Lowan thema 1 De school werkwoorden

Thema 1 de school 
1 / 22
next
Slide 1: Slide
NT2Speciaal OnderwijsLeerroute 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Thema 1 de school 

Slide 1 - Slide

Wat leer ik?
  • Ik leer de woorden: pakken, wijzen, lezen, leren, schrijven, tekenen, staan, zitten,  zijn
  • Ik leer korte zinnen maken

Slide 2 - Slide

Wat is een werkwoord?
Weet je een voorbeeld?

Slide 3 - Mind map

Welke personen zijn 2 of meer?
A
ik
B
jij
C
hij / zij
D
wij / jullie / zij

Slide 4 - Quiz

Wat is de goede vorm?
A
ik bent
B
jij bent
C
hij / zij bent
D
wij / jullie / zij bent

Slide 5 - Quiz

pakken
Ik pak
Jij pakt
Hij / zij pakt
----------------------------------
Wij pakken
Jullie pakken
Zij pakken

Slide 6 - Slide

wijzen
Ik wijs
Jij wijst
Hij / zij wijst
----------------------------------
Wij wijzen
Jullie wijzen
Zij wijzen

Slide 7 - Slide

lezen
Ik lees
Jij leest
Hij / zij leest
----------------------------------
Wij lezen
Jullie lezen
Zij lezen

Slide 8 - Slide

leren
Ik leer
Jij leert
Hij / zij leert
----------------------------------
Wij leren
Jullie leren
Zij leren

Slide 9 - Slide

schrijven
Ik schrijf
Jij schrijft
Hij / zij schrijft
----------------------------------
Wij schrijven
Jullie schrijven
Zij schrijven

Slide 10 - Slide

tekenen
Ik teken
Jij tekent
Hij / zij tekent
----------------------------------
Wij tekenen
Jullie tekenen
Zij tekenen

Slide 11 - Slide

staan
Ik sta
Jij staat
Hij / zij staat
----------------------------------
Wij staan
Jullie staan
Zij staan

Slide 12 - Slide

zitten
Ik zit
Jij zit
Hij / zij zit
----------------------------------
Wij zitten
Jullie zitten
Zij zitten

Slide 13 - Slide

zijn
Ik ben
Jij bent
Hij / zij is
----------------------------------
Wij zijn
Jullie zijn
Zij zijn

Slide 14 - Slide

Pak je laptop.

Slide 15 - Slide

Hij schrijv
A
goed
B
fout

Slide 16 - Quiz

Ik staa
A
goed
B
fout

Slide 17 - Quiz

Pak je schrift en je pen.

Slide 18 - Slide

Schrijf op:
  1. Ik … (leren)
  2. Jij … (lezen)
  3. Hij … (zitten)
  4. Wat is goed?: Jij stat/ Jij staat
  5. Welk werkwoord zie je op de foto?

Slide 19 - Slide

Pak je werkboekje

Maak dag 1: blz. 9



Slide 20 - Slide

Ik weet wat een werkwoord is.
😒🙁😐🙂😃

Slide 21 - Poll


Klaar?
Oefen in Wordwall met de werkwoorden.

Slide 22 - Slide