B1-Hft-1.1
B1-Hft-1.1
Voorkennis
Theorie
Een balk, een kubus, een piramide, een bol en een cilinder zijn voorbeelden van ruimtefiguren. De zijkanten, de onderkant en de bovenkant van een ruimtefiguur noem je grensvlakken. De randen waar de grensvlakken bij elkaar komen, noem je ribben. De plaatsen waar de ribben bij elkaar komen, noem je hoekpunten. Bij het tekenen van een ruimtefiguur worden de ribben die je niet kunt zien gestippeld.
Opgave 2
De piramide hiernaast heeft een grondvlak met zes hoekpunten.
a Hoeveel grensvlakken heeft de piramide?
b Hoeveel ribben heeft het grondvlak?
c En hoeveel ribben heeft de piramide in totaal?
d Hoeveel hoekpunten heeft de piramide in totaal?
Uitwerking
a De piramide heeft 7 grensvlakken.
b Het grondvlak heeft 6 ribben.
c De piramide heeft in totaal 12 ribben.
d De piramide heeft in totaal 7 hoekpunten.
Theorie
Om te laten zien hoe een ruimtefiguur eruitziet, kun je een draadmodel maken. Bij een draadmodel kun je alle ribben en hoekpunten zien. Bij het tekenen van een draadmodel hoef je dan ook geen ribben te stippelen.
Hoeveel hoekpunten, hoeveel ribben en hoeveel grensvlakken heeft een balk?
R=8, G=6 en H=12
R=6, G=12 en H=8
R=12, G=6 en H=8
R=12, G=8 en H=6
Leerdoelen bereikt?
a Hoeveel ribben, hoeveel grensvlakken en hoeveel hoekpunten heeft de
ruimtefiguur?
b Arie maakt een draadmodel van de ruimtefiguur. Alle ribben worden 8 cm
lang. Hoeveel cm ijzerdraad heeft hij in totaal nodig?
De ruimtefiguur heeft 9 ribben, 5 grensvlakken en 6 hoekpunten.
In totaal heeft hij 9 × 8 = 72 cm ijzerdraad nodig.
Huiswerk
Maken som 3, 4, 6 en 7