Les heures - herhaling

Les heures
1 / 11
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Les heures

Slide 1 - Slide

Les heures
In het Frans gaan de kloktijden iets anders dan in het Nederlands. Eerst eens kijken naar de hele/halve/kwarturen
1. Kwart over = en een kwart (et quart) 
2. Half = en een half (et demie)
3. kwart voor = min een kwart (moins le quart)

Slide 2 - Slide

Combine l'heure avec le bon horloge
Il est une heure
Il est une heure et quart
Il est une heure moins le quart
Il est une heure et demie

Slide 3 - Drag question

Het is ... 
Wanneer je in het Frans wilt zeggen hoelaat het is zeg je altijd: 
  • Il est ...  = Het is ...

Dus:
  • Het is 3 uur =il est trois heures
  • Het is kwart over 3 = il est trois heures et quart
  • Het is half 4 = il est trois heures et demie
  • Het is kwart voor 4 = il est quatre heures moins le quart 

Slide 4 - Slide

Traduis:
1. Het is vijf uur. 3. Het is half 6.
2. Het is kwart over 5. 4. Het is kwart voor 6.

Slide 5 - Open question

Weet je het nog? 
- Wanneer het 12 uur is zeg je in Het Frans niet 'Il est douze heures.
- Er is een verschil tussen 12 uur 's middags en 12 uur 's nachts. 
Attention! Het is half 1  
1. Il est midi/minuit et dem
Il est minuit
Il est douze heures
Il est midi

Slide 6 - Drag question

Traduis:
1. Het is 12 uur 's middags.
2. Het is kwart over 12 's nachts
3. Het is kwart half 1 's nachts.
4. Het is kwart voor 12 's middags.

Slide 7 - Open question

Les heures
In het Frans gaan de kloktijden iets anders dan in het Nederlands.
Vóór het halve uur tellen ze vooruit...
- 5 over 1 = 1 uur + 5 (une heure cinq)
- 10 over 1 = 1 uur + 10 (une heure dix)
- 10 voor half 2 = 1 uur + 20 (une heure vingt)
- 5 voor half 2 = 1 uur + 25 (une heure vingt-cinq)

Slide 8 - Slide

Les heures
In het Frans gaan de kloktijden iets anders dan in het Nederlands. 
Na het halve uur gaan ze terugtellen...
- 5 over half 2 = 2 uur - 25 (une heure moins vingt-cinq)
- 10 over half 2 = 1 uur - 20 (une heure moins vingt)
- 10 voor 2 = 2 uur - 10 (une heure moins dix)
- 5 voor half 2 = 2 uur - 5 (une heure moins cinq)

Slide 9 - Slide

Combine l'heure avec la description
01h05
01h10
01h20
01h25
01h35
01h40
01h50
01h55
Il est une heure cinq 
Il est une heure dix
Il est une heure vingt
Il est une heure vingt-cinq
Il est deux heures moins cinq
Il est deux heures moins dix
Il est deux heures moins vingt
Il est deux heures moins vingt-cinq

Slide 10 - Drag question

Traduis:
1. Het is 10 over 8. 3. Het is 5 over half 9.
2. Het is 10 voor half 9 4. Het is 5 voor 9.

Slide 11 - Open question