Was steht auf der Speisekarte?

Was steht auf der Speisekarte?
1 / 25
next
Slide 1: Slide
DuitsMBOStudiejaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Was steht auf der Speisekarte?

Slide 1 - Slide

Programma komende periode
Week 1= 2 nov.-6 nov.= Wörter sammeln Zutaten
Week 2= 9 nov.-13 nov.= Artikel, Geschmäcke, Textüre
Week 3= 16 nov.-20 nov.= Zubereitungsarten und Verben
Week 4= 23 nov.- 27 nov.= Ein Menü zusammenstellen
Week 5= 30 nov.-4 dec.= werkweek 2= toets woorden

Slide 2 - Slide

Leeruitkomst:
Je beschrijft in het Duits een voor-, hoofd- en nagerecht aan een gast, waarbij je ingrediënten benoemt en de smaak, textuur en bereidingswijze van de gerechten toelicht.
Je gebruikt hiervoor passende Duitse vakwoordenschat en taalconstructies (eventueel met behulp van uitgedeelde Redemittel).

Slide 3 - Slide

Ziel Lektion 1
Na deze les...
  • kun je uit iedere eetcategorie een aantal Duitse woorden benoemen.

Slide 4 - Slide

Aufgabe
  • Je krijgt de menukaart van lokaal 038
  • Bekijk de menukaart
  • Welke woorden weet je nu al in het Duits? 
  • Noteer deze erbij.
  • Hierna vraag ik een aantal studenten om hun
    woorden te noemen. De rest schrijft dan mee. 
timer
7:00

Slide 5 - Slide

Woorden die je kent in de menukaart

Slide 6 - Open question

Aufgabe
Ik lees nu de lunchkaart van 038  in het Duits voor.
Tijdens het luisteren: 
  • Worden er woorden gezegd die jij genoteerd had?
  • Worden er andere woorden gezegd die je ook herkent? Onderstreep deze tijdens het luisteren.
timer
7:00

Slide 7 - Slide

Actief verzamelen
Er zijn een aantal hoofdcategorieën.
Je krijgt zo een kaartje met daarop een van de categorieën: 
- vlees en vis (Fleisch und Fisch)
- groente en fruit (Gemüse und Obst)
- kruiden en specerijen (Kräuter und Gewürze)
- zuivel en sauzen (Milchprodukte und Soßen)
- bereidingswijzen (gekookt - gebakken) (Zubereitungsarten)
- smaken / texturen / samenstellingen / toestanden (Geschmack und Texturen)

Noteer 8 Duitse woorden met lidwoord ervoor  binnen deze categorie die jij in de beroepscontext werkelijk relevant vindt.
timer
7:00
Ieder zelfstandig naamwoord heeft een lidwoord:<br /><ul><li>de = der (m) en die (v)</li><li>het = das (o)</li><li>een = ein (m) en eine (v) en ein (o)</li></ul><br />

Slide 8 - Slide

Delen
Ieder groepje noemt een aantal Duitse woorden (2 per persoon).
De rest van de klas vertaalt dit woord naar het Nederlands en schrijft dit op.
Ik schrijf het woord op het bord in het Duits.
Neem het Duitse woord van het bord over. 
Zo maken we samen een woordenlijst met relevante woorden. 
timer
7:00

Slide 9 - Slide

die Nachbesprechung
Menukaart 038 bekeken, onderzocht en in het Duits beluisterd.
Woorden in categorieën verzameld.
Woorden met elkaar gedeeld.<br />Spreken, luisteren en schrijven.
Wat kun je nu benoemen?

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Let op
In Canvas vind je in de Cursus HFM - Duits - Leerjaar 1- 26/27 
onder 2.1 Opdrachten Stap 1 de te leren woorden voor deze week in een link. 

Slide 16 - Slide

Alternatief
Stel: een gast vraagt jou wat er in een gerecht zit. Kun je dat dan al vertellen?

Dan wat basic gerechten laten zien en dan vragen wat ze weten...

Iedereen wat laten opschrijven en een paar laten antwoorden. 

Slide 17 - Slide

Vorige les:
  • Ik herken Duitse ingrediënten.
  • Ik kan ingrediënten in categorieën plaatsen.
  • Ik kan een aantal ingrediënten in het Duits benoemen.
Deze les:
Woorden herhalen
Gerechten beschrijven 

Slide 18 - Slide

Ziel Lektion 2
Na deze les:
  • kan je uitleggen welke ingrediënten er in een gerecht zitten

Slide 19 - Slide

Quiz woorden les 1

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Aufgabe
Je ontvangt en mail met daarin een Duits menu.
Vertaal een aantal van de gerechten naar het Nederlands.
timer
5:00

Slide 22 - Slide

Aufgabe
Je ontvangt een mail met daarin een schema.
Analyseer nu de gerechten uit de volgende opdracht op de soorten woorden uit de eerste kolom. Noteer bij voorbeelden woorden die die woordsoort representeren. 
timer
5:00

Slide 23 - Slide

Aufgabe
Je ontvangt nu een mail met daarin Redemittel die je kunt gebruiken om een gerecht te beschrijven.

Kies daarna één gerecht uit de vorige opdracht en beschrijf in het Duits aan een denkbeeldige gast wat het gerecht bevat en hoe het wordt bereid. 
Maak gebruik van de Redemittel.

Kies daarná een gerecht uit de kaart van 038, of Amadeus en beschrijf in het Duits aan een denkbeeldige gast wat het gerecht bevat, hoe het wordt bereid, hoe het smaakt en dat je het kunt aanbevelen. 
timer
10:00

Slide 24 - Slide

Redemittel
Diese Speise enthält
Dieses Gericht besteht aus
Es wird mit ... und ... serviert

Ich würde Ihnen dieses Gericht empfehlen, weil der Fisch frisch und die Soße sehr aromatisch ist.

Slide 25 - Slide