les 9 H3.4 Atoommassa, molecuulmassa en mol_3HAVO

§3.4- Atoommassa en molecuulmassa (2)
  • atoommassa
  • molecuulmassa
  • mol

NOVA 3HAVO H3.4
1 / 27
next
Slide 1: Slide
ScheikundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

§3.4- Atoommassa en molecuulmassa (2)
  • atoommassa
  • molecuulmassa
  • mol

NOVA 3HAVO H3.4

Slide 1 - Slide

Deze les:
  • wat is atomaire massa-eenheid?
  • wat is de relatieve atoommassa?
  • berekenen van molecuulmassa  
  • WAT is de mol?

Slide 2 - Slide

Inleiding
In deze les gaan we rekenen aan de massa van atomen en moleculen.
Atomen zijn ontzettend klein.....
                                                    .......hoe klein eigenlijk?

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Deze les:
  • wat is atomaire massa-eenheid?
  • wat is de relatieve atoommassa?
  • berekenen van molecuulmassa  
  • WAT is de mol?

Slide 5 - Slide

wat zou de massa van één H-atoom zijn?
geef een getal + eenheid

Slide 6 - Mind map

atomaire massa-eenheid
Massa van 1 waterstofatoom is 1,66*10-27 kg
Niet zo handig...
Daarom is  atomaire massa-eenheid (u) bedacht.   1 u = 1,66*10-27 kg      (dit getal  niet leren!
                                               streep door op blz 150)

Slide 7 - Slide

atomaire massa-eenheid
Massa van één waterstofatoom is 1,66*10-27 kg

Massa van één waterstofatoom is 1 u


noteer en leer!

Slide 8 - Slide

Deze les:
  • wat is atomaire massa-eenheid? V
  • wat is de relatieve atoommassa?
  • berekenen van molecuulmassa  
  • WAT is de mol?

Slide 9 - Slide

herhaling H3.1: isotopen
            wat is hetzelfde?  wat is verschillend?

Slide 10 - Slide

relatieve atoommassa
= gemiddelde massa van
    alle isotopen van 1 atoomsoort


noteer en leer!

Slide 11 - Slide

relatieve atoommassa 
De relatieve atoommassa  van ieder atoom kun je aflezen in 
het Periodiek Systeem.
Bijvoorbeeld: de massa van 
element P = 30,97 u. 

Slide 12 - Slide


massagetal
=
geheel getal
aantal p + n in de kern

Gebruik je om te TEKENEN

relatieve atoommassa
getal met komma in Periodiek Systeem =
gemiddelde massa van alle isotopen
Gebruik je om te REKENEN
LET OP! Leer het volgende verschil uit je hoofd:

Slide 13 - Slide

check: relatieve atoommassa
Zoek op in het Periodiek Systeem en noteer in je schrift
--> de relatieve atoommassa van de volgende atomen: 
waterstof
zuurstof
koolstof
zwavel
aluminium
timer
2:30

Slide 14 - Slide

Deze les:
  • wat is atomaire massa-eenheid? V
  • wat is de relatieve atoommassa? V
  • berekenen van molecuulmassa  
  • WAT is de mol?

Slide 15 - Slide


molecuulmassa 
= massa van alle atomen in een molecuul bij elkaar opgeteld
noteer en leer!

Slide 16 - Slide

molecuulmassa
Voorbeelden: 




Slide 17 - Slide

check: berekenen molecuulmassa
Noteer in je schrift:  --> de molecuulmassa van
waterstofperoxide (H2O2)
zwaveltrioxide
ammoniak


timer
3:00

Slide 18 - Slide

check: berekenen molecuulmassa
Noteer in je schrift:  --> de molecuulmassa van
H2O                                             SO3                                  NH3



34,016 u                                    80,06 u                             17,034 u




Slide 19 - Slide

Deze les:
  • wat is atomaire massa-eenheid? V
  • wat is de relatieve atoommassa? V
  • berekenen van molecuulmassa V
  • WAT is de mol?

Slide 20 - Slide

De mol
we zoeken een manier om een hoeveelheid deeltjes aan te geven.
omdat de deeltjes heel klein zijn, is de hoeveelheid heel groot

Slide 21 - Slide

Begrippen van hoeveelheid, bijv.
  • dozijn = 12
  • gros  = 144
  • duo = 2
  • kwartet = 4

Eén dozijn eieren, donuts, golfballen, ......... is altijd 12 stuks  (een vaste hoeveelheid)

Slide 22 - Slide

wat zou volgens jou
een handige hoeveelheid zijn om
een aantal moleculen weer te geven?

Slide 23 - Mind map

Begrippen van hoeveelheid
atomen en moleculen hebben een kleine massa
--> er zitten dus heeeel veel atomen in 1 gram stof

1 waterstofatoom = 1,66*10-24 gram
Bereken en noteer in je schrift:
--> Hoeveel waterstofatomen zitten er in 1 gram?

Slide 24 - Slide


WAT is de mol?

De mol is een vaste hoeveelheid deeltjes:
1 mol = 6,02*1023 



noteer en leer!
1 mol water = 6,02*1023 moleculen
1 mol zuurstof = 6,02*1023 moleculen
1 mol koper = 6,02*1023 atomen

Slide 25 - Slide

check: rekenen met mol
1 mol = 6,02 x 1023 moleculen of atomen
Bereken:
0,5 mol = ................................... moleculen
3,5 mol = ................................... atomen
1,0 x 1023 atomen = .............................. mol
30,1 x 1023 moleculen = ........................mol
timer
3:00

Slide 26 - Slide

Huiswerk
Leren: boek blz 150 + 151 + voorbeeldopgaven 1&2 op blz 152 
Maken + nakijken: opgave 1ab + 2 + 3 
let op:
  • vervang in opgave 3 het woord "molaire massa" door "molecuulmassa"

Slide 27 - Slide