Les 28 april

Wat gaan we vandaag doen?
Opwarmer
Werkwoorden
boek
1 / 39
next
Slide 1: Slide
NT2Enseignement Secondaire

This lesson contains 39 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Wat gaan we vandaag doen?
Opwarmer
Werkwoorden
boek

Slide 1 - Slide

Vandaag

Slide 2 - Slide

Ik ___ (hebben) geen idee.
A
is
B
had
C
heb
D
heeft

Slide 3 - Quiz

Jullie ___ (zijn) op tijd gekomen.
A
zijn
B
was
C
hebben
D
is

Slide 4 - Quiz

Hij ___ (hebben) altijd gelijk.
A
had
B
hebben
C
heeft
D
is

Slide 5 - Quiz

Wij ___ (zijn) blij met het resultaat.
A
hebben
B
was
C
is
D
zijn

Slide 6 - Quiz

Het meisje ___ (hebben) een mooie hond.
A
heeft
B
had
C
hebben
D
is

Slide 7 - Quiz

De stam 
De stam is het hele werkwoord -en.
Bij een lange klank, plak je er dus nog een klinker aan vast. De stam van wonen is won, maar de ik-vorm is woon.

Slide 8 - Slide

Wat is de ik-vorm van wonen?
A
ik won
B
ik woon
C
ik wonnen
D
ik wonen

Slide 9 - Quiz

Hij _______ in Nederland.

Slide 10 - Open question

Jullie ______ in Tilburg.

Slide 11 - Open question

Ansaer ______ in Tilburg.

Slide 12 - Open question

Mohamad en Yemen _______ in Brabant.

Slide 13 - Open question

Het hele werkwoord is spreken. Wat is de stam?

Slide 14 - Open question

Wat is de ik-vorm van spreken?
A
ik spreken
B
ik spreeken
C
ik spreek
D
ik sprek

Slide 15 - Quiz

Ik _______ Nederlands.

Slide 16 - Open question

Armando _______ Roemeens.

Slide 17 - Open question

De leerlingen ________ goed Nederlands.

Slide 18 - Open question

De docenten _______ Nederlands.

Slide 19 - Open question

Het hele werkwoord is maken. Wat is de stam?

Slide 20 - Open question

Wat is de ik-vorm van maken?
A
ik mak
B
ik maken
C
ik maak
D
ik maaken

Slide 21 - Quiz

Ik ______ de opdracht.

Slide 22 - Open question

Wij ______ een appeltaart.

Slide 23 - Open question

De leerlingen ______ een pizza.

Slide 24 - Open question

Zij ______ haar huiswerk.

Slide 25 - Open question

Het hele werkwoord is leren. Wat is de stam?

Slide 26 - Open question

Wat is de ik-vorm van leren?
A
ik leer
B
ik leren
C
ik ler
D
ik lerren

Slide 27 - Quiz

Ik ______ voor mijn toets.

Slide 28 - Open question

Hij _______ voor zijn examen.

Slide 29 - Open question

Wij ______ Nederlands.

Slide 30 - Open question

De docent ______ Grieks.

Slide 31 - Open question

Nakijken
blz. 67 oefening 12
ook werkwoorden

huiswerk 13 , 14 en 15

Slide 32 - Slide

Nakijken

Slide 33 - Slide

Klanken
herhaling en zelf uitspreken

Slide 34 - Slide

korte klank
lange klank

Slide 35 - Drag question

Zelf uitspreken

https://nt2methodes.nl/static/spreekbeter/v1/

Slide 36 - Slide

Slide 37 - Slide

zestig cent = 0,60
één euro en zestig cent
één euro en twintig cent
twee euro en veertig cent

Slide 38 - Slide

Les 28 april

Slide 39 - Slide