EC6_Het loonstrookje

EC 6_Loon en loonstrookje 
1 / 16
next
Slide 1: Slide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 1

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

EC 6_Loon en loonstrookje 

Slide 1 - Slide

Leerdoelen:
  • Je weet wat het verschil is tussen bruto en nettoloon
  • Je kan aangeven wat de hoogte van het loon bij verschillende banen bepalen. 
  • Je kent de onderdelen van een loonstrook 
  • Je kan een loonstrook invullen (h/v) 



Slide 2 - Slide

Wanneer je gaat werken krijg je verschillende soorten loon
  • Bruto en nettoloon
  • Wie weet wat het verschil is?
  • Het brutoloon betaalt je baas het nettoloon ontvang jij op de bankrekening.
  • Het brutoloon is hoger. Er wordt belasting en premies van je brutoloon afgehaald. Wat er daarna overblijft is je nettoloon.
  • Dit geld kun je uitgeven aan van alles en nog wat. 

Slide 3 - Slide

 Juist of onjuist? Sleep het juiste antwoord naar de stelling
A
B
Een werknemer ontvangt loon
Het brutoloon is meer dan het nettoloon
Juist
Juist
Juist
Onjuist
Onjuist
Onjuist

Slide 4 - Drag question

Het bedrag wat van je loon af wordt gehaald noemen we loonheffing. 
  • De loonheffing bestaat uit:
  • Loonbelasting (35,75% - en 49%)
  • Premies voor de sociale zekerheid.
  • Waarvoor wordt de loonbelasting gebruikt?
  • Om dingen als scholen, ziekenhuis en de brandweer te betalen. 
  • Wat zou er met de premies betaalt worden van de sociale zekerheid?
  • Uitkeringen 

Slide 5 - Slide

Hoe noemen we het bedrag wat van je brutoloon afgaat?
A
sociale zekerheid
B
loonbelasting
C
premies
D
loonheffing

Slide 6 - Quiz

Niet alle uitkeringen worden betaalt met deze premies. De uitkering die wel wordt betaalt zijn: 
  • WW-uitkering:
  • Deze uitkering krijg je als je jouw baan verliest en duurt maximaal 2 jaar
  • WIA-uitkering
  • Deze uitkering krijg je als ziek wordt en hierdoor geen inkomen meer krijgt. 
  • Wat was het doel ook alweer van die uitkeringen?
  • Ervoor zorgen dat mensen niet gelijk dakloos worden als ze werk/inkomen verliezen. Het is een vangnet. 
  • De uitkering is niet zo hoog als je loon, maar 70% van het loon zodat je de noodzakelijke dingen kunt betalen.

Slide 7 - Slide

Je werkt en verdient €3.500 euro per maand. Nu word je ineens ontslagen, want het bedrijf waar je voor werkt heeft je niet meer nodig. Wat nu???
A
Nu word je zwerver als je niet snel nieuw werk vindt
B
Nu kun je tijdelijk geld krijgen van de overheid
C
Nu geeft de overheid je een nieuwe baan en dezen baan moet je aannemen

Slide 8 - Quiz

Als jij je baan verliest:
  • Krijg je een uitkering, zodat je tijd hebt om een nieuwe baan te vinden.
  • Een uitkering is een geldbedrag dat je van de overheid krijgt.
  • De uitkering is 70% van je laatst verdiende loon.  
  • Deze uitkering is wel tijdelijk. 
  • Als je echt geen baan kunt vinden kun je een bijstandsuitkering krijgen, maar het geld wat je krijgt is weinig en hier kun je niet lekker van leven.

Slide 9 - Slide

WIA
WW

Slide 10 - Drag question

Zo krijg je een uitkering:
  • Wanneer je ontslagen bent geef je dit aan bij het UWV.
  • Dit is een organisatie van de overheid die de uitkeringen uitbetaalt. 
  • Zij helpen je ook met het zoeken naar een nieuwe baan.

Slide 11 - Slide

Naast dat er geld van je brutoloon af gaat komt er soms ook geld bij
  • Je kunt reiskostenvergoeding krijgen. Als je na je werk reist met de auto kan het wezen dat je maximaal 0,23 per gereden km aan reiskostenvergoeding krijgt. 
  • Meestal krijg je in mei vakantiegeld. Dit is 8% van je jaarsalaris.
  • Wat is doel van vakantiegeld?
  • Lekker chillen op de Antillen (dat is een extraatje zodat je hier een vakantie van kunt betalen) 
  • Sommige mensen krijgen in december een 13e maand. Dit is een bonus een extra salaris boven op je normale salaris. Veel banen bij de overheid geven dit tegenwoordig om werken bij de overheid aantrekkelijker te maken. 

Slide 12 - Slide

Voorbeeld loonstrook (H/V) 
  • Geregistreerde werkloosheid
  • Verborgen werkloosheid
  • Tijdelijke werkloosheid
  • Langdurige werkloosheid
  • Seizoenswerkloosheid 




Slide 13 - Slide

Tot slot wordt de hoogte van het salaris per beroep bepaald door: 
  • Ervaring
  • Als je meer ervaring opdoet in een beroep, ga je meer verdienen
  • Opleidingsniveau
  • Als je een lastige of hogere opleiding hebt gevolgd, krijg je vaak meer betaald.
  • Schaarste op de arbeidsmarkt
  • Als er een tekort is aan personeel, kan het personeel meer loon vragen.
  • Productiviteit
  • Sommige bedrijven belonen hardwerkende werknemers. 
  • Verantwoordelijkheid / risico
  • Als je meer  verantwoordelijkheid hebt werk je vaak langer en moet je flexibeler zijn. Dit wordt beloond met meer salaris. Hetzelfde met risico als je gevaar loopt wordt de gecompenseerd. 









Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

Nabeschouwing 
Je krijgt een lege loonstrook. Deze ga jij invullen. Je mag zelf bepalen hoeveel iemand aan brutoloon iemand heeft verdiend in de maand, zolang het bedrag maar tussen de 1.200 en 6.000 euro ligt . Aan de hand van dit gekozen ga uitrekenen wat het nettoloon wordt. Gebruik de onderstaande gegevens om de loonstrook verder in te vullen:
Vakantiegeld = 8% van het brutoloon (dit wordt in dit voorbeeld elke maand uitgekeerd) 
Loonbelasting = 36% van het brutoloon
Sociale premies= 6% van het brutoloon
Premie pensioen= 2% van het brutoloon
Reiskostenvergoeding is= 0,23 km per km. Je rijdt in een maand tussen 500-900 km. Kies zelf uit hoeveel km je deze maand hebt gereden.
13e maand= 7% van het bruto jaarloon (let op je moet hier dus uitrekenen hoeveel iemand per jaar verdiend) . (alleen 1hb2) 

Je doet dit alleen of in tweetallen
Verbeterpunt gewoon getallen geven inplaats van zelf laten bedenken om het makkelijker maken 

Slide 16 - Slide