H2.6 De hoeveelheid van een stof

H2.6 De hoeveelheid van een stof
1 / 20
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

H2.6 De hoeveelheid van een stof

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

10 min. stil werken aan:
Lezen: H2.6 
Maken: 69, 70, 71, 74, 76, 
78, 79, 80, 82



Slide 3 - Slide

alleen het eindantwoord moet significant zijn!
Rekenen met significantie
Optellen en aftrekken:
Eindantwoord moet net zoveel significante cijfers achter de komma hebben als het minst significante getal:
5,000000 g + 0,005 g = 5,005 g
Bij vermenigvuldigen en delen heeft het antwoord net zoveel significante cijfers als het kleinste aantal bij de meetwaarden.

Bijvoorbeeld: 
2,5 * 4,78 = 11,95 = 12
2,5 bestaat uit 2 cijfers dus het antwoord
moet ook afgerond worden op 2 cijfers

Slide 4 - Slide

Voorbeelden significantie
Optellen en aftrekken

8,21 + 15,1 = 23,31 op je rekenmachine. Echter, van de 15,1 is maar één cijfer achter de komma nauwkeurig. Het antwoord mag dus ook maar één cijfer achter de komma nauwkeurig -> 23,3.



Vermenigvuldigen en delen

Het volume van een blokje van 1,2 cm bij 2,34 cm bij 0,8 cm is 2,2464 cm³. De 0,8 cm is de laagste met 1 significantie, dus het antwoord moet ook 1 significant --> V = 2 cm³.

5,12 + 0,08 = 5,2 op je rekenmachine. Beide waardes hebben 2 cijfers achter de komma nauwkeurig. Je rekenmachine geeft echter 5,2 aan, dat LIJKT dus maar één cijfer decimaal nauwkeurig. De juiste weergave van dit antwoord is dan 5,20. Je moet soms dus zelf een 0 toevoegen!

Slide 5 - Slide

Dichtheid
dichtheid=ρ=volumemassa=Vm
grootheid dichtheid = rho (spreek uit roo) =
 
eenheid dichtheid =

dichtheid = stofeigenschap, kun je opzoeken bv. Tabel 8 BINAS
cm3g
ρ

Slide 6 - Slide

Mol
• Mol is een maat voor een bepaalde hoeveelheid moleculen, namelijk 6,02x10²³ (constante van Avogadro). In een mol water zitten dus evenveel moleculen als in een mol suiker. Maar doordat een suiker molecuul zwaarder is dan een watermolecuul, zal een mol suiker ook zwaarder zijn dan een mol water.
  
• De massa van één mol water en de massa van één molecuul water komen overeen in getalwaarde, maar verschillen in eenheid. De massa van één mol wordt gegeven in g en de massa van één molecuul in u.

• De massa van één mol van een stof wordt ook wel de molaire massa genoemd. Het symbool van de molaire massa is M.

Slide 7 - Slide

Omrekenen van g naar mol
Tip
Antwoord

Slide 8 - Slide

Huiswerk
Leren: H2.6 
Maken: 69, 70, 71, 74, 76, 
78, 79, 80, 82



Slide 9 - Slide

De dichtheid van koper is

Je hebt een stuk van 0,25 cm x 0,25 cm x 0,25 cm. Hoeveel gram koper is dit dan?
8,96.103m3kg
A
1,74.1012g
B
140 g
C
0,140 g
D
1,74.109g

Slide 10 - Quiz

Tel 0,25 mL op bij 2,756 mL.
Wat is het juiste antwoord?
A
3 mL
B
3,0 mL
C
3,00 mL
D
3,01 mL

Slide 11 - Quiz

Vermenigvuldig 0,10 met 2,75.
Wat is het juiste antwoord?
A
0,275
B
2,75.101
C
0,28
D
2,8.101

Slide 12 - Quiz

Het symbool voor de grootheid molaire massa is...
A
m
B
M
C
V
D
n

Slide 13 - Quiz

De molaire massa is de massa van...
A
...een molecuul
B
... heel veel moleculen
C
...van individuele atomen in een molecuul
D
...van 1,000 mol moleculen

Slide 14 - Quiz

Bereken de molecuulmassa van H3PO4
A
97.99 u
B
95.98 u
C
47.98 u

Slide 15 - Quiz

van kg naar mol moet je....
A
delen door 1000 en dan delen door molecuulmassa
B
delen door 1000 en dan keer de molecuulmassa
C
keer 1000 en dan delen door molecuulmassa
D
keer 1000 en dan keer de molecuulmassa

Slide 16 - Quiz

Wat heeft meer massa één mol IJzer (Fe) of één mol Zink (Zn)?
Tip: Check je BINAS
A
Eén mol IJzer
B
Eén mol Zink

Slide 17 - Quiz

Wat heeft meer Volume:
Eén mol IJzer of één mol Zink?
A
Eén mol IJzer
B
Eén mol Zink

Slide 18 - Quiz

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video