Les 4 - Werken met een buret en micropipet


OP1 OPLOSSINGEN BEREIDEN · EXPERIMENT 8

Werken met

een buret

Stap voor stap: voorbereiden, vullen en nauwkeurig aflezen


1 / 29
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson


OP1 OPLOSSINGEN BEREIDEN · EXPERIMENT 8

Werken met

een buret

Stap voor stap: voorbereiden, vullen en nauwkeurig aflezen


LEERDOELEN

Na deze les kun je…


1

Je kunt uitleggen waarvoor je een buret gebruikt bij een titratie.


2

Je kunt een buret voorbereiden: spoelen, kraan controleren en vastzetten in het statief.


3

Je kunt een buret voorspoelen en vullen met titreervloeistof, zonder lucht in het kraantje.


4

Je kunt een buret met de Schellbachstreep op twee decimalen nauwkeurig aflezen.


5

Je kunt het afgelopen volume berekenen: eindstand − beginstand.

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

2

WAT IS EEN BURET?

Precies meten hoeveel je toevoegt

Bij een titratie bepaal je een onbekende hoeveelheid stof. Je laat die reageren met een oplossing met een bekende concentratie.

Met de buret meet je precies hoeveel mL van die oplossing je nodig hebt.


± 50 mL

inhoud van de meeste buretten


0,00 mL

aflezen op twee decimalen


Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

3

Op hoeveel decimalen lees je af?

A

Geen: op hele mL

B

Eén decimaal, bijv. 12,6 mL

C

Twee decimalen, bijv. 12,63 mL

D

Drie decimalen, bijv. 12,634 mL

HET STAPPENPLAN

Zes stappen voordat je kunt titreren


1

Spoelen

kraanwater, dan demiwater


2

Kraan controleren

soepel, niet lekken


3

Klaarzetten

trechter, paperclip, bekerglas


4

Voorspoelen

2× met titreervloeistof


5

Vullen

tot net boven 0 en ontluchten


6

Aflezen

beginstand noteren

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

5

STAP 1 VAN 6

Spoelen en vastzetten


1

Haal de buret uit de speciale houder.


2

Spoel de buret met kraanwater.


3

Spoel daarna nog een keer met demiwater.


4

Droog de buitenkant af met absorberend papier.


5

Zet de buret vast aan het statief met een buretklem.


Waarom demiwater na kraanwater?

Kraanwater bevat opgeloste zouten. Die spoel je weg met demiwater, zodat ze je meting niet verstoren.

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

6

STAP 2 VAN 6

Kraan controleren


1

Open en sluit de kraan een paar keer.


2

Controleer: loopt de kraan soepel?


3

Controleer: is de kraan niet verstopt en lekt hij niet?


4

Werkt de kraan niet goed? Dan moet hij schoongemaakt worden.


5

Glazen kraan: licht invetten met kraanvet, terugplaatsen en een paar keer rondraaien.


Vraag hulp

Kraan schoonmaken of invetten doe je niet alleen: vraag assistentie van je docent of instructeur.

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

7

STAP 3 VAN 6

Klaarzetten om te vullen


1

Plaats een trechter op de buret.


2

Zet een bekerglaasje onder de buret.


3

Steek een opengebogen paperclip tussen trechter en buret.


4

Schenk de titreervloeistof uit een schoon en droog bekerglas van 100 mL.


Waarom die paperclip?

Tijdens het vullen moet lucht uit de buret kunnen ontsnappen. Anders loopt de trechter over of vult de buret niet goed.

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

8

STAP 4 VAN 6

Voorspoelen met titreervloeistof


1

Schenk een kleine hoeveelheid titreervloeistof in de buret.


2

Haal de buret uit de klem.


3

Zwenk de buret, zodat de hele binnenwand nat wordt.


4

Laat de vloeistof weglopen en doe dit nog een keer: 2× in totaal.


5

Kijk naar de binnenwand: blijven er druppels hangen?


Druppels = vet

Zie je druppels aan de binnenkant? Dan zit er vet in de buret. Maak de buret helemaal opnieuw schoon.

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

9

Waarom spoel je voor met titreervloeistof en niet alleen met demiwater?

A

Omdat demiwater de buret vet maakt

B

Omdat achtergebleven water de titreervloeistof verdunt

C

Omdat de kraan dan beter loopt

D

Omdat het sneller gaat

STAP 5 VAN 6

Vullen en ontluchten


1

Vul de buret met titreervloeistof tot net boven 0 mL.


2

Haal het trechtertje van de buret af.


3

Zet de kraan even open om lucht uit het kraantje te verdrijven.


4

Haal de hangende druppel weg met een bekerglas onder een hoek van 45°.


5

Zet een burethoedje op de buret, zodat er niets in kan vallen.


Waarom de trechter eraf?

Een trechter kan nadruppelen. Dan komt er ongemerkt vloeistof bij en klopt je aflezing niet meer.

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

11

STAP 6 VAN 6

Beginstand aflezen: de Schellbachstreep

De Schellbachstreep is de blauwe streep op een witte achtergrond achter op de buret.

De meniscus is de bolling van de vloeistof tegen de glaswand. Door de meniscus lijkt de blauwe streep te knijpen: er ontstaan twee punten die naar elkaar wijzen.


Je leest af waar de punten elkaar raken.


Schellbachstreep bij de meniscus

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

12

AFLEZEN

Drie regels voor een goede aflezing


1

Breng je oog op de hoogte van de meniscus. Kijk je schuin van boven of onder, dan lees je fout af.


2

Lees af waar de blauwe streep in een scherpe punt uitloopt.


3

De schaal loopt van 0 bovenaan naar 50 onderaan: de getallen worden naar beneden groter.

Van boven: fout

Op ooghoogte: goed

Van onder: fout

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

13

AFLEZEN IN 3 STAPPEN

Voorbeeld: welke stand is dit?


1

Zoek het hele getal vlak boven de punt: 5


2

Tel de streepjes van 0,1 mL tot vlak boven de punt: 4 streepjes → 5,4


3

Schat de tweede decimaal: de punt zit precies halverwege → 5,45 mL


Staat de punt precies op een streepje? Schrijf toch twee decimalen: 5,40 en niet 5,4.

5

6

punt →

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

15

Beginstand is 0 mL

Eindstand is 10 mL.


Hoeveel mL heb je getitreerd?

A

40 mL

B

45 mL

C

10 mL

D

5 mL

LET OP

Zes veelgemaakte fouten


Schuin kijken

Oog niet op hoogte van de meniscus.


Schaal verkeerd om

Vergeten dat de getallen naar beneden groter worden.


Eén decimaal

5,4 noteren in plaats van 5,40 of 5,45.


Lucht in de kraan

Luchtbel verdwijnt tijdens het aflopen en telt mee als volume.


Hangende druppel

Niet weggehaald vóór de beginstand → volume klopt niet.


Trechter laten zitten

Nadruppelen verandert de stand na het aflezen.

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

18

Zet de volgende stappen op de juiste volgorde, hoe je de buret voorbereid.

1

Voorspoelen met titreervloeistof

2

Spoelen met kraan- en demiwater

3

Beginstand aflezen

4

Vullen tot net boven 0 mL

5

Kraan controleren

6

Trechter eraf en kraantje ontluchten

HET EXPERIMENT

Buret en maatcilinder vergelijken


1

Spoel de buret voor zoals je net hebt geleerd.


2

Vul de buret met demiwater en noteer de beginstand op het invulblad.


3

Zet een maatcilinder van 10 mL onder de buret.


4

Laat druppelsgewijs 5 mL in de maatcilinder lopen.


5

Noteer de eindstand van de buret en lees de maatcilinder af.


6

Herhaal dit 5 keer.


Op het invulblad

Beginstand, eindstand, volume buret (eind − begin) en volume maatcilinder. Steeds met de juiste decimalen.


Denk na

Komen buret en maatcilinder steeds op hetzelfde volume uit? Welke meet nauwkeuriger?

Werken met een buret · OP1 Oplossingen bereiden

19


OP1 OPLOSSINGEN BEREIDEN · EXTRA ONDERDEEL

Werken met

een micropipet

De 10 µL, 200 µL en 1000 µL: kiezen, instellen en pipetteren


LEERDOELEN · MICROPIPET

Na dit onderdeel kun je…

Werken met een micropipet · OP1 Oplossingen bereiden

23


1

Je kunt bij een volume de juiste micropipet kiezen: 10 µL, 200 µL of 1000 µL.


2

Je kunt het volume instellen en het display van een P10, P200 en P1000 aflezen.


3

Je kunt vloeistof opzuigen met de drukknop tot de eerste stop.


4

Je kunt vloeistof afgeven en uitblazen met de eerste en de tweede stop.


5

Je kunt de veelgemaakte fouten bij het pipetteren herkennen en voorkomen.

DRIE MICROPIPETTEN

Welke micropipet kies je?

Werken met een micropipet · OP1 Oplossingen bereiden

24


P10

1 – 10 µL

Tip: 10 µL

Heel kleine volumes, bijv. 5,0 µL


P200

20 – 200 µL

Tip: 200 µL (vaak geel)

Kleine volumes, bijv. 150 µL


P1000

100 – 1000 µL

Tip: 1000 µL (vaak blauw)

Grotere volumes, bijv. 0,75 mL

VRAAG 7 · DENK EERST ZELF NA

Welke micropipet kies je voor 150 µL buffer?

Werken met een micropipet · OP1 Oplossingen bereiden

25

Klik voor het antwoord



A

P10 (1 – 10 µL)



B

P200 (20 – 200 µL)



C

P1000 (100 – 1000 µL)



D

Maakt niet uit


Antwoord: B. 150 µL past in de P200 én in de P1000, maar de P200 is de kleinste die past en dus het nauwkeurigst.

VOLUME INSTELLEN

Het volume instellen

Werken met een micropipet · OP1 Oplossingen bereiden

26


1

Controleer welk volume je nodig hebt en kies de juiste pipet.


2

Draai aan de drukknop (of het instelwieltje) tot het display het volume aangeeft.


3

Gaat het volume omhoog? Draai dan eerst een derde slag voorbij de waarde en daarna rustig terug.


4

Blijf binnen het bereik van de pipet: niet onder het minimum of boven het maximum.


5

Controleer het display nog een keer voordat je gaat pipetteren.


Waarom voorbij draaien?

Zo stel je het volume altijd vanaf dezelfde kant in. Dat maakt je pipet nauwkeuriger.

DISPLAY AFLEZEN · GILSON PIPETMAN

Zelfde cijfers, ander volume

Werken met een micropipet · OP1 Oplossingen bereiden

27

Het display heeft drie cijfers. Lees ze van boven naar beneden. Welk volume het is, hangt af van de pipet.


1

P10: het rode cijfer onderaan staat achter de komma. 0 7 5 = 7,5 µL


2

P200: alle cijfers zwart, in hele µL. 0 7 5 = 75 µL


3

P1000: het rode cijfer bovenaan zijn mL. 0 7 5 = 0,75 mL = 750 µL


Drie pipetten, hetzelfde display: 0 7 5

Welke volumes zijn hier ingesteld?

PIPETTEREN · STAP 1

Vloeistof opzuigen

Werken met een micropipet · OP1 Oplossingen bereiden

29


1

Zet een passende tip stevig op de pipet. Raak de tip niet aan met je vingers.


2

Druk de drukknop in tot de eerste stop en houd hem daar.


3

Houd de pipet rechtop en dompel de tip een paar mm onder: P10 ± 1 mm, P200 en P1000 2 – 4 mm.


4

Laat de drukknop langzaam en gelijkmatig terugkomen.


5

Wacht even (P1000: 2 – 3 s) en haal de tip rustig uit de vloeistof.


PIPETTEREN · STAP 2

Vloeistof afgeven en uitblazen

Werken met een micropipet · OP1 Oplossingen bereiden

30


1

Houd de tip schuin (10 – 40°) tegen de wand van de buis of het bekerglas.


2

Druk de drukknop langzaam in tot de eerste stop.


3

Wacht 1 seconde.


4

Druk door tot de tweede stop: zo blaas je het laatste restje eruit.


5

Schuif de tip langs de wand omhoog en laat pas daarna de drukknop los.


6

Werp de tip af met de tipafwerper in de afvalbak.


Knop te vroeg los?

Laat je de drukknop los terwijl de tip nog in de vloeistof zit? Dan zuig je de vloeistof weer op.

LET OP

Zes veelgemaakte fouten

Werken met een micropipet · OP1 Oplossingen bereiden

32


Tot de 2e stop opzuigen

Je zuigt te veel op: het volume klopt niet.


Knop laten terugschieten

Vloeistof spat de pipet in en je krijgt luchtbellen.


Pipet plat neerleggen

Met vloeistof in de tip loopt die de pipet in.


Buiten het bereik draaien

De pipet raakt beschadigd en meet niet meer goed.


Tip te diep of te ondiep

Druppels aan de buitenkant of lucht in de tip.


Tip opnieuw gebruiken

Resten van de vorige vloeistof: besmetting van je monster.

Vragen?