Lange en korte klank mv 7 okt

1 / 25
next
Slide 1: Slide
NT2Beroepsopleiding

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Meervoud maken
Woorden met een korte klank        a  e  i o  u 
Eén klinker en daarna één medeklinker?

Je schrijft 2 medeklinkers in het meervoud.

vis  ->      vissen         kat ->   katten         rug -> ruggen
mes  ->  messen       zin ->   zinnen 

Slide 3 - Slide

Wat is het meervoud van lip?
A
lipen
B
lippen

Slide 4 - Quiz

schrijf het meervoud op

Slide 5 - Open question

Wat is het meervoud van pen?
A
pennen
B
pen

Slide 6 - Quiz

schrijf het meervoud op

Slide 7 - Open question

Wat is het meervoud van pil?
A
pillen
B
pil

Slide 8 - Quiz

schrijf het meervoud

Slide 9 - Open question

welke klank hoor je?
A
lang
B
kort

Slide 10 - Quiz

een stip, twee ...

Slide 11 - Open question

Eén gum, twee ...
A
gumen
B
gummen

Slide 12 - Quiz

schrijf het meervoud op

Slide 13 - Open question

schrijf het meervoud op

Slide 14 - Open question

Meervoud maken
woorden met een lange klank        aa  ee  oo  uu 

Twee dezelfde klinkers en daarna één medeklinker?
Je schrijft 1 klinker in het meervoud.

raam   ra-men                  reep     re-pen
boot    bo-ten                   muur   mu-ren     

Slide 15 - Slide

één schuur, twee ...
A
schuren
B
schuuren

Slide 16 - Quiz

Wat is het meervoud van zool?
A
zolen
B
zool

Slide 17 - Quiz

Meervoud maken
woorden met een lange klank        aa  ee  oo  uu 
raam   ra-men                  reep     re-pen
boot    bo-ten                   muur   mu-ren     

woorden met een korte klank        a  e  o  u 
vis -> vissen          kat -> katten 
mes -> messen    zin -> zinnen 

Slide 18 - Slide

Een schaar, twee ...

Slide 19 - Open question

Eén kip, drie ...
A
kipen
B
kippen

Slide 20 - Quiz

één raam, drie ...
A
rammen
B
ramen

Slide 21 - Quiz

Wat is het meervoud van tas?
A
tassen
B
tasen

Slide 22 - Quiz

Daar staan 8 ...?
A
busen
B
bussen

Slide 23 - Quiz

<b>je HOORT een korte klank</b><div><br></div><div><br></div>
<span style="font-weight: 700">je HOORT een lange klank</span>
lamp
tas
tafel
kaas
bank
manen
bed
namen
manden
dromen

Slide 24 - Drag question


Hoe ging de les?

Slide 25 - Poll