Cel leerdoel 1

Cel - Leerdoel 1
1 / 29
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 1

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Cel - Leerdoel 1

Slide 1 - Slide

Wat gaan we doen vandaag?

  1. Uitleg leerdoel 1 - Levenskenmerken
  2. Oefenen met de levenskenmerken
  3.  Werken aan leerdoel 1 
  4. Lesafsluiting 

Slide 2 - Slide

Is het dood/levend/levenloos?

Slide 3 - Slide

Levend: alle levenskenmerken of levensverschijnselen vertoont. 
Dood: Een organisme dat geen levenskenmerken meer vertoont is dood.
Levenloos: Iets dat nooit heeft geleefd noem je levenloos

Slide 4 - Slide

Wat zijn de levenskenmerken?
Bewegen
Reageren
Ontwikkelen
Groeien 
Voortplanten
Uitscheiden 
Ademhalen

Slide 5 - Slide

Wat zijn de levenskenmerken?
Bewegen: Dieren bewegen op verschillende manieren: lopen, vliegen, zwemmen, kruipen.
Planten bewegen ook, bijvoorbeeld een bloem die zich opent in het licht

Slide 6 - Slide

Waarnemen
Waarnemen betekent dat een organisme merkt wat er in de omgeving gebeurt.
Het waarnemen is een levenskenmerk dat organismen gebruiken om bijvoorbeeld voedsel te vinden of gevaar te signaleren.
Veel dieren (ook de mens) nemen via zintuigen waar met hun hersenen.
Planten kunnen licht waarnemen.


Slide 7 - Slide

Reageren
Reageren betekent dat een organisme iets doet of dat er in het lichaam van het organisme iets verandert, als er in de omgeving iets verandert.

Slide 8 - Slide

Voortplanten
Alle organismen zorgen ervoor dat ze nakomelingen krijgen.

Slide 9 - Slide

Ontwikkelen
Ontwikkelen betekent van vorm veranderen. Er komt iets nieuws. 

Slide 10 - Slide

Groeien
Het groter worden van een organisme

Slide 11 - Slide

Eten/ voeden
Alle organismen hebben voedsel en water nodig.
Uit het voedsel halen organismen de energie voor alles wat ze doen en de stoffen om te groeien.

Slide 12 - Slide

Ademhalen
Elk organisme ademt. Mensen en andere zoogdieren ademen met hun longen. Door te ademen komt zuurstof het lichaam binnen.

Slide 13 - Slide

Uitscheiden
Uitscheiden betekent dat een organisme stoffen die hij niet nodig heeft verwijdert.

Mensen doen dit bijvoorbeeld door te zweten of te plassen.

Slide 14 - Slide

Oefenen

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Dood
Levend
Levenloos

Slide 17 - Drag question

Welk levenskenmerk is dit?
A
Groeien
B
Ontwikkelen
C
Voeden
D
Voortplanten

Slide 18 - Quiz


A
Voortplanten
B
Bewegen
C
Ademhalen
D
reageren

Slide 19 - Quiz


A
Voortplanten
B
Voeden
C
Groeien
D
Ontwikkelen

Slide 20 - Quiz


A
Ademhalen
B
Uitscheiden
C
Voeden
D
Bewegen

Slide 21 - Quiz

Uitleggen opdrachten leerpad

Slide 22 - Slide

Aan het werk
Leerpad leerdoel 1 thema cellen
Zelfstandig
tot 5 minuten voor het einde van de les



Slide 23 - Slide

Afsluiting les

Slide 24 - Slide

Vragen rad

Slide 25 - Slide

Wanneer is iets dood?

Slide 26 - Mind map

Noem minstens 2 levenskenmerken

Slide 27 - Mind map

Word iets bij ontwikkelen groter of komen er nieuwe onderdelen bij?

Slide 28 - Mind map

1. Noem minstens 2 levenskenmerken
2. Wanneer is iets levenloos?
3. Ontstaat bij ontwikkelen iets nieuws of word iets groter?

Slide 29 - Slide