wanden en gevels toets

wanden en gevels 
1 / 29
next
Slide 1: Slide
BouwtechniekMBOStudiejaar 1,2

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

wanden en gevels 

Slide 1 - Slide

Waarom moet je bij houtskelet gevelelementen minimaal 15 a 20 mm vrijlaten tussen de waterkerende folie en de gevelbekleding?
A
Voor goede ventilatie
B
Voor het afvoeren van water
C
Omdat je dan nog folietape kunt aanbrengen.
D
Zo kan de gevelbekleding ademen

Slide 2 - Quiz

Je hebt een verdiepingsvloer aangebracht.
Je wilt de de prefab HSB wanden hierna plaatsen.

Wat teken je af op de aangebrachte vloer?
A
De positie van de liggers en de muurplaat
B
De plaats van de verankeringen.
C
De positie van de stelregel of van de muurplaat.
D
De rabat delen

Slide 3 - Quiz

Welke eigenschappen hebben volkernplaten?
A
Ze zetten uit bij hoge temperaturen en zijn zwaar en slijtvast.
B
Ze zetten nauwelijks uit bij hoge temperaturen en zijn licht en slijtvast.
C
Ze zetten uit bij hoge temperaturen en zijn licht en slijtvast.
D
De kern is vol kern, deze isoleert beter.

Slide 4 - Quiz

Wat is een nadeel van aluminium metselprofielen.
A
Kunnen krom trekken.
B
Zijn maar in 2 meter lang.
C
Je kunt de schoor niet overal bevestigen op het profiel.
D
Zijn erg zwaar

Slide 5 - Quiz

Een wand wordt op een stelregel geplaatst.
Waarmee moet de wand worden onder sabelt?

Slide 6 - Open question

Hoe worden geveldragers uitgevoerd?
A
Geveldragers worden in beton uitgevoerd.
B
Geveldragers worden in roestvast staal of verzinkt staal uitgevoerd.
C
Geveldragers worden keramisch uitgevoerd.
D
Geveldragers worden altijd met een speciale coating behandeld.

Slide 7 - Quiz

Worden de PBM´s besproken met de hijsmachinist om een wand veilig te plaatsen?
A
jazeker
B
nee hoor

Slide 8 - Quiz

Hoe wordt de lagenmaat bepaald?

Slide 9 - Open question

De metselaar is klaar, tijd om de profielen te verwijderen.
Wat is de werkvolgorde??
A
Eerst de profielen, daarna de klampen, dan de schoren.
B
Eerst de klampen, daarna de schoren, dan de profielen.
C
Eerst de schoren , daarna de klampen, dan de profielen.
D
Eerst de schoren, daarna de profielen, dan de klampen.

Slide 10 - Quiz

Als ik tape aanbreng om het luchtdicht te maken gebruik ik....?
A
mijn blote handen om het goed aan te brengen.
B
mijn handen met werkhandschoen
C
een aandrukroller voor betere hechting van de tape.
D
extra kit en pur

Slide 11 - Quiz

Wat voor benaming horen
bij de volgende ramen:

In links naar rechts
zie ik hier:

Slide 12 - Open question

Wanneer gebruik je geveldragers en geen standaard latei?
A
Om metselwerk boven grote muuropeningen te ondersteunen.
B
Om de latei demontabel te houden.
C
Om de hoogte van de latei te stellen.
D
Zo kun je de gevel dragen zonder fundering.

Slide 13 - Quiz

Waarom is folie die je aan de buitenkant aanbrengt damp open?
A
Om te voorkomen dat er vocht van buiten in de isolatie komt.
B
Om het eventuele vocht wat in de constructie komt nog naar buiten kan.
C
Om te voorkomen dat er waterdamp van buiten in de isolatie condenseert.
D
Klopt niet, damp open folie zit namelijk aan de binnenzijde.

Slide 14 - Quiz

Welke latei moet na het plaatsen altijd tijdelijk onder stempelt worden?
A
Een samenwerkende latei.
B
Een zelfdragende latei.
C
Een zware latei.
D
Alle lateien

Slide 15 - Quiz

Tegen de gevel aangebrachte gepotdekselde houten delen overlappen elkaar.
Hoeveel mm moeten de delen elkaar overlappen?
A
10 mm
B
15 mm
C
20 mm
D
25 mm

Slide 16 - Quiz

Waarom zit de dampremmende folie aan de binnenkant in de constructie?
A
De damp remmende folie maakt de constructie luchtdicht.
B
Zodat er geen vocht van buiten in de woning komt.
C
Zodat er geen waterdamp vanuit de woning in de constructie kan trekken.
D
Als het regent blijft de damp binnen.

Slide 17 - Quiz

Een gevelbekleding van volkern kunststof platen, bijvoorbeeld Trespa of Kikern, wordt met schroeven vastgezet.
De diameter van de schroeven is 4 mm.
Hoeveel mm moet de boordiameter voor de schroefgaten zijn?
A
4 mm
B
5.5 mm
C
7 mm
D
10 mm

Slide 18 - Quiz

Wat doe je als er in het bestek staat dat er luchtdichting moet zijn tussen de stelregel, de vloer en het HSB-wandelement?
A
Het element op vulplaatjes stellen en de ruimte eronder opvullen met compriband of PUR-schuim.
B
Dampopen waterwerende folie naadloos onder het wandelement door aanbrengen.
C
Het wandelement ondersabelen met plastische krimpvrije mortel.
D
geen idee

Slide 19 - Quiz

Bij het aanbrengen van een latei houd je een ruimte van 5 mm tussen de latei en het kozijn.
Waarom doe je dit?
A
Je voorkomt hierdoor dat het kozijn er niet inpast.
B
Je voorkomt hierdoor dat de schilder de latei raakt bij het schilderen.
C
Je voorkomt hierdoor dat bij geringe doorbuiging van de latei het kozijn belast wordt.
D
Dit hoeft niet. De latei mag gewoon strak op het kozijn.

Slide 20 - Quiz

Hoe noemen we deze
bekleding?
A
Potdeksel
B
Rabatwerk
C
Zweeds rabat
D
Houten plank

Slide 21 - Quiz

Een houtskeletelement moet worden geplaatst. Wat is de juiste volgorde voor het monteren.
A
Dat het element op zijn plaats staat. Dat het element te lood staat. Dat het element waterpas staat.
B
Dat het element op zijn plaats staat. Dat het element waterpas staat. Dat het element te lood staat.
C
Dat het element waterpas staat. Dat het element te lood staat. Dat het element op zijn plaats staat.
D
Ik volg de instructies wel....

Slide 22 - Quiz

Je bekleedt een gevel met red cedar rabatdelen. Je brengt waterkerend materiaal aan op de spouwlat van de kozijnstijlaansluiting met de wand.
Welk materiaal is geschikt?
A
Lood.
B
DPC-folie/EPDM.
C
Damp-open folie.
D
pur

Slide 23 - Quiz

Tussen het folie en de gevelbekleding moet een ventilatieruimte aanwezig zijn.
Hoeveel mm moet de ventilatieruimte minimaal zijn?
A
10 mm
B
15 mm
C
20 mm
D
25 mm

Slide 24 - Quiz

Je bekleedt een gevel met redcedar rabatdelen. Aan de bovenkant van een kozijn breng je lood aan als waterkerende voorziening.
Hoeveel mm moet het redcedar vrij van het lood?
A
minimaal 10 mm
B
minimaal 20 mm
C
minimaal 30 mm
D
minimaal 40 mm

Slide 25 - Quiz

Je kunt diverse soorten lateien toepassen bij een gevelopening.
Waaruit bestaat een staltonlatei?
A
Een staltonlatei is een massieve betonlatei.
B
Een staltonlatei bestaat uit keramisch materiaal, beton en betonstaal.
C
Een staltonlatei is van roestvrijstaal of verzinktstaal.

Slide 26 - Quiz

Bij een hoge muur met zware stenen worden vaak geveldragers gebruikt.

Wat is de functie van de geveldragers?
A
De trekkrachten verspreiden over de hele gevel.
B
De neerwaartse krachten opvangen.
C
De neerwaartse krachten verspreiden over de hele gevel.

Slide 27 - Quiz

Ik ben klaar om profielen te stellen. Alle maten staan op de vloer afgetekend. De profielen kunnen overeind. Wat doe ik nu als allereerste met een profiel? Dus wat is de 1ste stap, ik pak een profiel en........(welke handeling doe ik als eerste)

Slide 28 - Open question

Als ik een stelkozijn met hoekankers ga stellen aan de binnenmuur, dan haal ik mijn hoogte uit?
A
Dikte spouwmuur
B
Hoogte van de gevel
C
Hoogte van maaiveld
D
Mp van de profielen

Slide 29 - Quiz