Er zijn een aantal hoofdcategorieën.
Je krijgt zo een kaartje met daarop een van de categorieën:
- vlees en vis (Fleisch und Fisch)
- groente en fruit (Gemüse und Obst)
- kruiden en specerijen (Kräuter und Gewürze)
- zuivel en sauzen (Milchprodukte und Soßen)
- bereidingswijzen (gekookt - gebakken) (Zubereitungsarten)
- smaken / texturen / samenstellingen / toestanden (Geschmack und Texturen)
Noteer 8 Duitse woorden met lidwoord ervoor binnen deze categorie die jij in de beroepscontext werkelijk relevant vindt.