Kapitel 2 Berlin

Kapitel 2 Berlin: blz 86-153

1 / 30
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsMiddelbare schoolvmbo b, k, tLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Kapitel 2 Berlin: blz 86-153

This item has no instructions

Leerdoel

Ik kan meningen over Berlijn begrijpen.


Ik kan rangtelwoorden, datums en jaartallen in het Duits juist herkennen en gebruiken.

De gebruiker gaf meerdere doelen. Deze slide bundelt ze tot één leerlingvriendelijk leerdoel voor deze les.

Berlijn in één oogopslag


  • Berlijn is de hoofdstad van Duitsland.

  • De stad is groot, druk en veelzijdig.

  • Je hoort er vaak meningen over cultuur, geschiedenis en sfeer.

  • In deze les gaat het om begrijpen wat mensen over Berlijn zeggen en schrijven.

  • Berlin: Ein Tag in einer Minute | Expedia

Open met de stad als herkenbaar onderwerp. Houd het algemeen; de les focust op taalbegrip, niet op uitgebreide aardrijkskundige of historische inhoud.

Meningen over Berlijn begrijpen

Als iemand over Berlijn praat, hoor je vaak wat die persoon leuk of niet leuk vindt. Let dan op woorden die een mening aangeven, zoals:


  • toll, interessant, spannend

  • laut, teuer, anstrengend

  • modern, kreativ, international

Benadruk dat leerlingen niet elk woord hoeven te kennen om de hoofdm mening te begrijpen. Signaalwoorden helpen veel.

Woorden en uitdrukkingen geven vaak meteen de richting van een mening aan.



Positief

  • Ich finde Berlin super.

  • Mir gefällt die Stadt.

  • Berlin ist echt interessant.


Negatief

  • Berlin ist mir zu laut.

  • Ich mag Berlin nicht so gern.

  • Die Stadt ist mir zu groß.

Koppel luisterverwachting aan thema's. Zo kunnen leerlingen tijdens het luisteren sneller betekenis voorspellen.

Heute: Lektion 1

Maak op blz 89-91


Übung 3A+B

Übung 4

Übung 5A+B+C

This item has no instructions

Vertaal de volgende woorden:

  1. nieuwjaar

  2. kerst

  3. pasen

  4. oudjaarsdag

  5. feestdag

  6. buitenland

Gebruik de woordwolk als voorkennisactivatie. Vraag kort door op veelgenoemde woorden zoals cultuur, geschiedenis, drukte of bezienswaardigheden.

Rangtelwoorden in het Duits

Rangtelwoorden gebruik je voor volgorde en datums.


  • erste – eerste

  • zweite – tweede

  • dritte – derde

  • vierte – vierde

  • fünfte – vijfde

Noem dat leerlingen deze vormen vaak zien in datums en bij volgordes in teksten.

Datums juist uitschrijven

In het Duits schrijf je de datum met een rangtelwoord.


  • der erste Mai

  • am dritten Oktober

  • am neunten November

  • der vierundzwanzigste Dezember


Let op: de datum staat vaak met am of den.

Benadruk de combinatie van lidwoord/voorzetsel met het rangtelwoord. Dat helpt bij juist herkennen en formuleren.

Jaartallen in het Duits

Jaartallen kom je vaak tegen in teksten over Berlijn.


  • 1989 → neunzehnhundertneunundachtzig

  • 1990 → neunzehnhundertneunzig

  • 2000 → zweitausend

  • 2024 → zweitausendvierundzwanzig

Kies voorbeelden die aansluiten bij teksten over Berlijn. Het gaat om herkennen, schrijven en uitspreken van jaartallen.

Waar let je op bij jaartallen?

  • Jaartallen vóór 2000 hebben vaak het patroon neunzehnhundert ...

  • Vanaf 2000 zie je vaak zweitausend ...

  • In artikelen geven jaartallen belangrijke historische informatie.

  • In combinatie met Berlijn helpen ze gebeurtenissen in de tijd te plaatsen.

Verbind woordenschat aan leesbegrip: jaartallen zijn niet los, maar helpen de inhoud van teksten over Berlijn te begrijpen.

Verjaardagsgebruiken herkennen

In leesteksten kun je ook informatie tegenkomen over gebruiken bij verjaardagen in Duitsland. Let dan op woorden als:

  • Geburtstag

  • feiern

  • Geschenk

  • Kuchen

  • Gäste

Deze slide dekt het leesdoel over verjaardagsgebruiken. Houd het bij herkennen van informatie, niet bij een uitgebreide cultuurvergelijking.

Hoe schrijf je 2024 in het Duits?

A

zweitausendvierundzwanzig

B

neunzehnhundertvierundzwanzig

C

zweitausendvierzig

D

vierundzwanzigste

Controleer of leerlingen het patroon vanaf 2000 herkennen: 'zweitausend ...'. Een distractor is expres een rangtelwoord en geen jaartal.

Heute: Lektion 1

Maak op blz 89-91


Nakijken: Übung 5A+B+C


Maken: Übung 6+7+8

This item has no instructions

Wat heb je vandaag geleerd?

Laat leerlingen in eigen woorden benoemen wat ze inhoudelijk meenemen, bijvoorbeeld meningen herkennen, signaalwoorden lezen, datums of jaartallen schrijven.

Welk onderdeel hielp jou het meest bij begrijpen?

Verwachte reflecties: signaalwoorden, voorbeeldzinnen, chunks zoals 'etwas los', of patronen bij datums en jaartallen. Geen fout/goed antwoord.

Begrippenlijst

gefallen - leuk vinden

die Sehenswürdigkeit - bezienswaardigheid

die Hauptstadt - hoofdstad

laut - lawaaierig

spannend - boeiend of spannend

der Geburtstag - verjaardag

das Jahr - jaar

This item has no instructions

Begrippenlijst

das Datum - datum

das Krantenartikel - krantenartikel

zuerst - eerst

früher - vroeger

deshalb - daarom

erste - eerste

dritte - derde

Het Duitse woord voor krantenartikel is eigenlijk 'der Zeitungsartikel'; op de slide staat bewust de koppeling met het Nederlandse begrip centraal. Corrigeer dit mondeling indien gewenst.

Lektion 1: Welches Wort siehst du?

Gebruik de woordwolk als voorkennisactivatie. Vraag kort door op veelgenoemde woorden zoals cultuur, geschiedenis, drukte of bezienswaardigheden.

Lektion 2


Vertaal de dikgedrukte woorden:

  1. Ich zahle bar für mein Essen.

  2. Was sind die Öffnungszeiten?

  3. Der Eingang ist hier links.

  4. Auf der Bühne spielen tolle Bands.

  5. Ein Ausflug nach Berlin ist super.

  6. Wir möchten am Samstag ausgehen.

Gebruik de woordwolk als voorkennisactivatie. Vraag kort door op veelgenoemde woorden zoals cultuur, geschiedenis, drukte of bezienswaardigheden.

Toets SE-week: Freitag den 20. November

Leren:


Alle woorden Kapitel 2

Leestekst met vragen


Daarnaast maak je een project. Dit telt ook mee voor een cijfer.

This item has no instructions

Project Berlin: inleveren uiterlijk 20 november

  1. Maak tweetallen

  2. Kijk op Seite 109: we lezen samen de opdracht door.

  3. Kies een van de 3 opdrachten.

  4. Werk uit en verdeel de taken/rollen.

This item has no instructions

Heute

Nakijken: Aufgabe 11+ 14 Seite 93-95


Zusammen lesen Tekst: Berlin und seine Feste auf Seite 99

This item has no instructions

Heute: zelfstandig werken

Wat? Werken aan het project op blz 109


Hulp? Docent loopt rond voor vragen.


Hoe? Je werkt in twee/drietallen op een laptop.


Tijd? 20 minuten


Klaar? Leren woorden K2

This item has no instructions

Toets SE-week: Freitag den 20. November

Leren:


Alle woorden Kapitel 2

Leestekst met vragen


Daarnaast maak je een project. Dit telt ook mee voor een cijfer.

This item has no instructions

Project Berlin: inleveren uiterlijk 20 november

  1. Maak tweetallen

  2. Kijk op Seite 109: we lezen samen de opdracht door.

  3. Kies een van de 3 opdrachten.

  4. Werk uit en verdeel de taken/rollen.

This item has no instructions

Heute: zelfstandig werken

Wat? Maken: Aufgabe 26+28 Seite 104-106 und Wiederholung Seite110+111


Hulp? Docent loopt rond voor vragen.


Hoe? Je werkt zelfstandig in je werkboek


Tijd? 20 minuten


Klaar? Leren woorden K2 of verder met project over Berlijn

This item has no instructions


Lektion 4: in de stad

Vertaal de woorden tussen haakjes.

  1. Nach dem Regen ist die...............besonders frisch.(lucht)

  2. Das Kino ist .................von meinem Haus. (in de buurt)

  3. Mein................hilft uns immer. (buurman)

  4. Das Leben in der Stadt hat einen ................. (voordeel)

  5. .....................ist sehr störend. (het lawaai)

  6. Est ist sehr laut.............schliesse ich die Tür. (daarom)

  7. Ich lebe gerne in der Stadt..........es gibt viel zu tun.(want)

  8. Die.......................von Berlin ist sehr schön. (omgeving)




Gebruik de woordwolk als voorkennisactivatie. Vraag kort door op veelgenoemde woorden zoals cultuur, geschiedenis, drukte of bezienswaardigheden.

Toets SE-week: Freitag den 20. November

Leren:


Alle woorden Kapitel 2

Leestekst met vragen


Daarnaast maak je een project. Dit telt ook mee voor een cijfer.

This item has no instructions

Heute: zelfstandig werken

Wat? Maken: Wiederholung Seite110+111

Project afmaken auf Seite 109


Hulp? Docent loopt rond voor vragen.


Hoe? Je werkt zelfstandig in je werkboek


Tijd? 20 minuten


Klaar? Leren woorden Kapitel 2

This item has no instructions