Aandoeningen van de alvleesklier

Aandoeningen van de alvleesklier

Anatomie & Fysiologie

Les C2

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerzorgendeMBOStudiejaar 1

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Aandoeningen van de alvleesklier

Anatomie & Fysiologie

Les C2

Wat doet een gezonde alvleesklier ook alweer?

Beantwoord kort:

  1. Waar ligt de alvleesklier?

  2. Welke 2 belangrijke taken heeft de alvleesklier?

  3. Wat doet alvleessap?

  4. Wat doet insuline?

  5. Wat doet glucagon?


Denk eerst zelf na → daarna bespreken we de antwoorden samen.

Na deze les:

  • kun je uitleggen wat pancreatitis is;

  • kun je het verschil uitleggen tussen acute en chronische pancreatitis;

  • kun je belangrijke oorzaken en klachten benoemen;

  • kun je uitleggen wat pancreatitis kan betekenen voor de spijsvertering;

  • weet je waarop je als Verzorgende IG kunt letten bij een zorgvrager met pancreatitis.

Wat is pancreatitis?

Pancreatitis = een ontsteking van de alvleesklier


Pancreas = alvleesklier
-itis = ontsteking


Bij pancreatitis raakt het weefsel van de alvleesklier ontstoken en kan het beschadigd raken.


Er zijn twee belangrijke vormen:

  • Acute pancreatitis → ontstaat plotseling

  • Chronische pancreatitis → is langdurig of komt steeds terug


Eerst kijken we naar acute pancreatitis.

Acuut of chronisch: wat is het verschil?

Pancreatitis kan acuut of chronisch zijn


Acute pancreatitis

  • ontstaat plotseling;

  • geeft vaak hevige klachten;

  • kan na behandeling weer herstellen.


Chronische pancreatitis

  • is een langdurige ontsteking;

  • de alvleesklier raakt steeds verder beschadigd;

  • de schade kan blijvend zijn;

  • hierdoor kan de alvleesklier steeds minder goed werken.


Kort onthouden:
Acuut = plotseling
Chronisch = langdurig en blijvende schade mogelijk

Acute pancreatitis

Acute pancreatitis = een plotselinge ontsteking van de alvleesklier


Bij een acute pancreatitis:

  • raakt de alvleesklier plotseling ontstoken;

  • werken de verteringsenzymen te vroeg;

  • hierdoor kunnen de enzymen de alvleesklier zelf beschadigen;

  • dit kan zorgen voor hevige pijn en ontsteking.


Normaal: enzymen worden actief in de darm.
Bij pancreatitis: enzymen kunnen al in de alvleesklier actief worden.


Gevolg → de alvleesklier raakt geïrriteerd en beschadigd.

Waardoor kan acute pancreatitis ontstaan?

De alvleesklier kan om verschillende redenen ontstoken raken.


Veelvoorkomende oorzaken zijn:

  • Galstenen → kunnen de afvoer van alvleessap blokkeren

  • Veel/al langdurig alcoholgebruik → kan de alvleesklier beschadigen


Andere, minder vaak voorkomende oorzaken zijn bijvoorbeeld:

  • bepaalde medicijnen;

  • een beschadiging van de alvleesklier;

  • soms blijft de oorzaak onbekend.


Belangrijk:
Een blokkade kan ervoor zorgen dat alvleessap niet goed kan wegstromen → de alvleesklier kan ontstoken raken.

Hoe kan een galsteen pancreatitis veroorzaken?

De galgang en de alvleesklierbuis komen vlak bij elkaar uit in de twaalfvingerige darm.


Een galsteen kan vast komen te zitten bij deze uitgang.


Daardoor kan:

  • de afvoer van alvleessap geblokkeerd raken;

  • het alvleessap niet goed naar de darm stromen;

  • de alvleesklier ontstoken en beschadigd raken.


Kort:
Galsteen → blokkade → alvleessap kan niet goed weg → kans op acute pancreatitis

Klachten bij acute pancreatitis

Bij acute pancreatitis kun je onder andere zien:


  • hevige pijn boven in de buik;

  • pijn die kan uitstralen naar de rug;

  • misselijkheid en braken;

  • koorts;

  • een opgezette of gevoelige buik;

  • de zorgvrager kan zich erg ziek voelen.


Belangrijk:
Acute pancreatitis kan ernstig verlopen en iemand kan hiervoor opgenomen worden in het ziekenhuis.

Acute pancreatitis: wat kan er misgaan?

Een acute pancreatitis kan mild, maar ook ernstig verlopen.


Door de ontsteking kan:

  • de alvleesklier opzwellen;

  • het weefsel van de alvleesklier beschadigd raken;

  • vocht zich rondom de alvleesklier ophopen;

  • bij een ernstige ontsteking ook ander weefsel of andere organen problemen krijgen.


Daarom wordt iemand met ernstige acute pancreatitis goed gecontroleerd in het ziekenhuis.


Belangrijk: de meeste mensen herstellen, maar ernstige pancreatitis kan complicaties geven.

Chronische pancreatitis

Bij chronische pancreatitis is de alvleesklier langdurig ontstoken en raakt het weefsel steeds verder beschadigd.


Daardoor kan de alvleesklier:

  • steeds minder verteringsenzymen maken;

  • voedsel minder goed helpen verteren;

  • uiteindelijk ook minder insuline maken.


Mogelijke gevolgen:

  • buikpijn;

  • problemen met de vertering;

  • gewichtsverlies;

  • vette ontlasting;

  • soms diabetes.


Kort: Langdurige beschadiging → alvleesklier werkt steeds minder goed.

Gevolgen voor de spijsvertering

Als de alvleesklier beschadigd raakt, kan hij minder verteringsenzymen maken.


Daardoor worden voedingsstoffen minder goed verteerd:

  • Lipase ↓ → vetten worden minder goed verteerd

  • Proteasen ↓ → eiwitten worden minder goed verteerd

  • Amylase ↓ → koolhydraten worden minder goed verteerd


Hierdoor kunnen voedingsstoffen ook minder goed worden opgenomen in de dunne darm.


Mogelijke gevolgen:

  • gewichtsverlies

  • tekorten aan voedingsstoffen

  • diarree

  • vette ontlasting


Vooral de vertering van vetten kan problemen geven.

Wat is vetdiarree?

Als vetten niet goed worden verteerd en opgenomen, blijft er te veel vet in de ontlasting achter.


Dit noemen we vetdiarree (steatorroe).


De ontlasting kan dan:

  • vettig of glanzend zijn;

  • licht van kleur zijn;

  • sterk ruiken;

  • aan het toilet blijven plakken of moeilijk wegspoelen.


Hoe ontstaat dit?

Alvleesklier werkt minder goed
→ minder lipase
→ vet wordt minder goed verteerd
→ meer vet blijft in de ontlasting


Dit is een belangrijk signaal om als Verzorgende IG te observeren en rapporteren.

Hoe wordt pancreatitis onderzocht?

Als een arts denkt aan pancreatitis, kunnen verschillende onderzoeken worden gedaan.


Bijvoorbeeld:

  • Bloedonderzoek → kijken naar verhoogde alvleesklierenzymen in het bloed

  • Echo → bijvoorbeeld kijken of er galstenen zijn

  • CT-scan → de alvleesklier en mogelijke ontsteking/beschadiging bekijken

  • Soms MRI → voor extra onderzoek van de alvleesklier en galwegen


Belangrijk:
De arts kijkt naar de klachten + lichamelijk onderzoek + uitslagen van onderzoeken om de diagnose te stellen.

Behandeling van pancreatitis

De behandeling hangt af van de oorzaak en ernst.


Bij acute pancreatitis kan iemand bijvoorbeeld krijgen:

  • pijnstilling;

  • vocht via een infuus;

  • behandeling van misselijkheid en braken;

  • voeding aangepast aan wat iemand aankan;

  • behandeling van de oorzaak, bijvoorbeeld galstenen.


Bij chronische pancreatitis kan daarnaast nodig zijn:

  • alvleesklierenzymen als medicijn bij het eten;

  • aanpassingen in de voeding;

  • behandeling van diabetes als de aanmaak van insuline vermindert.


Doel: klachten behandelen, complicaties voorkomen en de oorzaak aanpakken.

Wat observeer je als Verzorgende IG?

Bij een zorgvrager met pancreatitis let je goed op veranderingen en klachten.


Observeer bijvoorbeeld:

  • pijn → waar, hoe erg en verandert de pijn?

  • misselijkheid en braken;

  • eten en drinken → lukt dit goed?

  • ontlasting → diarree of vettige ontlasting?

  • gewicht → valt iemand af?

  • algemene toestand → wordt iemand zieker, slapper of krijgt iemand koorts?


Jouw taak als Verzorgende IG:
observeren → veranderingen herkennen → rapporteren en doorgeven.

Wat betekent pancreatitis?

Wat is het verschil tussen acute en chronische pancreatitis?

Noem een belangrijke oorzaak van acute pancreatitis.

Waarom kan iemand met chronische pancreatitis vette ontlasting krijgen?

Waar let je als Verzorgende IG op?

Aan het werk: Thieme Meulenhoff

Module 4 – Spijsverteringsstelsel afronden


Ga naar Thieme Meulenhoff → Module 4 – Spijsverteringsstelsel.

  • Maak alle opdrachten van Module 4 die je nog niet hebt gemaakt.

  • Controleer of de hele module af is.

  • Module 4 moet vandaag volledig afgerond zijn.


Klaar met Module 4?

  1. Controleer of je de andere modules en opdrachten van Anatomie & Fysiologie ook helemaal af hebt.

  2. Nog iets openstaan? → Maak dit af.

  3. Alles af? → Dan mag je iets voor jezelf doen.