herhaling

Herhaling
Magnetisme
1 / 25
next
Slide 1: Slide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Herhaling
Magnetisme

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Soorten magneten
Permanente magneten

Kunstmatige magneten (gemaakt van ferromagnetisch materiaal)

Slide 3 - Slide

Permanente magneten
  • magneten die altijd magnetisch zijn.

  • magnetische noordpool en zuidpool
  • verschillend polen trekken elkaar aan
  • gelijke polen stoten elkaar af


    Slide 4 - Slide

    Slide 5 - Slide

    Slide 6 - Slide

    Permanente magneten
        • veldlijnen gaan buiten de magneet van noordpool naar zuidpool
        • veldlijnen lopen in de magneet van zuidpool naar noordpool
        • bij de polen lopen de meeste veldlijnen; daar is de magnetische kracht het grootst

        • er zijn maar drie stoffen gevoelig voor magnetische kracht: ijzer, nikkel en kobalt

        Slide 7 - Slide

        Magnetische velden
        • veldlijnen lopen buiten de magneet van noordpool naar zuidpool

        • veldlijnen snijden elkaar nooit

        • de richting van een veldlijn geeft aan hoe een andere magneet zich gaat richten in het veld

        Slide 8 - Slide

        Met ijzerpoeder maak je veldlijnen zichtbaar

        Slide 9 - Slide

        Slide 10 - Video

        De eenheid van kracht is ..... Het symbool voor kracht is .....
        A
        F ; N
        B
        Newton ; n
        C
        newton ; N
        D
        newton ; F

        Slide 12 - Quiz

        Wat voor kracht
        wordt hier
        gebruikt?
        A
        Magnetische kracht
        B
        Elektrische kracht
        C
        Zwaartekracht
        D
        Kleefkracht

        Slide 13 - Quiz

        Wat voor kracht
        wordt hier
        gebruikt?
        A
        Magnetische kracht
        B
        Elektrische kracht
        C
        Zwaartekracht
        D
        Spankracht

        Slide 14 - Quiz

        Hoe groot is de kracht die de kracht
        meter aangeeft?
        A
        0,5 N
        B
        0,6 N
        C
        0,7 N
        D
        0,8 N

        Slide 15 - Quiz

        Wat is geen kenmerk van een kracht
        A
        je kan een voorwerp van richting veranderen
        B
        Je kan een voorwerp vervormen
        C
        Je kan een voorwerp van snelheid veranderen
        D
        Je kan krachten zien

        Slide 16 - Quiz

        Massa en gewicht zijn hetzelfde
        A
        Waar
        B
        Niet waar

        Slide 17 - Quiz

        Wat heeft meer massa (in normale toestand)?
        1m3verenof1m3lood
        A
        De veren hebben de grootste massa.
        B
        Het lood heeft de grootste massa.
        C
        Beiden hebben een even grote massa.
        D
        Weet ik niet.

        Slide 18 - Quiz

        Wat is het gewicht van een voorwerp op aarde met een massa van 10 kg?
        A
        9,8 N
        B
        98 N
        C
        980 N
        D
        Niet uit te rekenen met deze gegevens

        Slide 19 - Quiz

        Massa meet je in?
        A
        Kilogram
        B
        Newton
        C
        Massa
        D
        Kracht

        Slide 20 - Quiz

        Wat is het verschil tussen massa en gewicht?
        A
        Massa is de hoeveelheid stof gemeten in newton
        B
        Massa is de hoeveelheid stof gemeten in kilogram
        C
        Gewicht is de kracht op een steunpunt gemeten in kilogram
        D
        Gewicht is de Kracht op een steunpunt gemeten in newton

        Slide 21 - Quiz

        Gewicht meet je in?
        (volgens de natuurkunde)
        A
        Kilogram
        B
        Newton
        C
        Massa
        D
        Kracht

        Slide 22 - Quiz

        1. Grondwet en grondrechten
        Waarden
        zelfst.naamw. (de; v), enkelvouw: waarde, meervoud: waardes, waarden
        • De idealen of overtuigingen van een groep mensen.

        • Voorbeelden:
           Eerlijkheid
           Behulpzaamheid
           Respect, etc.

        Slide 23 - Slide

        1. Grondwet en grondrechten
        Normen
        zelfst.naamw. de; v(m), enkelvouw: norm, meervoud: normen
        • Richtlijnen voor hoe je je moet gedragen, die iedereen normaal vindt.
        • Dus de manieren waarop we met elkaar omgaan in onze samenleving.
        • Iedereen kent en gebruikt ze.

        • Voorbeeld:
           Norm: Geen geheimen doorvertellen
        • Waarde: Vertrouwelijkheid

        Slide 24 - Slide

        Huishoudelijk afval

        Slide 25 - Slide