Les 27-11-2020, 3.17 t/m 3.25

Planning voor de les:
5 minuten: binnenkomst, huiswerk controle en welkom!
20 minuten: KWT
4 minuten: voorkennis testen
1 minuut: leerdoelen en huiswerk
20 minuten: uitleg 
10 minuten: aan het werk!

1 / 29
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Planning voor de les:
5 minuten: binnenkomst, huiswerk controle en welkom!
20 minuten: KWT
4 minuten: voorkennis testen
1 minuut: leerdoelen en huiswerk
20 minuten: uitleg 
10 minuten: aan het werk!

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag!
Wat? Keuzewerktijd 
Hoe? Volgens het stoplicht
Hulp? De docent (tijdens de les), je laptop en je medestudent.
Tijd? Tot de timer op 0 staat 
Uitkomst? Je hebt geoefend met leerstof.
Klaar? Ga verder met een ander vak

timer
20:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Hoeveel procent is 672 van 1.200?
A
0,56 %
B
5,6%
C
17,8%
D
56 %

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

Uitwerking
WAT wil je weten in procenten? € 672
WAARVAN wil je dit weten? € 1200
672 : 1200 = 0,56
0,56 x 100 = 56%

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

De huishoudelijke uitgaven van de familie Okkels bedragen € 700 per
maand. Dat is 24% van hun inkomen, terwijl ze elke maand 5% van hun
inkomen sparen. Bereken het maandelijkse spaarbedrag van de familie.

timer
1:00

Slide 5 - Open question

This item has no instructions

Uitwerking






                                                              : 24                         x 5
Bedrag
700 euro
29,17 euro
145,83 euro
Percentage
24%
1%
5%

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Ik koop een nieuwe smartwatch voor 300 Euro. Ik krijg 45 euro korting, hoeveel procent is dit?
A
30%
B
15%
C
25%
D
10%

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

(Nieuw - oud) : oud x 100%
Nieuw = 300 - 45 = €255
(255 - 300) : 300 x 100% = -15%

Dus 15% goedkoper!

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Leerdoelen:
1. Je kan de samengestelde interest uitrekenen.
2. Je kan de relatieve veranderingen uitrekenen.
3. Je kent het verschil tussen procenten en procentpunt.

HUISWERK: Opdracht 3.17 t/m 3.25

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Lenen
Ik zet € 10.000 op de bank. Rente = 3% per jaar.
Hoeveel rente krijg ik in jaar 1?
  • 10.000 * 0,03 = € 300
  • Als je de rente niet opneemt hoeveel staat er in begin van jaar 2 op de bank?
  • € 10.000 + € 300 = € 10.300 (oftewel 10.000 * 1,03)

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Rente over rente (2)

Als je de rente niet opneemt, staat er over begin jaar 2 € 10.300 op de bank.
  • Hoeveel bedraagt de rente in jaar 2?
  • € 10.300 x 0,03 = € 309
  • Als je de rente niet opneemt, hoeveel staat er begin jaar 3 op de rekening?
  • € 10.300 + € 309 =  € 10.609

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Rente over rente (3)

Dit kan veel sneller......
  • EWn = beginwaarde * (1+i)n
  • EWn= Eindwaarde na een aantal perioden
  • n =  aantal perioden
  • i = rentepercentage

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Rente over rente (4)

EWn = beginwaarde * (1+i)n
  • Dus .. Stel, je zet € 5000 op de bank. Samengestelde rente = 2,5% per jaar. Hoeveel heb ik na jaar 6 op de bank staan? 
  • EW6= € 5000 * (1,025)6 = € 5798,47

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Rente over rente (5)

EWn = beginwaarde * (1+i)n
  • Dus .. Stel, je zet € 5000 op de bank. Samengestelde rente = 2,5% per jaar. Hoeveel bedraagt de rente in jaar 6?
  • Je moet dus eigenlijk het verschil berekenen tussen EW5 en EW6.
  • (€ 5000 * 1,0256) - (€ 5.000 * 1,0255) = € 141,43

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Verschil enkelvoudige (EV) en samengestelde interest (SI)
Stel, ik zet € 2.000 op de bank. Rente = 5% per jaar.
  • A) Bereken rente jaar 2 als rente er ieder jaar vanaf wordt gehaald (EV)
  • Rente is elk jaar 5% van € 2.000. Dus € 2.000 x 0,05 = € 100
  • B) Bereken rente jaar 2 als rente er ieder jaar op blijft staan (SI)
  • Je hebt EW2 en EW1 nodig. Dus (2,000 x 1,052) - (€ 2.000 x 1,05) = € 105
  • Verschil van € 5 tussen A) en B) komt doordat je bij B) rente over rente krijgt ( € 100 x 0,05 = € 5)

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Stel, ik zet € 1.000 op de bank. Rente = 3% per jaar.
A) Bereken rente jaar 2 als rente er ieder jaar vanaf wordt gehaald

Slide 16 - Open question

This item has no instructions

Uitwerking
Rente is elk jaar 3% van € 1.000. Dus € 1.000 x 0,03 = € 30

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Stel, ik zet € 1.000 op de bank. Rente = 3% per jaar.
B) Bereken rente jaar 2 als rente er ieder jaar op blijft staan

Slide 18 - Open question

This item has no instructions

Uitwerking
Je hebt EW2 en EW1 nodig. Dus (1.000 x 1,03^2) - (€ 1.000 x 1,03) = € 30,90

Verschil van € 0,90 tussen A) en B) komt doordat je bij B) rente over rente krijgt ( € 30 x 0,03 = € 0,90)

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Uitleg §3.2.4
Absolute verandering
Verandering in aantallen.


Relatieve verandering
Verandering in procenten.


Voorbeeld: Jolanda krijgt 3% opslag.
Haar loon was € 2.100 per maand. Ze gaat nu € 63 per maand meer verdienen.

Slide 20 - Slide

Welke formule gebruiken voor voor het berekenen van een relatieve verandering?
De winst van bedrijf X is in februari toegenomen met 3% en is nu (eind februari dus) € 1.545,-
Bereken de winst van januari.

Slide 21 - Open question

This item has no instructions

Uitwerking
Januari is de basis en dus 100%.
In februari is er een stijging van 3%, dus februari is 103%






                                                                             : 103                          x 100
Bedrag
€ 1.545
€ 15
€ 1.500
Percentage
103%
1%
100%

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Uitleg §3.2.5
Procentpunt
Absolute verandering van procenten.



Voorbeeld: in 2019 behaalde 80% van de leerlingen een diploma. In 2020 behaalde 85% van de leerlingen een diploma.

Slide 23 - Slide

Verandering in procentpunten: 5
Procentuele verandering: 6,3%
Voorbeeld: in 2019 behaalde 80% van de leerlingen een diploma. In 2020 behaalde 85% van de leerlingen een diploma.
Hoe hoog is de verandering in procenten?

Slide 24 - Open question

This item has no instructions

Uitwerking
(Nieuw - oud) : oud x 100%
(85 - 80) : 80 x 100% = 6,25%

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Voorbeeld: in 2019 behaalde 80% van de leerlingen een diploma. In 2020 behaalde 85% van de leerlingen een diploma.
Hoe hoog is de verandering in procentpunt?

Slide 26 - Open question

This item has no instructions

Uitwerking
85%-80% = 5%

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag!
Wat? Opdrachten 3.17 t/m 3.25
Hoe? In je schrift
Hulp? De docent (tijdens de les), je laptop en je medestudent.
Tijd? Tot de timer op 0 staat of de opdrachten af zijn
Uitkomst? Je hebt geoefend met de leerstof.
Klaar? Ga verder met een ander vak of ga verder met de opdrachten

timer
10:00

Slide 28 - Slide

This item has no instructions

HUISWERK
Opdracht 3.17 t/m 3.25

Slide 29 - Slide

This item has no instructions