10.1 Opgroeien

10.1 Opgroeien 
1 / 20
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

10.1 Opgroeien 

Slide 1 - Slide

Vandaag
Leerdoelen
  1. Je kunt de levensfasen en een aantal kenmerken daarbij noemen
  2. Je kunt uitleggen dat je lichaam verandert door hormonen en hoe hormonen werken
  3. Je kunt beschrijven hoe je groeit

Programma
  1. Levensfasen op beeld
  2. Uitleg met vragen
  3. Zelf werken

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Video

Zet onderstaande begrippen in de juiste volgorde van jong naar oud:
schoolkind - volwassene - baby - puber - kleuter - adolescent - peuter - oudere

Slide 5 - Open question

Levensfasen
Iedere levensfase zijn er veranderingen 
  • Lichamelijke ontwikkeling: Je lichaam veranderd. Dit verschilt per levensfase
  • Geestelijke ontwikkeling: Je hersenen veranderen; leren

Slide 6 - Slide


Tanden wisselen
A
Lichamelijke ontwikkeling
B
Geestelijke ontwikkeling

Slide 7 - Quiz

Het leren omgaan met emoties en met gevoelens
A
Lichamelijke ontwikkeling
B
Geestelijke ontwikkeling

Slide 8 - Quiz

Wat is jouw volgende levensfase?
A
Kind
B
Adolescent
C
Puber
D
Volwassene

Slide 9 - Quiz

In welke levensfase leer je lezen, schrijven en rekenen?
A
Peuter
B
Kleuter
C
Schoolkind
D
Puber

Slide 10 - Quiz

In welke levensfase ben je afhankelijk van anderen?
A
Adolescent
B
Peuter
C
Baby
D
Bejaarde

Slide 11 - Quiz

Hormonen
Hormonen zijn regelstoffen die berichten doorgeven aan organen.

Hormonen worden gemaakt in hormoonklieren

Alleen cellen die receptor (= eiwit op een celmembraan) past, heeft het hormoon in die cel een effect --> doelwitorgaan

Slide 12 - Slide

Hypofyse
De hypofyse is een belangrijke hormoonklier onderaan je hersenen.

Het maakt bijvoorbeeld hormonen waardoor je
1. gaat groeien
2. In de puberteit komt

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Groeien
Zuigelingen groeien door de voedingsstoffen in (moeder)melk.
Daarna regelt groeihormoon de groei van het lichaam
Puberteit --> veel groeihormoon in de hypofyse

Groeispurt

Slide 15 - Slide

Groeien
Waar vindt groei plaats?

  1. Uiteinden van pijpbeenderen
  2. Wervelkolom, heupbeenderen en kaak.

In de kraakbeencellen in je groeischijven
Aan het eind van je puberteit zijn je groeischijven verandert in botweefsel.

Slide 16 - Slide

Hormonen zijn:
A
Regelstoffen
B
Voedingsbestanddelen
C
Geslachtskenmerken
D
hormoonklieren

Slide 17 - Quiz

De hypofyse produceert
A
Testosteron
B
Oestrogenen
C
Hormonen die werking teelballen, eierstokken en groei regelen
D
Zaadcellen en eicellen

Slide 18 - Quiz

Hoe komt het dat je lichaam een groeispurt doormaakt in de puberteit?
A
De hypofyse maakt groeihormoon waardoor je overal celdeling krijgt.
B
De hypofyse maakt groeihormoon waardoor je celdeling in je botten krijgt.
C
De hypofyse maakt groeihormoon waardoor je celdeling in de groeischijven van je botten krijgt.

Slide 19 - Quiz

Zelf werken
Lezen
H10.1

Maken
H10.1 opdr. 1 t/m 9 en 11 t/m 15 (je mag 6 en 12 overslaan)

Kun je
  1. de levensfasen en een aantal kenmerken daarbij noemen?
  2. uitleggen dat je lichaam verandert door hormonen en hoe hormonen werken?
  3. beschrijven hoe je groeit?

Slide 20 - Slide