les 3 kassa

Kassa


1 / 42
next
Slide 1: Slide
New lesson editorVerkooppraktijkPraktijkonderwijsLeerjaar 4

This lesson contains 42 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Kassa


Welke 3 soorten kassatoetsen waren er



  1. Cijfertoetsen

  2. Groepentoetsen

  3. Functietoetsen 

De kassamedewerker

"De winkelmedewerker is het visitekaartje van de winkel"


Klantvriendelijk én klantgericht!



Noem 4 taken van een kassamedewerker? (zie blz. 137)

Een bedieningssysteem is de manier waarop klanten in de winkel geholpen worden. Welke 3 bedieningssystemen ken je? (Zie blz. 139)


Bedieningssystemen:

- Zelfbediening (supermarkt)

- Semi-zelfbediening (kledingwinkel)

-Bediening (bakker)



Kassameubels


- Check-out (Kassa met rolband b.v. in de supermarkt)

- Open toonbank (balie/toonbank waarop de kassa staat b.v. in de kledingwinkel)

- Gesloten toonbank (Alleen personeel kan achter toonbank komen, b.v. bij de bakker)

- Zelfscankassa (klant kan zelf artikelen scannen, b.v. in de supermarkt)

Soorten kassa's

- Kassa met barcodescanning

- Kassa met handmatige bediening

- Kassa met weegschaal


Dit een kassa met barcodescanning van de supermarkt?

A

Onjuist

B

Juist

C


D


De klant moet betalen: €7,35 en geeft €20. Wat geef je terug?

A

€12,65

B

€13,00

C

€12,35

D

€20,00

De klant moet betalen: €12,10 en geeft €50. Wat geef je terug?

A

€39,90

B

€50,00

C

€38,90

D

€37,90

De klant moet betalen: €1,45 en geeft €10. Wat geef je terug?

A

€9,00

B

€8,55

C

€8,45

D

€9,55

De klant moet betalen: €66,65 en geeft €100. Wat geef je terug?

A

€66,35

B

€44,45

C

€33,35

D

€44,35

De klant moet betalen: €5,55 en geeft €20. Wat geef je terug?

A

€14,45

B

€15,55

C

€20,00

D

€15,45

Belangrijke kassa-informatie

- Omzet

- Kosten

- Winst

- Btw

Wat voor verkoopsysteem is: De zelfscan bij de Albert Heijn

A

Zelfbediening

B


C

Zelfkeuze

D

Bediening

Afrekenen bij de kassa

5 Stappen

1. Begroeten van de klant

2.Helpen van de klant

3. Bedienen van de kassa

4. Afrekenen 

5. Afronden en afscheid nemen

3. Bedienen van de kassa

- Alle producenten invoeren (logische volgorde) 

- Check de prijs

- Legt de klant alle producten bij de kassa?


4. Afrekenen

- Contant

- Pinnen met bankpas

- Contactloos pinnen met bankpas

- Betalen via app

5. Afronden en afscheid

"Wilt u spaarzegels?"

"De kassabon is uw garantiebewijs"

"Veel plezier met uw aankoop en een fijne dag!"

Betaalmiddelen

- Contant geld = chartaal geld

- Pinnen

- Contactloos


Wisselgeld teruggeven

-Doortelmethode = je telt van het bedrag dat de klant moet betalen naar het bedrag dat de klant heeft gegeven

17,95 --> 20,00

0,05 (=18,00) + 2,00 (=20,00) 

-Leg het briefgeld niet meteen in de kassa



Afronden

- Je kijkt naar het laatste getal van het totaal geldbedrag

- Wanneer je contant iets gaat afrekenen wordt het totaalbedrag afgerond op 0 of 5.

- 1, 2, 8 en 9 worden afgerond op 0.

- 3, 4, 6 en 7 worden afgerond op 5. 

- 1 flesje cola van 0,99 cent = 1,00 euro

Omruilen / retourneren

-Ruilen = ander product

-Retourneren = geld terug

-Regels?

Garantie

Garantie betekent dat de verkoper belooft dat het product goed werkt én goed blijft (als het goed gebruikt wordt...). Als het toch stuk gaat wordt het gerepareerd of krijg je een nieuwe.


Kassabon  = (vaak) garantiebewijs

Echt of vals geld?

Echtheidskenmerken

- Voelbare inkt

- Watermerk

- Kantelen

- UV-lamp

Overval!

RAAK

R = Rustig blijven

A = Aanvaard de bevelen en volg deze snel en kalm op

A =Afgeven van het geld of goederen

K = Kijk goed en probeer te onthouden wat je ziet

kas opmaak


Kasopmaken

Kasopmaken = controleren of het geld dat in de kassa hoort te zitten ook echt in de geldlade zit.


Contact geld  in de kassa + totaal gepind bedrag  = Totaalbedrag Z-bon


kas opmaak

Kasverschil?

- klant heeft te weinig betaald

- kassamedewerker heeft te veel wisselgeld teruggegeven

- telfout tijdens kasopmaak

- gestolen (medewerker of klant)

Kasverschil

Kasverschil = totaalbedrag is niet hetzelfde als op de Z-bon


Positief kasverschil = te veel geld in de kassa

Negatief kasverschil = te weinig geld in de kassa