Possessive: 's, ' and ... of ...

Possessive: 's, ' and ... of ...
1 / 16
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, havo, vwoLeerjaar 1,2

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 15 min

Items in this lesson

Possessive: 's, ' and ... of ...

Slide 1 - Slide

Vaste -s! Toch?!?
Je hebt geleerd dat woorden in het meervoud ALTIJD 
een vaste -s krijgen.
boy - boys / baby - babies.

Maar toch komt er ook 's voor in het Engels!
The boy's dog was black and white.

Slide 2 - Slide

Wie weet hoe dit kan?

Slide 3 - Mind map

Uitleg
Als je wilt zeggen dat iets van iemand is, zet je meestal ‘s achter de eigenaar:
Dat is de auto van Frank. = That is Frank‘s car.
De kamer van mijn zus is een zooi. = My sister‘s room is a mess.
Het voedsel van de kat is smerig. = The cat‘s food is gross.
De vriendin van Kees is knap. = Kees‘s girlfriend is pretty.

Als de eigenaar én in het meervoud staat én al eindigt op een s, zet je alleen een ‘ achter de eigenaar:
Het huis van mijn ouders is groot. = My parents‘ house is big.
Het haar van zijn vriendin is kort. = His friends‘ hair is short.

Als je wilt zeggen dat iets van iemand is, zet je meestal ‘s achter de eigenaar:

Dat is de auto van Frank. = That is Franks car.
De kamer van mijn zus is een zooi. = My sisters room is a mess.



Als de eigenaar én in het meervoud staat én al eindigt op een s, zet je alleen een achter de eigenaar:

Het huis van mijn ouders is groot. = My parents‘ house is big.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Let op!
  • als iets bij een ding hoort of een geografische locatie is, dan gebruik je ... of ...
   -   the roof of the school
   -   the city of Amsterdam

  •  Bij woorden van tijd gebruik je bij enkelvoud 's en bij meervoud '
- today's weather / a three weeks' holiday

Slide 6 - Slide

Let op!
's wordt ook gebruikt bij he/she/it + is
  • It's betekent it is
It's raining right now

  • Its betekent van het
The plant is in its pot

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Video

Isn't this ____ book?
A
Peter
B
Peter's
C
Peters'

Slide 9 - Quiz

They are painting the ____ room this week.
A
children's
B
childrens
C
childrens'

Slide 10 - Quiz

Did you read ___ newspaper?
A
yesterdays
B
yesterdays'
C
yesterday's

Slide 11 - Quiz

My ____ house is pretty far away.
A
grandparents's
B
grandparents'
C
grandparents

Slide 12 - Quiz

Which one is correct?
A
The window of the room
B
The room's window

Slide 13 - Quiz

Which one is correct?
A
Our friend's cats
B
The cats of our friend

Slide 14 - Quiz

Which one is correct?
A
England's capital
B
The capital of England

Slide 15 - Quiz

Extra oefenen met 
de Genitive?



Slide 16 - Slide