Veroudering

Veroudering
Veroudering
1 / 11
next
Slide 1: Slide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 11 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Veroudering
Veroudering

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Normale veroudering

Verouderen (ouder worden) is een natuurlijk proces
Het lichaam zal uiteindelijk minder goed gaan werken

De doorbloeding in de organen en weefsels vermindert
Weefselfs krijgen minder zuurstof/voedingsstoffen
Het duurt langer voor cellen zich vernieuwen/herstellen

Slide 3 - Slide

Wat veranderd er in/aan het lichaam als iemand ouder wordt?

Slide 4 - Mind map

Veranderingen in het lichaam

Slide 5 - Slide

Tekenen van veroudering
Denk hierbij aan:

Afname van spierweefsel en botweefsel
Nieren die minder goed werken
Langzamere celdeling
Minder dorstgevoel / minder eetlust
Verminderde smaak en reuk
......


Slide 6 - Slide

Kwetsbaarheid 
Het lichaam heeft minder reservecapaciteit (minder reserves)
Het ouder wordende lichaam kan schommelingen minder goed opvangen
Dit kan risico's met zich meebrengen, bijvoorbeeld:


Grotere kans op infecties:
Door tragere celvernieuwing, tragere afweerreacties, minder goed tekenen van infectie te zien,
infecties vaak later ontdekt


Minder goed afvalstoffen uit het lichaam filteren:
De lever en de nieren werken minder goed (zorgen voor verwijderen van afvalstoffen)
Meer kans op bijwerkingen van bijvoorbeeld medicijnen (sufheid)

Slide 7 - Slide

andere gevolgen:
Afname van spierweefsel: minder kracht en stabiliteit.​


Langzamere celdeling: langzamer herstel van wonden (operaties, breuken, dagelijkse wonden)​

Afname botweefsel: zwakkere botten en sneller vallen​

Minder nierfunctie: slechtere afvoer van afvalstoffen.​

Minder dorstgevoel: groter risico op uitdroging​

Minder smaak en reuk: eten kan minder goed op schadelijkheid getest kan worden. ​
  






Slide 8 - Slide

Kwetsbaarheid ouderen psychisch
  • Fysiologische afname geestelijke functies​, geheugen functioneert minder​ 
  • Verwerking prikkels/signalen gaat trager​,verminderd concentratievermogen​
  • Somberheidsgevoelens/ depressie​
  • Moeite met ouder worden (achtergang lichamelijke en geestelijk functies)​
  • Verlieservaringen (leeftijdsgenoten die overlijden)​
  • Vereenzaming (door verlies van mobiliteit of wegvallen van naasten (door de dood of door vermindering van contact)​
  • Eindigheidbesef/ angst voor de dood​
  • Onverwerkte frustraties/ trauma’s 









Slide 9 - Slide

Kwetsbaarheid ouderen sociaal
Minder sociale contacten door:​

Wegvallen naasten (partner) door overlijden​
Verminderde mobiliteit door ouderdom en/ of ziekte​
Mogelijk verminderd contact met (klein)kinderen​

Minder/ geen mantelzorg wanneer dit wel gewenst is.




Slide 10 - Slide

Tekenen van ziekte en verouderingsverschijnselen kunnen erg op elkaar lijken.
Belangrijk om het verschil te zien

Bijvoorbeeld:
Een stijf gewricht kan horen bij ouderdom, maar kan ook wijzen op bijvoorbeeld artrose

Slide 11 - Slide