiz

Wat beschrijft de injectnaaldtheorie?
A
Media spuit als een injectienaald bevolking vol met ideeën.
B
Mensen bepalen zelf wat ze wel of niet kijken of lezen
C
Media belicht onderwerpen op een bepaalde manier
D
Media bepaald niet wat mensen denken, maar waar ze over nadenken

Slide 17 - Quiz

Wat houdt de theorie van selectieve perceptie in?
A
Media spuit als een injectienaald bevolking vol met ideeën.
B
Mensen bepalen zelf wat ze wel of niet kijken of lezen
C
Media belicht onderwerpen op een bepaalde manier
D
Media bepaald niet wat mensen denken, maar waar ze over nadenken

Slide 18 - Quiz

Waarom speelt selectieve perceptie een rol bij journalisten

Slide 19 - Open question