1.2 sparen

1 / 18
next
Slide 1: Slide
PAVBuitengewoon secundair onderwijs

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Doel van dit hoofdstuk

Ik geef verschillende redenen waarom sparen zinvol kan zijn

Ik gebruik volgende woorden correct: rente, lenen, sparen, interest, getrouwheidspremie, pensioensparen

Ik bereken interest op een spaarrekening correct.


Ik maak een bewuste keuze tussen verschillende spaarrekeningen.

Ik lees korte teksten over geld en toon dat ik begrijp wat er staat. 

Slide 2 - Slide

Sparen?

Slide 3 - Mind map

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Sparen is...
Je houdt iets van je bezittingen aan de kant, in plaats van het uit te geven. 

Slide 8 - Slide

Waarom spaar jij?

Slide 9 - Open question

Sparen om in de toekomst iets duur te kopen
Gemoedsrust (onverwachte uitgave kunnen betalen)
Pensioensparen
Sparen om kinderen financieel te ondersteunen wanener ze wat ouder zijn.
Melanie wil eens ze niet meer werkt, bovenop haar pensioen beschikken over een extra centje.
Jorik werkt elk weekend. Het geld spaart hij. Zo hoopt hij zichzelf snel een nieuwe smartphone cadeau te kunnen doen.
De ouders van Joeri willen dat hun kinderen niets tekort komen. Van voor ze kinderen hadden, zetten ze geld opzij. Hiermee willen ze kunnen helpen als Joeri gaat studeren, alleen gaat wonen,...
De computer van Stan is gecrasht. Gelukkig spaart hij elke maand een beetje en kan hij zijn computer meteen vervangen. 

Slide 10 - Drag question

Bank?
Sok onder de matras?
Waarom?
Bank?
Sok onder de matras?

Slide 11 - Slide

Rente?
Interest?

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Een ander woord voor 'rente' is
A
Sparen
B
Getrouwheidspremie
C
Interest
D
Lenen

Slide 14 - Quiz

Leg uit in eigen woorden.
Wat is sparen?

Slide 15 - Open question

Je zet geld opzij om een onverwachte kost te kunnen betalen.
Dit valt onder
A
Pensioensparen
B
Gemoedsrust
C
Lenen
D
Financiële ondersteuning

Slide 16 - Quiz

Wat is pensioensparen?
A
Langetermijnsparen, voor een aanvullend pensioen
B
Gepensioneerden sparen voor (klein)kinderen
C
Extra belasting om vroeger op pensioen te kunnen gaan

Slide 17 - Quiz

Maak de opdracht in Google Classroom

Slide 18 - Slide