l'adverbe

Startklaar
Ik ben klaar voor de les:
  • ik zit op mijn plek
  • mijn jas is uit 
  • mijn tas is op de grond/ aan mijn stoel
  • mijn mobiel is in mijn kluis of telefoonhotel
  • mijn boek en pen zijn op mijn tafel
1 / 21
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3-5

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Startklaar
Ik ben klaar voor de les:
  • ik zit op mijn plek
  • mijn jas is uit 
  • mijn tas is op de grond/ aan mijn stoel
  • mijn mobiel is in mijn kluis of telefoonhotel
  • mijn boek en pen zijn op mijn tafel

Slide 1 - Slide

Qu'est-ce qu'on a fait le dernier cours?
Wat hebben we de vorige les gedaan?

Slide 2 - Slide

Qu'est-ce que c'est l'adverbe?

Slide 3 - Slide

PROGRAMME
Quoi? herhaling l'adverbe p. 53
Comment? klassikaal + individueel/ tweetallen
Temps? 45 minuten
Prêt? Leren vocabulaire blz.82+ 83
les buts?
 À la fin de ce cours:
- Tu pourras utiliser l'adverbe

Slide 4 - Slide

les
adverbes

Slide 5 - Slide

Het Bijwoord

Slide 6 - Mind map

In het Nederlands hebben we geen aparte vorm voor het bijwoord:

Dat is een goed boek >> goed is een bijvoeglijk naamwoord

Hij zingt goed. >> goed is een bijwoord.

Slide 7 - Slide

maar ja...... het Frans heeft natuurlijk wel een aparte vorm voor het bijwoord. 
Je moet dus wel goed kunnen ontleden......

Slide 8 - Slide

om een (modaal) bijwoord te maken heb je nodig:

het bijvoeglijk naamwoord
+
het achtervoegsel ment

Slide 9 - Slide

HOE WERKT HET?

Als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op een klinker:
bijv.nw+ ment      poli (beleefd) wordt dan poliment,

Als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op een medeklinker:
eerst vrouwelijk maken dan + ment

actif >> active >> activement
heureux  >> heureuse >> heureusement
doux >> douce >> doucement

Slide 10 - Slide

Als het bijvoeglijk naamwoord eindigt op ent of ant dan wordt het bijwoord -emment of -amment . Bijvoorbeeld constant ==> constamment (steeds)

Slide 11 - Slide

mais!!
bien sûr il y a des exceptions:
Bon ==> Bien
Meilleur ==> mieux
Mauvais ==> Mal
Gentil ==> Gentiment
long ==> Longuement
Rapide ==> rapidement / vite

Slide 12 - Slide

avantage: 


les adverbes sont invariables.....

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

donne l'adverbe
des adjectifs entre parenthèses

Slide 15 - Slide

J'ai rencontré (récent) un curieux personnage ;

Slide 16 - Open question

c'était un martien qui parlait (courant) notre langue.

Slide 17 - Open question

Les nains partent au travail en chantant. Blanche Neige leur dit (gentil) 'Au revoir !'

Slide 18 - Open question

(malheureux) elle est tombée malade après avoir mangé la pomme empoisonnée

Slide 19 - Open question

Les exercices
Vous faites les exercices 9 + 10 p. 53 jusqu'à 55

Prêt? leren vocabulaire A +B blz.82 + 83
timer
15:00

Slide 20 - Slide

Reflectie
Wat was het leerdoel? Hebben we het behaald?

Slide 21 - Slide