Dramales 12 lj2

Dramales 12
1 / 10
next
Slide 1: Slide
DramaPraktijkonderwijsLeerjaar 2

This lesson contains 10 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Dramales 12

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Programma vandaag
  • Opwarming
  • loop door de ruimte commando's
  • Loop door de ruimte als....
  • De bakker......
  • Impro-oefening
  • Tijd genoeg? commando pinkelen. 

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Opwarming 
Tafels en stoelen aan de kant.
Korte opwarming

Slide 3 - Slide

Hoofd rondje draaien, linksom rechtsom
Schouders optrekken en laten zakken.
Rondje met de schouders, rondje met je armen.
"Hoelahoepen"
Heupen los.
Squaten
Helemaal lang en los
Benen losschudden
Voeten rondje draaien.
Alles laten trillen/schudden.

Loop door de ruimte
Ik geef opdrachten en nummers.
Maar let op! Als ik het woord commando niet gebruik, blijf je doen wat je al deed.


We blijven van elkaar af!

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Loop door de ruimte 
Nu gaan we door de ruimte lopen met emoties.
Ik geef aan.

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Bij de bakker
  • Ga zitten in een halve kring.
  • We gaan oefenen met korte scènes.
  • Je krijgt een emotie en je speelt de klant en de bakker met deze emotie.
  • Tip: gebruik niet alleen je stem maar ook je lichaam om de emotie uit te beelden. 
  • Om de beurt komt er iemand bij de bakker.
  • De bakker zegt: Goedemorgen, kan ik u helpen? 
  • Je vraagt om "1 bruin brood en een zak met krentenbollen" 
  • De emotie wordt opgebouwd...steeds wat heftiger
  • 😡😭😃😨😲🥰😳

Slide 6 - Slide

Emoties of toestanden zoals dronken of in de war.
Nieuwe spelopdracht
Spel: “Het Associatieverhaal”
Doel: Samen een verhaal maken door te improviseren en associëren.
Benodigdheden:
● Een dobbelsteen (optioneel)
● Kaartjes met woorden of afbeeldingen (bijv. dieren, voorwerpen, emoties, beroepen)Spannend maar leuk! 

Slide 7 - Slide

Spel: “Het Associatieverhaal”
Doel: Samen een verhaal maken door te improviseren en associëren.
Benodigdheden:

Een dobbelsteen (optioneel)
Kaartjes met woorden of afbeeldingen (bijv. dieren, voorwerpen, emoties, beroepen)

Spelregels:


Start: Eén leerling begint met een zin, bijvoorbeeld:
“Er was eens een hond die…”


Associatie: De volgende leerling moet een woord of idee toevoegen dat associatief aansluit op het vorige. Bijvoorbeeld:
“…die heel graag pizza at.”


Improvisatie: Elke leerling voegt een zin toe en mag er een gekke wending aan geven. Hoe onverwachter, hoe beter!


Extra uitdaging:

Gooi een dobbelsteen:

1-2: Voeg een voorwerp toe.
3-4: Voeg een emotie toe.
5-6: Voeg een actie toe.


Of trek een kaartje en verwerk dat in je zin.



Afronding: Na een paar rondes hebben jullie een grappig, creatief verhaal. Bespreek samen:

Welke associaties waren verrassend?
Hoe voelde het om te improviseren?




Variatie:

Laat leerlingen in tweetallen een korte scène spelen op basis van drie willekeurige woorden (bijv. “regen”, “fiets”, “feest”).
Gebruik een timer: elke leerling heeft 10 seconden om zijn zin te bedenken.
Spelregels:
1. Start: Eén leerling begint met een zin, bijvoorbeeld: “Er was eens een hond die…”
2. Associatie: De volgende leerling moet een woord of idee toevoegen dat associatief aansluit op het vorige. Bijvoorbeeld: “…die heel graag pizza at.”
3. Improvisatie: Elke leerling voegt een zin toe en mag er een gekke wending aan geven. Hoe onverwachter, hoe beter!
4. Extra uitdaging: ○ Gooi een dobbelsteen:
■ 1-2: Voeg een voorwerp toe.
■ 3-4: Voeg een emotie toe.
■ 5-6: Voeg een actie toe.
○ Of trek een kaartje en verwerk dat in je zin.
5. Afronding: Na een paar rondes hebben jullie een grappig, creatief verhaal. Bespreek samen:
○ Welke associaties waren verrassend?
○ Hoe voelde het om te improviseren?












Slide 8 - Slide

Spel: “Het Associatieverhaal”
Doel: Samen een verhaal maken door te improviseren en associëren.
Benodigdheden:

Een dobbelsteen (optioneel)
Kaartjes met woorden of afbeeldingen (bijv. dieren, voorwerpen, emoties, beroepen)

Spelregels:


Start: Eén leerling begint met een zin, bijvoorbeeld:
“Er was eens een hond die…”


Associatie: De volgende leerling moet een woord of idee toevoegen dat associatief aansluit op het vorige. Bijvoorbeeld:
“…die heel graag pizza at.”


Improvisatie: Elke leerling voegt een zin toe en mag er een gekke wending aan geven. Hoe onverwachter, hoe beter!


Extra uitdaging:

Gooi een dobbelsteen:

1-2: Voeg een voorwerp toe.
3-4: Voeg een emotie toe.
5-6: Voeg een actie toe.


Of trek een kaartje en verwerk dat in je zin.



Afronding: Na een paar rondes hebben jullie een grappig, creatief verhaal. Bespreek samen:

Welke associaties waren verrassend?
Hoe voelde het om te improviseren?




Variatie:

Laat leerlingen in tweetallen een korte scène spelen op basis van drie willekeurige woorden (bijv. “regen”, “fiets”, “feest”).
Gebruik een timer: elke leerling heeft 10 seconden om zijn zin te bedenken.
Zip Zap Boing
Kom in de kring staan
Je stoel blijft achter je staan.
We gaan een Zip of een Zap doorgeven
Een Zip kan alleen naar je linker of rechterbuurman/vrouw
Een Zap naar iemand die geen buurman/vrouw is.
Met een Boing kaats je de zip of zap terug.
 Ben je af? Dan ga je zitten. Wie houdt dit het langst vol?


Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Opruimen & evalueren.
Alle tafels en stoelen weer op hun plek.
Iedereen helpt.

Geef jezelf een tip en een top:
> wat kan beter/vond je moeilijk? 
> wat ging al heel goed? 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions