Het ondernemingsplan (Bedrijfseconomie havo), les 3: Terugblik quiz

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Quiz

Terugblik: Het ondernemingsplan

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblik met een quiz van elf vragen over het ondernemingsplan.

Items in this lesson

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Quiz

Terugblik: Het ondernemingsplan

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Ayla noteert in haar plan haar adres, geboortedatum en mbo-diploma bakker. Wat zijn dit?

A

Persoonlijke motieven

B

Persoonlijke gegevens

C

Persoonlijke kwaliteiten

D

Marketingdoelstellingen

Syllabus 12.3.1: adres, geboortedatum en opleiding zijn persoonlijke gegevens. Verwachte fout: persoonlijke kwaliteiten, omdat een diploma iets zegt over wat je kunt.

Vul in

Het marketingplan bevat de marketingmix, de marketingdoelstellingen, de doelgroepen en de concurrentie.

marketingmix
marketingdoelstellingen
investeringsbegroting
persoonlijke motieven

Syllabus 12.3.2. Verwachte fout: investeringsbegroting, die hoort bij het financieel plan.

Marloes onderzoekt welke andere bakkers in de wijk dezelfde klanten bedienen. Wat onderzoekt ze?

A

De doelgroep

B

De marketingdoelstellingen

C

De liquiditeit

D

De concurrentie

Syllabus 12.3.2: andere bedrijven voor dezelfde klanten zijn concurrentie.

Een bakker opent een tweede winkel bij het station, waar veel forenzen lopen. Welk instrument?

A

Plaatsbeleid

B

Productbeleid

C

Prijsbeleid

D

Promotiebeleid

Syllabus 22.2: de plek waar klanten kopen is plaatsbeleid.

Welke doelstelling is een marketingdoelstelling?

A

Een lening van € 10.000 afsluiten

B

Een cursus boekhouden volgen

C

Het marktaandeel in de wijk vergroten

D

De afschrijving per jaar verlagen

Syllabus 22.1: marktaandeel en klantbehoud zijn marketingdoelstellingen.

Welke vier begrotingen vormen samen het financieel plan?

A

Investering, financiering, marketing en liquiditeit

B

Exploitatie, liquiditeit, concurrentie en doelgroep

C

Investering, financiering, exploitatie en liquiditeit

D

Investering, exploitatie, motieven en kwaliteiten

Syllabus 12.3.3.

Waarom kan een bedrijf met positief resultaat toch geldnood hebben?

A

Klanten betalen later dan het bedrijf moet betalen

B

Afschrijving is een grote uitgave aan de leverancier

C

De exploitatiebegroting rekent alleen met uitgaven

D

De investeringsbegroting toont het resultaat

Syllabus 12.3.3: resultaat en geld vallen niet samen; verkoop op rekening is wel een opbrengst, maar nog geen ontvangst. Verwachte fout: afschrijving als uitgave zien.

Een zaak heeft € 3.000 op de bank en verwacht € 8.200 ontvangsten en € 9.100 uitgaven. Hoeveel staat er daarna op de bank?

A

€ 3.900

B

€ 20.300

C

€ 900

D

€ 2.100

Syllabus 12.3.3. Uitwerking: 3.000 + 8.200 = 11.200; min 9.100 = 2.100. Verwachte fouten: ontvangsten en uitgaven omdraaien (3.900), alles optellen (20.300) of het beginsaldo vergeten (900).

Waarom wil een bank een ondernemingsplan zien?

Een goed antwoord: om te beoordelen of het idee en de ondernemer kans van slagen hebben en of het geleende geld terugbetaald kan worden. Verwachte fout: alleen zeggen dat het verplicht is.

Een starter schrijft in het persoonlijk plan alleen: 'Ik ben ambitieus.' Wat is hier mis mee?

A

Een motief hoort niet in het persoonlijk plan

B

Te vaag: er staat geen opleiding of ervaring bij

C

Dit hoort in het financieel plan

D

Kwaliteiten noem je pas in het marketingplan

Syllabus 12.3.1: een goed persoonlijk plan is concreet.

Een bedrijf schrijft elk jaar € 2.000 af op een machine. Wat is waar?

A

Een kost in de exploitatiebegroting, geen uitgave

B

Een uitgave in de liquiditeitsbegroting van dat jaar

C

Een nieuwe investering in de investeringsbegroting

D

Een opbrengst in de exploitatiebegroting

Syllabus 12.3.3 en 23.2: afschrijving is een kost, er gaat dat jaar geen geld weg.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · STARTEN · ONDERNEMINGSPLAN

Goed gedaan!

Goed gedaan. Je kent nu de drie plandelen van een ondernemingsplan en de vier begrotingen van het financieel plan.

This item has no instructions