10.2 Gelijknamige breuken en 'delen van'

10.1/10.2 Gelijknamige breuken en delen van een hoeveelheid



Je leert (on)gelijknamige breuken op te tellen en af te trekken
Je leert een deel van een hoeveelheid uit te rekenen
1 / 21
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

10.1/10.2 Gelijknamige breuken en delen van een hoeveelheid



Je leert (on)gelijknamige breuken op te tellen en af te trekken
Je leert een deel van een hoeveelheid uit te rekenen

Slide 1 - Slide

Wanneer zijn 2 breuken gelijknamig?

Slide 2 - Mind map

3/7 + 2/7 =
A
5/7
B
5/14
C
5/49
D
6/14

Slide 3 - Quiz

1/7 + 1/2 =
A
2/9
B
2/14
C
9/14
D
1/14

Slide 4 - Quiz

Wat is belangrijk als je 2 breuken wilt optellen?

Slide 5 - Open question

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Reken uit: 4/9 + 2/9
Vereenvoudig als dat mogelijk is.
A
6/9
B
2/3
C
8/81
D
6/18

Slide 9 - Quiz

Reken uit: 10/13 - 1/3
Vereenvoudig als dat mogelijk is.
A
9/10
B
27/39
C
3/10
D
17/39

Slide 10 - Quiz

Slide 11 - Slide

3/10 + 2/5

= 3/10 + 4/10

= 7/10

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Reken uit: 3/8 + 1/16
Laat zien hoe je de breuken gelijknamig maakt en daarna de som uitrekent.

Slide 14 - Open question

Maken 7-9

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Als je 3/7 van 84 uit wilt rekenen, wat is dan je eerste stap?

Slide 17 - Open question

Wat is 3/7 van 84?
A
12
B
24
C
36
D
39

Slide 18 - Quiz

Maken 7-13

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Welke optelling staat hier?
A
2 5/6 + 1 1/2
B
2 4/5 + 1 2/4
C
1 5/6 + 1 1/2

Slide 21 - Quiz