Van agrarisch naar industrieel: de start van de industriële revolutie
Van agrarisch naar industrieel: de start van de industriële revolutie
Wat weet jij over het leven van een doorsnee persoon in 1700?
Leerdoel van deze les
Aan het einde van deze les kun je uitleggen hoe de industriële revolutie rond 1800 begon, welke oorzaken en gevolgen er waren en hoe dit contrasteert met het ancien régime.
Wat weet jij al?
Noteer minstens drie zaken die we nu al weten over het leven en werken rond 1700.
Drie zaken die je al weet over het leven rond 1700
Het ancien régime: het oude systeem
- Agrarische economie (landbouw)
- Er was veel huisnijverheid en ambachten waren belangrijk
- Beperkte mobiliteit; mensen bleven vaak op dezelfde plek wonen
- Standenmaatschappij (adel, geestelijkheid, derde stand)
- Traditie en lokale markten speelden een grote rol
Kenmerken van de samenleving
ancien régime – huisnijverheid – standen – traditie – lokale markt
Belangrijke begrippen
Hoe zag het dagelijks leven eruit?
De meeste mensen werkten op het platteland, woonden in dorpen, werkten samen in het gezin, en maakten spullen met de hand of eenvoudige werktuigen.
Beperkte economie en ruilhandel
Grootschalige handel bestond vooral uit lokale markten. Zelfvoorziening stond centraal, en productie was vooral voor eigen gebruik.
Verandering in zicht: Groot-Brittannië als voortrekker
Rond 1750 begon in Groot-Brittannië een periode van ingrijpende veranderingen. Waarom juist daar?
Waarom Groot-Brittannië?
Kernbegrippen
- Aanwezigheid van steenkool - Genoeg kapitaal (geld voor investeringen) - Veel arbeidskrachten - Technologische vernieuwingen en uitvindingen (zoals de stoommachine) - Ondernemende burgers
2 of 3 regels plaats laten, later zelf invullen.
steenkool – kapitaal – arbeidskracht – innovatie – ondernemerschap
Belangrijke voorwaarden
De kracht van innovatie
Praktisch denken en experimenteren leidden tot vernieuwingen zoals de spinning jenny en stoommachine. Dit maakte massaproductie mogelijk.
Economisch: van huisnijverheid naar fabriek
Textielproductie verhuisde van huis naar grote fabrieken. Machines namen het werk over, waardoor de productiviteit steeg.
De textielindustrie als voorbeeld (1700-1800)
+/- 1700, Traditionele huisnijverheid: 8 spinners + 1 wever → 1 eenheid textiel
1733, Flying Shuttle: 16 spinners + 1 wever → 2 eenheden textiel
1764, Spinning Jenny: 1 spinner + 1 wever → 1 eenheid textiel
1766-1769, Water Frame / Mule: 1 spinner + 4 wevers → 4 eenheden textiel
1785-1800, Mechanisch weefgetouw: 1 spinner + 1 wever → 8 eenheden textiel
Wat is de verhouding qua geproduceerde hoeveelheid textiel in 1800 t.o.v. 1700 als je er van uit gaat dat we spinners en wevers allemaal als 'arbeider' beschouwen?
Hoeveel eenheden textiel kon 1 arbeider in 1800 produceren in de tijdspanne die 1 arbeider (spinner+wever gemiddeld) in 1700 nodig had om 1 eenheid textiel te produceren?
Evolutie textielproductie (1700-1800)
Van huisnijverheid naar fabrieksproductie
Verschil in productie
Gevolgen
- Massaproductie - Begin kapitalisme - Meer aanbod, andere prijzen
Bij huisnijverheid maakte elk gezin eigen producten. In fabrieken werkten veel mensen aan verschillende delen van het productieproces. Dit was sneller en goedkoper.
Agrarische revolutie: Waar komen die fabrieksarbeiders vandaan?
1700, traditionele landbouw: Drieslagstelsel, kleine open percelen
= 1 boer → voedsel voor ±1,5–2 personen
1720-1750, intensivering: Vierslagstelsel, enclosures
= 1 boer → voedsel voor ±2–2,5 personen
1750-1770, innovaties: Zaaimachine, selectieve veeteelt
= 1 boer → voedsel voor ±3 personen
1770-1800, versnelling: Systematische bemesting, marktintegratie...
= 1 boer → voedsel voor ±4–5 personen
Wat betekent dat voor de werkgelegenheid op het platteland?
Wat was het directe gevolg van de agrarische revolutie?
Afname van de bevolking
Verlies van landbouwgrond
Minder beroepen op het platteland
Toename van de voedselproductie
Wat betekent dat voor de werkgelegenheid op het platteland?
Boeren worden welvarender, het beroep wordt aantrekkelijker en de boeren winnen aan macht.
Meer mensen trekken naar het rijkere platteland om luxegewassen te produceren.
Veel mensen verhuisden naar de stad omdat er minder plattelandswerk was?
Minder werkgelegenheid in handel aangezien er minder gehandeld moet worden.
Slide titel
Evolutie landbouwproductie (1700-1800)
Sociale gevolgen: nieuwe groepen
Fabrieksarbeiders en fabrikanten werden belangrijke groepen. Traditionele standen raakten deels op de achtergrond.
Urbanisatie: groei van steden
Meer mensen trokken naar steden voor werk in de industrie. Steden groeiden snel en arbeidsomstandigheden veranderden.
Arbeidsomstandigheden veranderen
In fabrieken waren dagen lang, werk zwaar en beloning laag. Jonge kinderen en vrouwen werkten vaak mee.
Wat was een kenmerk van de arbeidsomstandigheden?
Goede ventilatie in fabrieken
Hoge salarissen voor arbeiders
Voldoende pauzes tijdens de werkdag
Langere werktijden dan vandaag de dag
Welke rol speelden vrouwen tijdens de revolutie?
Geen invloed op de economie
Leidinggevende posities in bedrijven
Alleen thuis voor de kinderen zorgen
Werken in fabrieken voor laag loon
Wat is een kenmerk van kinderarbeid?
Kinderen verdienden hoge lonen
Kinderen werkten vaak lange uren
Kinderen kregen goede scholing
Kinderen werkten in veilige omgevingen
Politiek-bestuurlijk: beperkte directe impact
Grondwet of beleid veranderde nauwelijks, maar eigendomsrechten en economische vrijheid werden belangrijker.
Eigendom wordt centraal
Wie fabrieken of machines bezat, had voordeel. Dit stimuleerde investeringen en economische groei.
Cultureel/mentaal: geloof in vooruitgang
Er ontstond een optimistisch gedachtengoed: innovatie en verbetering zijn mogelijk door kennis en uitvindingen.
Maar er was ook een tegenbeweging:
De Luddieten.
Praktische kennis en experimenteren
Praktische kennis werd steeds belangrijker, net als vaardigheden om te experimenteren en verbeteren.
Ruimtelijk/milieu: gevolgen voor omgeving
Industriële ontwikkeling concentreerde zich in bepaalde regio’s, vaak rond steenkool. Eerste milieuproblemen zoals luchtvervuiling werden zichtbaar.
Een geleidelijk proces
Wat veranderde?
Wat bleef bestaan?
Veel oude elementen van het ancien régime blijven nog. Niet iedereen werkte direct in fabrieken, veel mensen bleven op het platteland.
Industriële productie en nieuwe groepen ontstonden, vooral in de steden.
Synthese: kern van de overgang
De overgang van een agrarische naar een industriële samenleving rond 1800 was traag, maar bracht nieuwe productie, groepen en ideeën. Het ancien régime bleef deels bestaan.
Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.
Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.